Kroniek van nietsontziende ambitie

Cloclo (My way). Regie: Florent-Emilio Siri. Met: Jérémy Renier e.a. In: vijf bioscopen ***.

Eigenlijk kán dat helemaal niet meer: zo’n biopic die aan het begin al met flashforwards het te verwachten dramatisch einde van de ster aankondigt, en aan het eind – wanneer hij op het hoogtepunt van zijn roem en narcisme omkomt door een ongelukje in de badkamer – met weemoedige flashbacks teruggrijpt naar het naïeve kind dat hij ooit was. Cloclo is vooral een enorm ouderwetse film.

148 minuten voor het leven van de in 1978 overleden Franse zanger Claude François – van de gemiddelde Nederlandse bioscoopbezoeker is dat wel veel gevergd. Maar als je Je vais à Rio, Alexandrie Alexandra of Danse ma vie hoort, herken je ze: Claude François was de man die de Amerikaanse Motown-sound een Frans gezicht gaf, en later de discorage. In de rij voor de kassa van de Franse supermarkt heb je die muziek vast wel eens gehoord.

Wel wetend dat zelfs in Frankrijk Claude François’ roem postuum niet heeft standgehouden, leggen de filmmakers zwaar de nadruk op zijn co-auteurschap van het liedje Comme d'habitude, later vooral wereldwijd bekend geworden door Frank Sinatra, als My Way.

Het sterke punt van Cloclo is de schildering van de nietsontziende ambitie van François, waarvoor alles moet wijken. Zijn integriteit als man bijvoorbeeld: hij draait vrouwen er doorheen alsof het kuikens zijn, ten einde als tieneridool beschikbaar te blijven voor de bakvissen die hem op straat mogen aanraken en kussen. Ook laat hij twee zoontjes uit verschillende relaties jarenlang eender kleden en coifferen, opdat het publiek zal denken dat hij maar één kind heeft – beter voor zijn imago.

Die zoontjes leven overigens nog steeds van de royalties van My Way en hebben in deze biopic van hun vader geïnvesteerd. Des te opmerkelijker is het dat de film toch niet een kritiekloze hagiografie is geworden. Cloclo is door zijn ouderwetsheid een curiosum, maar wel onderhoudend.

Raymond van den Boogaard