Bij jezelf naar binnen kijken

Als je er goed over nadenkt, is het krankjorem dat wij het gewoon vinden om eens in de zoveel tijd op een onderzoektafel te liggen, benen omhoog op koude ijzeren dingen, terwijl een dokter ons binnenste verkent. Hij wel.

Wij weten nooit hoe we er van binnen uitzien.

De gedachte alleen al dat je bij jezelf naar binnen zou kijken, jaagt veel vrouwen een blos naar het hoofd. Stel je voor wat genant hoe halen die vrouwen het in heur hersens. Alles wat zich bevindt tussen knieën en ceintuur is van hout.

Ik bepleit het recht van de vrouw op kennis omtrent haar eigen lijf en vind dat anatomie-handboeken ons die kennis in onvoldoende mate verschaffen. Zelf heb ik nog nooit het gevoel gehad dat die tekeningen van zo-zit-het-nou-in-elkaar iets te maken hebben met mijn hoogstpersoonlijke buik.

„De beste kennis put je uit ervaring. En kennis is macht.” Dat zijn in het kort de uitgangspunten van de beweging tot zelfhulp, selfhelp, Selbsthilfe, die in o.a. Amerika, Engeland, Duitsland, Nieuw-Zeeland en enige Afrikaanse landen in korte tijd veel belangstelling heeft getrokken. In Amsterdam en Den Haag zijn ook enkele groepen vrouwen bezig elkaar de zelfhulp te leren.

Op de eerste dag van het Internationaal Tribunaal over Onrecht jegens de Vrouw, in maart 1976 te Brussel, lieten Amerikaanse vrouwen met lichtbeelden, lectuur en aan zichzelf zien hoe de zelfhulp toegaat.

Met zo’n dertig mensen stond ik in een met lakens afgeschermde hoek op een bovenzaal van het Kongressenpaleis. Twee Amerikaanse vrouwen vertelden hoe een goedkoop plastic speculum het instrument tot lijfelijke zelfkennis kan zijn. Het is een soort doorzichtige vogelbek met afgeronde ‘snavels’, die je zijdelings in de vagina laat glijden en dan recht draait.

Daarna zet je met de handgreepjes de ‘snavel’ open en vast zodat de baarmoedermond zichtbaar wordt. Met een handspiegel en een klein lampje heb je dan een uitzicht dat inzicht biedt. En je ziet meer dan gynaecologen die een metalen speculum gebruiken.

Een van de vrouwen demonstreerde het. Je zou denken dat wij erbij stonden en met ons figuur geen raad wisten, maar nee, het was allemaal zo echt, dat we er spontaan over konden praten.

Het maakte indruk: de eerlijkheid van de jonge moeder die vertelde hoe zij zelf had ontdekt dat ze zwanger was; andere vrouwen die vertelden hoe ze nu de kenmerkende veranderingen zelf kunnen zien: ovulatie, naderende menstruatie, zwangerschap, moeheid, ziekte. „Mijn bloed is niet vies en donker, maar mooi rood”, zei een meisje. En „het is onzin als dokters tegen je zeggen dat je baarmoeder gekanteld is, wij hebben ontdekt dat die regelmatig een andere stand inneemt”.

Nog nooit is de cyclus van de vrouw van dag tot dag gevolgd. De doorsnee vrouw komt eenmaal per jaar of nog minder bij een vrouwenarts.

De agressie tegen de zelfhulpbeweging is hevig. De autoriteit van de arts in onze samenleving is zo onomstotelijk groot, dat op alle mogelijke manieren geprobeerd wordt de zelfhulpbeweging monddood te maken. Een van de initiatiefneemsters in de Verenigde Staten is zelfs gearresteerd op beschuldiging van onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde.

Zij leerde haar medevrouwen met het speculum omgaan en hoe je zelf je inwendige organen kunt betasten. „Schande”, riepen de heetgebakerde bewaarders van de vrouwelijke onschuld, „Iesbische streken, ontucht!”

Zelfhulp doorbreekt het dwaze taboe dat op de vrouwelijke geslachtsorganen rust en dat de macht van de medici over ons lijf groter laat zijn dan nodig is. De agressie tegen zelfhulp is kenmerkend voor een maatschappij-opvatting waarin de geslachtsorganen van de vrouw eigenlijk aan de man toebehoren. Hij zal wel uitmaken of we kinderen moeten krijgen of niet en het genot moet allereerst aan hem toekomen. Zelfhulp maakt vrouwen van deze onderdrukking bewust.

Dat er in de maatschappij iets door zal veranderen, onder meer in de relatie van de vrouw tot haar eigen lijf en in de relatie arts-vrouw is wel duidelijk.

Informatie over Zelfhulp bij de Vrouwenhuizen.

Uit NRC Handelsblad, 8 maart 1976