Judo lijkt in Londen wel een jurysport

In Londen beslissen steeds vaker de scheidsrechters de judowedstrijden. Het leidt tot frustraties bij trainers, judoka’s en het publiek.

Redacteur Olympische Spelen

Londen. Was ze werkelijk zo goed in vorm als ze dacht? Judoka Elisabeth Willeboordse (33) zocht naar antwoorden op haar zevende plaats in Londen. Met haar eigen gedachten in gesprek besloot ze dat dat vermoedelijk zo was. Het gevaar van onverwachte uitschakeling is simpelweg inherent aan haar stijl: technisch, aanvallend, met de drang te scoren. Dat bleek bij wat mogelijk haar afscheid was als judoka niet toereikend voor een medaille.

Het judo van vier jaar geleden in Peking is niet meer het judo van Londen. De olympische wedstrijden lopen dagelijks uit omdat de beslissing in veel partijen pas in de extra tijd valt. Steeds vaker moeten de drie scheidsrechters langs de mat met het opsteken van vlaggetjes tonen wie de sterkste was. Maar judo is geen jurysport. Een dag in de ExCel Arena is een parade van verontwaardigde trainers, fluitend publiek en hoofdschuddende judoka’s.

„Angstig, tactisch, soms negatief judo. Niet willen verliezen”, beschreef bondscoach Marjolein van Unen het niveau van de eerste vier dagen. „Scheidsrechters lijken wel marionetten met steeds die vlaggetjes.” Ze zag ook vertekende uitslagen. „Veel favorieten zijn al voor de halve finales uitgeschakeld. De Amerikanen, Russen en Japanners hebben helemaal nog niet zoveel medailles.”

Ook de Nederlandse judoka’s – in Peking goed voor één keer zilver en vier keer brons – staan over de helft nog met lege handen. Ruben Houkes, nu als tv-commentator in Londen, zette vier jaar geleden de toon met een bronzen medaille, waarna elke dag weer een Nederlander het podium mocht beklommen. Nu konden drie judoka’s na de eerste partij hun spullen en zichzelf bijeen rapen – Guillaume Elmont, Jeroen Moeren en Birgit Ente –, werd Dex Elmont vijfde en Willeboordse zevende.

Van de vier judoka’s die deze week nog de tatami betreden, zijn twee grote kanshebbers – Edith Bosch en Henk Grol – en twee olympisch debutanten – Marhinde Verkerk en Luuk Verbij. Van Unen denkt niet dat het magere begin hen zal beïnvloeden. „Elisabeth is heel teleurgesteld, maar morgen staat ze gewoon weer klaar voor de warming-up van haar maatje [Bosch].”

Waar vanaf de tribune af en toe het machteloze geschreeuw klonk van Cor van der Geest, technisch directeur van de judobond, zocht Van Unen naar een verklaring voor de teleurstellende eerste dagen. „We hebben een goede voorbereiding gehad, ik kan niet anders zeggen. Lichamelijk en mentaal is iedereen prima. Judo is natuurlijk een heel internationale sport, maar echt niet meer dan vier jaar geleden. De verrassingen hangen in de lucht de laatste dagen.”

Ook Willeboordse (-63 kg) had de uitschakeling in de kwartfinales niet zien aankomen. Ze won met ippon – de maximale score – van de Libische Caren Chammas en de Burundese Severine Nebie. De Chinese Lili Xu bleef echter geduldig en nam één van haar aanvallen over voor een fatale worp. Willeboordse bleef seconden op haar rug liggen, in de weet dat ze haar loopbaan niet zou bekronen met olympisch goud. Haar Japanse angstgegner Yoshie Ueno hield haar vervolgens uit de partij om het brons, met een score in de slotseconde.

Willeboordse vocht na afloop tegen haar tranen. Ze heeft twee Europese titels, olympisch brons van Peking, WK-zilver en -brons, maar geen titel bij WK of Spelen. Haar weg naar Londen was zwaar. Ze voerde een hevige concurrentiestrijd met Anicka van Emden (25) om één olympisch startbewijs. De judobond koos voor de meest ervaren van de twee, waarna Van Emden, die vaker won, een beroep indiende dat ze later introk.

Van Unen denkt niet dat de slepende tweestrijd de gevoelige judoka heeft geschaad. Ze liet Willeboordse herstellen en stippelde een minutieuze route uit naar Londen. Want het verhaal is bekend: Willeboordse is misschien wel te lief voor topsport en worstelde vaak met onzekerheid en oncontroleerbare zenuwen.

Zo niet in Londen. Willeboordse heeft haar sportpsycholoog al een half jaar niet bezocht. „Ik dacht: nu moet het maar eens gebeuren. Ik zou het gewoon doen. Het voelde goed. Ik dacht steeds: ik heb alles onder controle, jij pakt mij niet. Maar ik wilde weer te veel judoën. In de herkansing bewaarde ik voor het eerst vijf minuten mijn geduld, maar helaas. Vier jaar terug had ik brons, nu niets.”

Hoe dat voelt? Ze zwijgt even, slikt haar tranen weg. „Leeg.”