Je voelt je nog prima. Maar pas op, Twitter en Facebook koken je brein

Coverfoto van het boek iDisorder, Larry Rosen

Kikkers zijn koudbloedig. Hun lichaamstemperatuur verandert mee met de omgevingstemperatuur. Mobiel comfort dus, alsof ze altijd zwembroek en winterjas bij zich hebben. Keerzijde is dat de beestjes langzaam gekookt kunnen worden zonder acht te slaan op levensgevaar.

Zo vergaat het ook mensen in een pan met tweets, sms’jes, pings en Facebook-berichten. Zonder dat ze het doorhebben stompen ze geestelijk af.

Een akelige analogie, inderdaad. Vast weer zo’n alarm uit het kamp van internethaters. Je moet wel heel wanhopig zijn om het gevaar van sociale media te duiden met zo’n sadistisch experiment. Mis! De waarschuwing komt van Stuart Crabb. Weliswaar zo’n zweefkees die de boeddhistische meditatieleer Mindfulness propageert, maar zijn brood verdient als directeur Leren & Ontwikkeling bij Facebook. “De tijd die mensen online besteden heeft effect op hun prestaties en relaties, daar moeten ze zich bewust van worden”, zegt Crabb in The New York Times, terwijl hij het roemruchte kikkerexperiment aanstipt.

Silicon Valley doet er niet geheimzinnig over

Crabbs actie doet denken aan die van Greg Smith, voormalig afdelingshoofd van Goldman Sachs. Afgelopen maart verscheen in dezelfde krant zijn ontslagbrief, waarin hij de sfeer van de investeringsbank vergiftigd en vernietigend noemt. Het management zou de klanten consequent “muppets” noemen - wilsonbekwame wezentjes die je alles kunt verkopen zonder dat ze zich bewust zijn van het financiële risico.

Toch gaat de vergelijking met Greg Smith niet op. Facebook-directeur Stuart Crabb blijkt namelijk helemaal niet uit de school te klappen, maar een opinie te hebben die door veel van zijn collega’s en concurrenten in Silicon Valley, het mekka van internetinnovatie, wordt gedeeld. Dat blijkt uit een rondgang van Times’ technologieredacteur Matt Richtel.

Eric Schiermeyer, medeoprichter van Zynga en maker van het extreem populaire internetspel FarmVille, geeft zelfs toe dat hij miljoenen mensen verslaafd heeft gemaakt aan dopamine - het natuurlijke stofje dat een grote rol speelt bij de ervaring van genot.

Bij Cisco, producent van netwerkapparatuur, is technologiechef Padmasree Warrior iedere zaterdag onbereikbaar. Dan zet ze haar mobiel uit om te schilderen en dichten. Iedere nacht mediteert ze en haar 22.000 medewerkers adviseert ze om regelmatig rust te nemen op kantoor. “Het is zoiets als een reboot van hersenen en ziel. Het maakt me zoveel rustiger als ik later antwoord op e-mails.”

Richard Fernandez, directeur Ontwikkeling bij Google, blijkt zelfs een Mindfulness-beweging in het bedrijf op poten gezet te hebben. Als mensen af en toe loskomen van hun apparatuur, zo legt hij de Times uit, dan kunnen ze “meer intieme en authentieke relaties aangaan”. Vervolgens mijmert hij nog wat over een “intern kompas” en dat we een balans moeten vinden tussen online en offline leven. “Anders worden we weggevaagd door technologie.”

Raak niet verslaafd aan het spul dat je verkoopt

Wijze woorden, maar reken er niet op dat deze technologiereuzen een stapje terug doen. Hun bedrijfsmodel is erop gericht dat we vergroeien met apparatuur en software. Misschien kunnen we ze het beste vergelijken met dealers van harddrugs. Die propageren onderling de gedachte dat je niet verslaafd moet raken aan het spul dat je verkoopt. Verslaafden, daarentegen, worden kriegel van onthoudingsprofetieën. Vandaar dat mensen die de godganse dag op Twitter en Facebook zitten altijd zo boos worden op internetsceptici. Mogelijk komt de boodschap van internetdealers ook niet aan: ze luisteren enkel naar hun driften.

Gelukkig is er hoop. De American Psychiatric Association (APA) overweegt de term ‘internetgebruikstoornis’ te introduceren in de vijfde versie van de DSM, het standaardclassificatiesysteem voor psychische aandoeningen. De beroepsvereniging heeft al een conceptdiagnose op papier. Eén die gesteld kan worden aan de hand van negen symptomen. Waaronder ontwenningsverschijnselen als internet wordt afgesloten, de gevoelde noodzaak om steeds meer tijd te besteden aan games, overmatig gebruik van internet ondanks bekendheid met de negatieve psychosociale problemen, verlies van interesses in bezigheden die men voorheen leuk vond, internetgebruik om te ontsnappen aan een sombere stemming, liegen over de tijd die op internet wordt doorgebracht en schade aan relaties, studie of baan.

Cocktail van gedragsstoornissen

Eigenlijk omschrijft de APA hier een klassieke verslaving. Larry Rosen, hoogleraar psychologie aan de California State University, gaat nog verder. In maart publiceerde hij iDisorder: Understanding Our Obsession with Technology and Overcoming Its Hold on Us. Een boek waarin hij betoogt dat internet bestaande gedragsstoornissen cultiveert. Zoals narcisme, dwangneurose, verslaving, bipolaire stoornis, ADHD, sociale fobie, hypochondrie, schizofrenie en voyeurisme.

Allemaal aandoeningen die Rosen afleidt van ons mediagebruik. Twitteren over je zielenroerselen, je vakantiefoto’s online knallen, neuzen in de fotoboeken van anderen, om de haverklap je e-mail checken, zelfdiagnoses stellen op amateuristische gezondheidsforums. Deze stoornissen culmineren volgens hem in een iDisorder. “Uit onderzoek blijkt dat er niet zoiets bestaat als multitasken”, doceert Rosen. “We kunnen slechts taken afwisselen. Met andere woorden: het ontbreekt mensen aan de mogelijkheid om de volle aandacht voor twee taken tegelijkertijd te hebben.”

Het toeval wil dat de rode draad van Rosens boek in wezen het proces van de gekookte kikker is. Hij noemt het niet zo, maar stelt dat we onvoldoende tijd hebben gehad om te wennen aan recente innovaties op het gebied van mobiele telefonie, internet en sociale media. Met de vaste telefoon ging het aanpassen nog goed, het duurde twintig jaar voordat dit medium zich had genesteld in de samenleving. Nu zwemmen we in een pan die op hoog vuur staat. Koppelen we de analogie van Facebook-directeur Stuart Crabb aan de theorie van psycholoog Larry Rosen dan zitten we tegen het kookpunt aan. We voelen ons nog lekker, zelfs nu het begint te borrelen.