Inspanning en prestatie

De Olympische Spelen hebben, getuige het Handvest, allerlei loffelijke doelen, zoals het bevorderen van gelijkheid. Het credo is dat het niet gaat om het winnen, maar om de deelname, omdat, zo heeft oprichter Pierre de Coubertin gesteld, „ook in het leven niet de overwinning, maar het streven naar een doel het belangrijkst is. Het belangrijkst is niet, om veroverd te hebben, maar om goed gevochten te hebben.” Een dergelijke tegeltjeswijsheid past in ieder huishouden, maar het is de vraag of het waar is. In het gewone leven wil de meerderheid toch echt dat rijbewijs of diploma halen. En wie ambitie heeft, ‘gáát ook voor die plek aan de top’, zoals dat tegenwoordig heet. Niet alleen strijden, maar ook resultaat naar inspanning.

Dat geldt zonder twijfel ook voor landen waar de prestatiedwang onmiskenbaar gericht is op resultaten en niet op waardering voor je best doen. Waar ‘je best doen’ altijd beter kan. Het is interessant dat van de BRICS-landen, die altijd in één adem worden genoemd als aanstormende leiders, de twee die geen democratie zijn, China en Rusland, het bij de Olympische Spelen aanzienlijk beter doen dan de rest (Brazilië, India en Zuid-Afrika). Dat geeft te denken. Zou er dan een relatie bestaan tussen prestatie en politiek regime? Uit zich die in een cultuur van dwang?

Dat een cultuur van bijna meedogenloze prestatie floreert in China, is onmiskenbaar, maar de druk die op sporters in een democratie als de VS of Australië wordt gelegd, is ook niet mals. In de Amerikaanse cultuur zit evenzeer prestatie verweven, en niet alleen inspanning, of het nu gaat over sport, universiteiten of zakenleven. Het blijft daarom de vraag waarom Brazilië en India onderpresteren. India heeft, behalve met cricket en squash, nooit erg uitgeblonken in sport. Wellicht heeft dat iets te maken heeft met een cultuur die, althans verbaal, eerder de nadruk legt op ascese dan op de ontwikkeling van het lichaam. Voor het exuberante Brazilië met zijn sportieve en fysieke cultuur geldt dat niet, en misschien is het een kwestie van tijd voor de Brazilianen dat andere land met een outdoors-cultuur, Australië, inhalen. En als Zuid-Afrika kan investeren in de infrastructuur die nodig is om jong talent te identificeren, komt het daar ook wel goed met de prestaties.

Sport moet fair zijn, iedereen dezelfde kans geven. Dat kon Coubertin mogelijk nog denken, maar wij weten wel beter. Naast cultuur speelt geld een rol, als noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde. Zoals vele malen is aangetoond door economen bestaat er een sterke correlatie tussen bnp, bevolkingsomvang en aantallen medailles. Dat China het beter doet dan op grond van het bnp verwacht mag worden, komt door de prestatiecultuur en door het inwonertal, dat een bijna onuitputtelijke bron van talenten garandeert. De VS doen het altijd goed omdat ze per sporter het meeste geld uitgeven. Dat faire kansen niet bestaan, toont de moderne genetica overduidelijk aan. We zijn op geen enkele manier gelijk en worden dat ondanks training ook nooit. Wie de kuiten en enkels heeft van een loper uit het Ethiopische hoogland, heeft veel meer kansen dan een breedgebouwde, uit de klei getrokken Groninger. Ook al trainen ze evenveel. Sorry, biologie is niet eerlijk.

Als landen, vanwege cultuur, inwoners en economie, niet gelijk zijn, en individuele sporters ook niet, wat komt er dan terecht van de olympische idealen? Van de uitspraak dat het gaat om all sports for all people? Dan blijft er niet veel meer over dan het creëren van een sfeer van inspiratie, identificatie met helden en nationale trots. Waardevolle doelen, maar je kunt er, als advocaat van de duivel, wel vraagtekens bij stellen of Spelen economisch gezien de beste manier zijn om dat te bereiken.

Ook biologisch gesproken zijn de Spelen trouwens onthullend. De mens is de enige soort op aarde die zich kan permitteren om systematisch energie te verspillen aan inspanningen die niets met fysiek overleven te maken hebben. Dat kan, omdat wij energie, dus voedsel, in overvloed hebben en niet gericht zijn op minimaal energieverlies. Zelfs bij zoogdieren die spelend gedrag lijken te vertonen, zoals jonge dolfijnen, of bij de paringsstrijd, heeft energieverspillend gedrag altijd een functie ten behoeve van de natuurlijke selectie. Evolutionair zijn wij uniek met ons vrijwillig hardlopen, onze sportscholen en de overtreffende trap daarvan, de Olympische Spelen.

Ik twijfel niet aan het belang van samenhorigheid. Maar de wetenschapper in mij zou wel als experiment een Olympische Spelen voor robots willen organiseren. Dan speelt alleen technische kennis en geld een rol, en schakel je daarmee variabelen uit als bevolkingsomvang en sporter (en dus biologie, blessures en psychologie). Dan blijkt misschien wel dat Coubertins idealen het meest gediend zijn door de identificatie met de persoonlijke kwetsbaarheid van de sporter die op het cruciale moment moet presteren. Dat het uiteindelijk om inspanning gaat.