Het is nooit zomaar een rijstkorrel

Deze zomer zijn weer honderden kunstenaars en vormgevers afgestudeerd. Deel 3 in een korte serie hoogtepunten: Ola Lanko, Rietveld Academie Amsterdam.

Hoogglans, 11 × 13. Dat is de eerste reactie op de muur vol foto’s van rijstkorrels. Het verslag van een heel merkwaardige vakantie. De foto’s hangen stijf tegen elkaar aan en laten allemaal een rijstkorrel zien tegen een grijze achtergrond. Elke rijstkorrel is anders. De ene mist een hoekje links, de andere is rechts breder, een derde lijkt helemaal gaaf. En dat op honderden foto’s. Loop nooit achteloos een rijstkorrel voorbij: het zijn individuen.

Ola Lanko (26) studeerde af als fotograaf aan de Rietveld Academie en heeft honderd gram rijst korrel voor korrel gefotografeerd. 5.490 foto’s leverde dat op, waarvan ze op de examenexpositie er duizend aan de muur hing. De resterende 4.490 stonden er als een blok van 60 centimeter breed op een plankje onder. Het duizelingwekkende geheim van honderd gram rijst.

Waarom? „Ik zocht naar iets wat we als iets gezamenlijks zien, wat we alleen als geheel kennen. Bovendien is rijst universeel en honderd gram rijst is wat we dagelijks nodig hebben.”

Lanko kocht de rijst in een Chinese winkel en woog honderd gram af. Alle korrels fotografeerde ze, ook de gebroken stukken. Als achtergrond gebruikte ze een groenig grof papier. „Doordat ik er met rijst overheen schoof werd het steeds grijzer.”

Lanko wil met fotografie mensen hun omgeving op een andere manier laten zien. „Rijst is iets kleins en dan lijkt een korrel onbelangrijk. Maar de korrels in honderd gram zijn allemaal belangrijk voor het geheel. Ze hebben elk een unieke vorm en structuur. Er zit een schoonheid in die we niet zien zonder van dichtbij te kijken. Fotografie maakt het mogelijk om dingen zo te benaderen.”

Lanko heeft een boek gemaakt, Required Reading, waarin ze een systeem ontwikkelt dat beschrijft hoe we beelden lezen. Ze noemt het ‘visuele geletterdheid’. „We weten veel over hoe we met teksten moeten omgaan, maar tegenover het steeds belangrijkere beeld stellen we ons naïef op.” Ze baseerde zich op vier begrippen uit de taalkunde: morfologie, syntaxis, semantiek en pragmatiek. „Met een doosje aardbeien heb ik ook zoiets als met rijst gedaan, maar dat ging over clichés: hoe de ideale aardbei in ons hoofd niets te maken heeft met de werkelijkheid. Altijd is de kleur een beetje verkeerd of zijn ze niet goed van vorm.”

Met foto’s van allerlei voorwerpen analyseert ze in haar boek hoe we kijken. Bijvoorbeeld door te laten zien hoe een stukje aardewerk verandert als ze het uit steeds andere hoeken fotografeert, of het verschil tussen een glas en de scherven daarvan en de spanning tussen een citroen en een citroenvormig flesje citroensap. Ook laat ze zien hoe verhalen en betekenissen ontstaan door foto’s van bijvoorbeeld een wachtrijbonnetje en een pijp naast elkaar te leggen. „Ik probeer connecties te leggen die een nieuwe betekenis creëren. Ik hoop dat mensen tijdens het koken van rijst aan het boek of de expositie terugdenken en anders naar de rijst kijken.”

Inl: olalanko.com