Afwaskampje

In een gehuurde Ford Fiesta die mijn vriendin en ik voor de gelegenheid Marcelleke hebben gedoopt, rijden we vanuit Amsterdam eerst door België en daarna de Route du Soleil af. Onderweg tel ik, verveeld, de caravans die we inhalen. Ik kan niet rijden en heb dankzij een geleende tomtom ook niets in te brengen over de route. Na driehonderd caravans haak ik af. Het overgrote deel van de colonne heeft Nederlandse nummerplaten. Ik moet denken aan dat andere stereotiepe beeld: Turken die in een volgeladen busje, met gordijntjes voor de raampjes, op reis gaan.

Na onze eerste nacht en ochtend op een camping in de Provence loop ik ’s ochtends met rugpijn en een teiltje met vuile vaat naar de sanitaire voorzieningen. U kent het: toiletten, douches, wasmachines en afwasbakken. Ik kies voor de afwasbakken. Daar word ik verbaasd aangekeken door zes vrouwen. Niet vanwege mijn woest aantrekkelijke Turkse uiterlijk. Was het maar waar. „Goedemorgen..eehh..Bonsjoer”, knik ik. En nu kijken ze nog verbaasder. „Goedemorgen”, antwoordt het vrouwenkoor. Aha: Nederlands. Ietwat verlegen houd ik mijn teiltje voor me, of nee: ik verstop me erachter. Ik wurm me tussen hen in. Hun ogen prikken in mijn rug en ik voel me een indringer in dit vrouwenbastion.

Even later komt een andere man afwassen. Een Fransman. Het zal toch niet waar zijn, denk ik, dat die zogenaamd geëmancipeerde Nederlanders net zo traditioneel zijn als die Turken? Althans, zodra de vaatwasser ontbreekt?

Dit ritueel herhaalt zich een week lang. Elke keer sta ik als enige Nederlandse man tussen de vrouwen. Tot gisteren. Ik ontdek in ons afwaskampje een Nederlandse man die onhandig, doch vol overgave in de weer is met een afwasborstel. Ik volg hem stiekem naar zijn tent. Onderweg passeer ik een paar Hollandse mannen (een van hen draagt hele mooie blauwe klompen) die petanque spelen. Ik bewonder intussen de schotelantenne die een andere op zijn caravan bijstelt om de Olympische Spelen beter te kunnen volgen. Dan duikt de Nederlandse afwasser zijn tent in. Zijn piepkleine tent. Want hij reist alleen. Nu heb ik er genoeg van! Zo mannelijk mogelijk marcheer ik naar onze tent. Gooi de afwasteil van me af.

Ik pomp mezelf op en probeer mijn vriendin streng aan te kijken. Ten slotte vraag ik haar met een heel klein piepstemmetje: „Wil jij vanaf morgen de afwas doen?” „Is goed”, zegt ze, „hang jij de was even op?”