Crisis leidt tot massaal sparen

Nieuwsanalyse Nederland spaart. Met gevolgen voor de economie. Woonwinkels kwijnen. Banken kunnen de miljarden niet kwijt aan extra kredieten en hypotheken.

Lage rente of niet, Nederland spaart. Elke dag zetten huishoudens in Nederland gemiddeld meer geld op spaarrekeningen (met variabele rente) of op spaardeposito's (met vaste rente) bij banken dan zij opnemen. Dat gaat in een tempo van bijna 83 miljoen euro per dag. Meer dan 580 miljoen per week. Bijna 2,57 miljard euro per maand.

In de eerste zes maanden van dit jaar is de groei van de spaargelden bij banken inclusief uitgekeerde rente opgelopen tot ruim 15 miljard euro, zo blijkt uit cijfers op de website van toezichthouder De Nederlandsche Bank.

In de vergelijkbare periode vorig jaar steeg het spaargeld (inclusief uitgekeerde rente) per saldo met 11,8 miljard euro. Consumenten nemen uit voorzorg voor tegenslagen (werkloosheid, lastenverzwaringen) het zekere voor het onzekere en zetten meer geld opzij als zij dat kunnen.

Je ziet de somberheid in de statistieken terug in het historisch lage consumentenvertrouwen. Je ziet de voorzichtigheid van consumenten én van banken op straat terug in onverkochte eigen huizen. Met alle gevolgen van dien voor economie.

De omzet van woonwinkels daalt bijvoorbeeld al drie jaar, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) afgelopen week. Oorzaak: minder verhuizingen. De beursgenoteerde ‘slaapkamerverkoper’ Beter Bed zag zijn omzet in zijn Nederlandse winkels het afgelopen eerste halfjaar met 2 procent krimpen, de grootste terugval in de zeven Europese landen, inclusief het noodlijdende Spanje, waar Beter Bed actief is.

De ‘spaardrift’ is meer dan een kenmerkend crisisverschijnsel. Hij weerspiegelt ook rijkdom en beslissingen over vermogens. Consumenten verkiezen spaargeld boven beleggingsfondsen, aandelen of obligaties. Of zij stallen tijdelijk geld van een verkocht huis.

De stand van het spaarsaldo is per eind juni ruim 321 miljard euro.

Voor de banken is de spaardrift een plezierig fenomeen. Voor hen is het spaargeld een stabiele bron van financiering voor kredieten en woninghypotheken, stabieler dan het geld dat zij bij andere banken halen, of bij beleggers. Het spaargeld komt bovenop de miljarden die de banken ruim een half jaar geleden konden lenen van de Europese Centrale Bank, de ECB. Elke bank kon voor drie jaar geld lenen tegen 1 procent rente. Dat moest het ‘smeergeld’ zijn voor meer kredietverlening aan bedrijven en consumenten die op hun beurt de economie moesten stimuleren.

In Nederland zijn de cijfers over deze speciale ECB-leningen vertrouwelijk, zegt het ministerie van Financiën. Maar uit jaarverslagen van individuele banken, zoals SNS en de Friesland Bank, blijkt dat het ten minste 3,65 miljard euro moet zijn.

De vraag is: werkt de smeerolie?

Morgen vergadert de top van de ECB. De euroschuldencrisis en mogelijke extra maatregelen zijn, opnieuw, aan de orde. Bovendien blijkt uit de laatste peilingen dat de bancaire kredietgroei in Europa schraal is.

Hoe gaat dat hier?

De banken slagen er op dit moment niet in om al dat spaar- en ECB-geld in de Nederlandse economie weg te zetten. De kredietverlening aan bedrijven steeg in het eerste half jaar met 5,5 miljard euro, zo blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank. De woninghypotheken groeiden in deze periode met iets meer dan 5,1 miljard euro. Kortom: banken houden nog 8 miljard over.

Zijn zij te zuinig? Houden zij zelf de hand meer op de knip dan nodig is, zoals de consumenten hun consumptieve uitgaven versoberen? Het is de eeuwige strijd tussen ondernemers, die vinden dat banken meer en langer moeten doorgaan met hun kredietverlening, en banken, die vinden dat zij geen structurele verliezen van bedrijven moeten betalen. Opmerkelijk in de cijfers van De Nederlandsche Bank is dat de kredietgroei weliswaar drastisch is gekrompen, maar ondanks de krimp in de economie wel steeds positief blijft. Van groeipercentages rond 16 procent vlak voor het uitbreken van de kredietcrisis in de herfst van 2008 tot ongeveer 3 procent groei nu.

De spaardrift van de consument weerspiegelt de crisis, maar de moeite van de banken om dat in de economie weg te zetten ook.

Centrale banken, pagina 21