Koken als vakantiesport

Ik zit boven op een Italiaanse berg, vlakbij Ventimiglia. We hebben een zwembad, een wijngaard en olijfbomen. We hebben riviertjes met watervalletjes, we hebben strand en zee. En we hebben vooral heel veel zon. Toch zit ik verre van onbezorgd vakantie te vieren. Alle 37 gasten die hier op het privéterrein zijn uitgenodigd moeten namelijk

Ik zit boven op een Italiaanse berg, vlakbij Ventimiglia. We hebben een zwembad, een wijngaard en olijfbomen. We hebben riviertjes met watervalletjes, we hebben strand en zee. En we hebben vooral heel veel zon.

Toch zit ik verre van onbezorgd vakantie te vieren. Alle 37 gasten die hier op het privéterrein zijn uitgenodigd moeten namelijk in vijf groepen ieder een avond voor het diner zorgen. Dat is natuurlijk helemaal geen competitie. Maar dat is natuurlijk binnen vijf minuten heel erg een competitie. Met de dag groeit het aantal gangen, binnen de kortste keren werd het budget uit eigen zak aangevuld.

En ik zit hier dus al drie dagen in de brandende zon te zweten. Ik heb 200 euro, een team van zes onbekenden, een keuken zonder apparatuur, geen rijbewijs en weinig kennis van de Italiaanse taal. Maar winnen zullen we.

Morgen is het onze beurt. Dan komt er lam binnen bij de slager in het dorp, dus dat is een beginnetje. Verder weet ik één ding: het niveau is hoog. Op de eerste dag werden eigenhandig visjes gerookt. Op dag twee werd er al een spoom geserveerd om het palet te verversen. Vanavond staan er Libanese mezze op het menu, uiteraard gemaakt door een echte Libanese.

A tough act to follow. Maar het kan. Om ze een beetje te leren kennen het ik mijn koks gisteren de opdracht gegeven om te bedenken waar ze goed in zijn en waar niet en heb ik ze om hun twee beste gerechten gevraagd. Zo kan ik een soort A-team samenstellen van specialisten. Duidelijk is dat we iets met risotto, clafoutis en gegrilde courgettes gaan doen – maar niet per se in die volgorde.

Hoe het uiteindelijk gaat uitpakken kan ik u volgende week pas vertellen. Om die tijd te overbruggen heb ik een receptje weten los te weken bij mijn Libanese concullega. Het laatste waar ik zin in heb, zo vlak voor de grote dag, is om het nog langer over haar fantastische baba ganoush en die overheerlijke Libanese snijbonen te hebben. Maar ik kan het u niet onthouden.

Rooster aubergine op open vuur. De aubergine moet van binnen goed zacht zijn, de buitenkant mag echt verbrand zijn: het vocht moet eruit komen.

Haal het vel van de aubergines. Meng het zachte vlees met de tahina, het sap van de citroenen, twee eetlepelsl olijfolie en het zout met de staafmixer. Serveer de baba ganoush in een schaal met wat olijfolie erover. Eet het met Libanees brood.

Breek de snijbonen in grove stukken. Bak ze vijf minuten in olijfolie en voeg de uien toe. Bak nog vijf minuten. Voeg de tomaten toe en bak vijf minuten. Voeg knoflook in grove stukken, passata, komijn, kaneel en peper toe. Laat een klein half uurtje stoven tot de snijbonen al dente zijn.

Baba ganoush

Voor 8 personen:

3 grote aubergines

6 el tahina

olijfolie

1 tl zout

2 citroenen

5 tenen knoflook

500 g snijbonen

2 uien, in halve ringen

10 tenen knoflook

4 tomaten, in blokjes

1 klein pakje passata

1 tl komijn

1 tl kaneel

2 tl zwarte peper