De ijdele en ijskoude luis in de politieke pels

Gore Vidal is de schrijver van een divers oeuvre, maar hij was het meest op dreef in politieke essays. In een romancyclus ving hij „het Amerikaanse Rijk”.

Gore Vidal in 1992 Foto archief NRC Handelsblad

„Let op mijn woorden. Bij zijn aftreden zal hij de minst populaire president in de Amerikaanse geschiedenis blijken te zijn.” Aldus Gore Vidal in 2002 over president George W. Bush, in zijn pamflet Dreaming War. Bush stond op dat moment, kort na de aanslagen van 9/11, op het toppunt van zijn populariteit, en werd twee jaar later overtuigend herkozen.

Zelfs de grootste bewonderaars van Vidal, de Amerikaanse auteur die gisteren op 86-jarige leeftijd in Los Angeles overleed aan complicaties ten gevolge van een longontsteking, keken elkaar vreemd aan: zou deze sluwe observator van het Amerikaanse machtsspel dan toch zijn politieke vernuft zijn kwijtgeraakt? Het duurde zes jaar voor we ons realiseerden hoezeer hij gelijk had gehad.

Gore Vidal (geboren in 1925 in West Point, de militaire academie waar zijn vader docent was) was een veelzijdig auteur – hij heeft meer dan veertig titels op zijn naam: toneelstukken, filmscripts, verhalen, romans, memoires, maar het waren zijn venijnige politieke essays waarin hij zich als auteur het best thuis voelde.

Zijn belangstelling voor de Amerikaanse politiek kreeg hij met de paplepel ingegoten. Zijn grootvader was twintig jaar lang senator voor de staat Oklahoma, zijn vader werkte voor de regering-Roosevelt. Daarnaast was hij (aangetrouwd) gelieerd aan de Kennedy-clan. Ook was hij in de verte verwant aan ex-vicepresident Al Gore, over wie hij dikwijls met smaak vertelde dat „cousin Al” ervoor zorgde dat hij nooit werd uitgenodigd voor de jaarlijkse reünie van de familie Gore.

In 1946 debuteerde hij met de roman Williwaw, maar het was zijn derde roman, The City and the Pillar, die voorgoed zijn naam vestigde – én hem, naar eigen zeggen, tot een paria maakte bij de serieuze literaire kritiek wegens de homoseksuele thematiek.

Hij schreef vervolgens enkele pulpromans onder de schuilnaam Edgar Box, maar begon in de jaren vijftig opnieuw zijn eigen naam te gebruiken. Succes had hij met cynisch-komische titels als Myra Breckinridge en Duluth (het laatste onder meer een satire op de toen populaire tv-serie Dallas).

Zijn grootste literaire prestatie is echter (naast het briljante Palimpsest, het eerste deel van zijn memoires) de zevendelige cyclus die als zijn American Saga bekend zou worden. Deze reeks historische romans begon met Washington D.C. en werd vervolgd met Burr, dat een eeuw eerder speelt en waarin meesterlijk het roerige New York van het midden van de negentiende eeuw wordt opgeroepen. De vijf overige delen (waaronder Lincoln en The Golden Age) zijn minder grandioos maar bij elkaar genomen is de cyclus een eigenzinnige beschrijving van, zoals de auteur het zelf uitdrukte, „het ontstaan van het Amerikaanse Rijk”.

Zelf deed Vidal tot driemaal toe een gooi naar een politiek ambt, alle drie de keren zonder succes. In 1960 stelde hij zich kandidaat voor het Huis van Afgevaardigden, tegen het nadrukkelijke advies van presidentskandidaat John Kennedy in (die het Huis als „a can of worms” betitelde). In 1970 voerde hij samen met Benjamin Spock de People’s Party aan in de race tegen Nixon en McGovern. En in 1982 was hij kandidaat voor het senatorschap van de staat Californië, campagne voerend onder de hilarische leus ‘You’ll get more with Gore’. Van de elf kandidaten werd hij tweede.

Vidal was al geruime tijd ziek. Hij bracht zijn laatste jaren door in Los Angeles. Tot 2006, toen zijn gezondheid hem de gang over het smalle rotspad ernaartoe onmogelijk maakte, woonde Vidal het grootste deel van zijn tijd in een schitterende villa in Ravello, tegen de rotsen aan de Italiaanse westkust. Met gespeeld misbaar wees hij gasten op de cruiseboten die dichtbij genoeg voeren om de stem van de toergidsen te horen die de toeristen wezen op „het prachtige huis van de beroemde auteur Gore Vidal”.

IJdelheid was hem, zacht uitgedrukt, niet vreemd. Hij genoot van zijn reputatie als tv-persoonlijkheid en speelde op latere leeftijd zelfs nog gastrollen in enkele films. Dat hij nooit de reputatie van generatiegenoten als Mailer, Capote en Bellow genoot zat hem dwars, al wenste hij dat nooit toe te geven: „Al die mensen die maar hun oordelen over mij klaar hebben... weten ze dan niet dat ík de rechter ben?” Met Mailer, Capote en William Buckley had hij legendarische aanvaringen op de Amerikaanse tv. De behoefte om sympathiek gevonden te worden was hem vreemd. „Ik ben precies zoals ik overkom. Er is geen warme, liefhebbende persoon daarbinnen. Als je het ijs breekt van mijn kille uiterlijk, vind je koud water.” Vidal bleef altijd volhouden dat er geen homoseksuele personen bestonden, „alleen same-sex-handelingen... De scheiding van de mensheid in twee teams getuigt van stupiditeit.” Gevraagd naar het geheim van zijn 53-jarige relatie met partner Howard Austen zei hij: „Het geheim? Geen seks!”

Vidal genoot ervan in zijn essays de heersende politieke elite én het Amerikaanse electoraat te teisteren met zijn hilarische, ijzige uitspraken. De beide grote politieke partijen werden door hem consequent „de linker- en rechtervleugel van de Kapitalistische Partij” genoemd en amnesie beschouwde hij als de ernstigste nationale kwaal. Een typerende uitspraak was: „Er is geen enkel menselijk probleem dat niet zou kunnen worden opgelost als men simpelweg mijn advies zou volgen.”

Zijn voorspellende gaven bleken overigens niet altijd even feilloos als zijn hierboven geciteerde uitspraak over George Bush. Toen in de jaren vijftig de casting gedaan werd voor zijn toneelstuk The Best Man, over twee mannen die president van de VS willen worden, stelde iemand de acteur Ronald Reagan voor. Vidal sprak zijn veto uit: „Die man is totaal ongeloofwaardig als presidentskandidaat.”