‘Als ze maar niet te vaak met hun ogen knipperen’

Ultrakort 2012 wordt afgesloten met Aurora van Aimée de Jongh, zeer vrij naar Disney. De laatste in een serie van vier Nederlandse animatiefilms draait voor ‘Abraham Lincoln’.

Vrouw alleen in een bos vol verschrikkingen. Still uit Aurora.

Er hoeft maar even iemand met zijn ogen te knipperen, of er zijn meteen twee weken werk weg”, zegt Aimée de Jongh (23) met iets van verontwaardiging in de stem. Haar twee minuten durende animatiefilm Aurora heeft vijf maanden werk gekost, met De Jongh als regisseur en hoofdtekenaar en vier mensen onder haar, als animatoren en inkleurders.

Geen wonder dat ze inmiddels met een zekere opluchting weer aan haar niet-bewegende tekenwerk is gegaan: een graphic novel die nog geen titel heeft, en die in 2014 bij uitgeverij Oog & Blik moet verschijnen. „Bij een boek”, zegt ze, „kun je een tekening nog eens bekijken, terugbladeren, genieten. En ik kan lekker alleen werken.”

Maar ze gaat morgen zeker naar de Pathé-bioscoop op het Rotterdamse Schouwburgplein als daar, in het voorprogramma van Abraham Lincoln: Vampire Hunter voor het eerst haar Aurora zijn publiek ontmoet. Aurora is de laatste van vier Nederlandse animatiefilms in het project Ultrakort, een gezamenlijk initiatief van het Nederlands Filmfonds en het bioscoopconcern Pathé. Vier jonge animatiefilmmakers kregen daarbij de mogelijkheid ieder een voorfilm te maken voor een zomerse kaskraker. Die van De Jongh draait aldus deze week in 71 zalen.

„Pathé had mijn film eerst bij The Dark Knight Rises in het voorprogramma willen zetten”, vertelt De Jongh. „Goed dat dat niet is doorgegaan. Die schietpartij was in het stadje Aurora. Met zo’n titel hadden ze mijn film vast teruggetrokken.”

Het scenario van Aurora – uitgangspunt zijn spookachtige ‘witte wieven’ die een bos onveilig maken – is van Jantiene de Kroon van het productiehuis Mooves. Zij heeft De Jongh aangezocht, die al sinds ze op zeventienjarige leeftijd haar debuutalbum Aimée TV publiceerde, groeiende bekendheid geniet als striptekenares, onder andere van Snippers in het dagblad Metro.

Als tekenares is ze autodidact. Pas na haar opmerkelijk debuut ging ze naar de Willem de Kooning-academie in Rotterdam, waar ze vorig jaar afstudeerde. Met een animatiefilm, maar zonder de vooropgezette gedachte om nu voortaan films te gaan maken. „Toen ik een keus voor een afdeling moest maken, deed film op de academie nog het meest aan striptekenen denken. Omdat je een storyboard hebt bijvoorbeeld.”

Ze wordt een Nederlandse tekenaar van manga genoemd. Maar de verwijzing naar deze Japanse school in strips is maar een etiket, zegt ze: „Ik wil me op allerlei manieren ontwikkelen, ook in realistische stijl. Ik wil beter worden.”

Aurora begint met een achtervolging door het grote, donkere bos. „Eng”, vindt De Jongh. Het is nadrukkelijk geen film voor kinderen. Wie in de eerste scènes een gelijkenis met de Disney-film Doornroosje opvalt – goed geraden. De Jongh heeft goed gekeken naar het donkere, blauwige Disney-bos, en haar vrouwelijke hoofdpersoon verliest ook een schoen. Maar blijkt aan het einde van de film toch echt een heel ander soort prinses.

Een op hakken rennende gestalte tekenen was een van de moeilijkste opgaven, vertelt De Jongh. Ze had eigenlijk wel de methode van de ‘Rotoscopie’ willen toepassen, zoals ze dat bij de Disney-studio’s in de jaren vijftig deden: een film maken van een levend model op hakken dat rent, en die frames dan overtrekken. Maar het zat er niet in: er moesten op de computer 24 beeldjes per seconde worden getekend – als je dat beseft zijn vijf maanden helemaal niet lang.

Dus hopelijk gaat er morgen helemaal niemand popcorn halen tijdens Aurora: „Mist-ie maanden werk.”