Gewone mensen

Voor zover ik weet, kom ik uit een gewoon gezin, maar de laatste dagen ben ik gaan twijfelen. Het komt door al die reportages op radio en televisie over de familie van Marianne Vos, winnares van de wielrenwedstrijd bij de Olympische Spelen. Ze staan met z’n vijven op een camping in Londen: vader Henk, moeder

Voor zover ik weet, kom ik uit een gewoon gezin, maar de laatste dagen ben ik gaan twijfelen. Het komt door al die reportages op radio en televisie over de familie van Marianne Vos, winnares van de wielrenwedstrijd bij de Olympische Spelen. Ze staan met z’n vijven op een camping in Londen: vader Henk, moeder Conny, broer Anton, goede vriendin Marlies en poes Sjekkie. In de caravans eromheen verslaggevers, die vastleggen hoe gewoon ze zijn. De familie is er inmiddels aan gewend.

Als het zilver was geweest, hadden we een dag of vier uit haar buurt moeten blijven

We zien de gewoonste dingen.

Dat ze ontbijten in oranje kleren.

Hoe die kettingrokende moeder nog koffie zet met een filter en het daarna inschenkt in plastic bekertjes. Op verzoek van RTL liet ze zien wat er in de keukenkastjes van de camper zit. Allemaal gewone dingen.

„Koffie, thee, eierkoeken, gevulde koeken….”

Vader Henk Vos die altijd sleutelt. Aan fietsen, aan het wiel van de camper, aan de kraan in het keukentje…

„Er is altijd wat te sleutelen.”

Goede vriendin Marlies die de hele dag aan haar armbandjes frutselt en broer Anton die met poes Sjekkie rondjes over de camping loopt en uitlegt dat Sjekkie in een tuigje zit omdat hij anders wegloopt.

Moeder Conny zei dat Marianne op school nooit tevreden was met een acht.

„Dat moest een negen of een tien zijn, anders werd ze min of meer boos.”

Vader Henk over de rolverdeling binnen het gezin: „Moeder wast de wielerkleding en verzorgt de camper, ik hou de fiets in topconditie en Anton doet de website.”

Broer Anton was van alle aandacht voor zijn zus overspannen geworden. „Er knapte iets, Marianne stond altijd centraal.”

Vader Henk hierover: „Het ging altijd over Marianne.”

Moeder Conny: „Je moet proberen het te verdelen.”

Vader Henk: “Maar je moet er Marianne er niet mee opzadelen.”

Inmiddels maakte broer Anton foto’s van Marianne voor de kranten en was het probleem min of meer opgelost.

Een dag na de overwinning lag vader Henk Vos alweer te sleutelen onder de camper. Hij had ‘een redelijke nacht’ gehad en zei dat hij blij was met goud.

„Want als het zilver was geweest, hadden we een dag of vier uit haar buurt moeten blijven. Dan had ze alles gesloopt, misschien wel een hele flat.”

Moeder Conny was koffie aan het zetten en trok aan haar sigaret. „Er is hier heel wat met fietsen gegooid, maar nu zijn we blij.”

Broer Hans dacht dat hij bij de finish het hardst had geschreeuwd en verder vond hij dat ze toch maar mooi veel dingen meemaakten die normale mensen niet meemaakten.

„Wij reizen Marianne overal achterna met de camper, ik denk dat normale mensen niet zoveel reizen. En ik denk dat normale mensen ook niet zomaar een handje krijgen van prinses Maxima…”

Erben Wennemars, de hyper-verslaggever van Radio 1, vroeg welke karaktereigenschappen Marianne van haar ouders had meegekregen.

Meneer Vos: „Eigenwijs.”

Mevrouw Vos: „Ik denk eigenwijsheid.”

Meneer Vos: „Mijn vrouw is ook eigenwijs.”

In de studio werd gezegd dat het hier uitspraken van gewone mensen betrof, de ouders van onze Marianne Vos uit het gewone dorp Meeuwen.