Is een mede-eigenaar wel een goeie manager?

Elke vergadering van de commissarissen van tankopslag- en chemisch transportbedrijf Od-fjell begint met een verslag van de laatste veiligheids-, gezondheids- en milieu onderwerpen.

De top van de Noorse multinational (van Bergen tot Shanghai; bijna 3.800 werknemers) wil maar zeggen: niets is belangrijker. In Rotterdam en omstreken bestaat daarover inmiddels scepsis, zo niet ongeloof. Afgelopen vrijdag besloot Odfjell na een escalatie van veiligheidsstoringen en twee dagen van overleg met vier inspectiediensten en toezichthouders om zijn complete tankopslagpark in Rotterdam stil te leggen in afwachting van tank voor tank goedgekeurde veiligheidsvoorschriften. Op het park staan 281 opslagtanks.

Het stil leggen van zo’n complex is een ongewone ingreep. Kunt u zich herinneren dat de financiële handelsafdeling van een bank tijdens of na de kredietcrisis is stil gelegd vanwege gevaren voor de financiële stabiliteit van een land of regio? Nee. Dat zijn ingrepen in het particuliere bedrijfsleven waarop publieke financiële toezichthouders niet zullen aandringen. Teveel angst dat de financiële domino’s gaan rollen. Een implosie bij een financieel conglomeraat als ING laat zich bestrijden met een kapitaalinjectie van 10 miljard euro, maar een explosie bij Odfjell in Rotterdam kan uitdraaien op een nationale ramp.

Bij alle verschillen zijn er voldoende parallellen tussen kredietcrisis, toezicht en een echec à la Odfjell. De eerste is: het schoon vegen begint van boven. De Nederlandse directeur van het Rotterdamse opslagpark werd gisteren per direct vervangen. Diens Noorse baas had eind juni al zelf zijn vertrek aangekondigd.

De tweede parallel leidt naar het toezicht. Fiasco’s van deze categorie schreeuwen om uniformer, intensiever of slimmer toezicht. Of alle drie tegelijk. Hier moet gelden: de vervuiler betaalt. Banken betalen nu zelf maatregelen in het algemeen belang, zoals hogere kapitaalseisen en een verzekeringsfonds dat spaargeld veilig stelt.

De derde parallel zit ‘m in klantentrouw of -ontrouw en de financiële repercussies voor Odfjell zelf. Het Rotterdamse park is een aantrekkelijke winstmaker nu de tankervaart verliesgevend is. Maar het complex ligt stil, de kosten lopen door, extra kosten moeten worden gemaakt. Ernstiger kunnen de gevolgen zijn voor de samenwerking met de Amerikaanse private equityfinancier Lindsay Goldberg. Deze financier legde vorig jaar 247 miljoen dollar op tafel voor 49 procent van de aandelen van de tankopslag in Rotterdam, in Houston en voor een park in aanbouw in Charleston. Hoeveel wist Lindsay Goldberg van de veiligheidsproblemen bij Odfjell Rotterdam? Dreigen schadeclaims?

De meest bevreemdende parallel met diverse andere schandalen is de rol van de (mede) eigenaar. De oprichtersfamilie Odfjell is nog altijd een grote aandeelhouder in het bedrijf. Hun naam staat op de gevel. Laurence Odfjell (1965) nam twee jaar geleden de rol van president-commissaris over van Bernt Odfjell (1938). De jongere Odfjell was vorige week zelf bij het overleg met de inspecties in Rotterdam.

De theorie van ondernemingsbestuur suggereert dat managers met een substantieel aandelenbezit zich beter van hun taak kwijten dan managers zonder financieel belang. Dat bleek in de kredietcrisis een misrekening, gezien het bankroet van Bear Stearns dat deels in handen was van werknemers en van DSB Bank van Dirk Scheringa. Idem bij het afluisterschandaal bij een Britse krant van News Corp. van grootaandeelhouder Rupert Murdoch. De bankbazen ruïneerden zichzelf, Murdoch verspeelde kapitaal en competentie. Dat is ook het raadsel van Odfjells debacle. Hoe kunnen eigenaren het zo uit de hand laten lopen.

Menno Tamminga