Vliegen de zwaluwen laag, regen vandaag

Tijdens de zomermaanden gaat de Achterpagina op zoek naar zinnige en onzinnige vakantiefabels. Vandaag: Zwaluwen en hun betrouwbare weersvoorspellingen.

‘Vliegen de zwaluwen hoog, dan is het weer schoon en droog, vliegen ze laag, regen voor vandaag.’ Hoewel bijna iedereen buienradar.nl inmiddels binnen handbereik heeft, verwijzen we nog steeds graag naar deze oude weerspreuk wanneer een zwaluw laag overvliegt. „Ojee, slecht weer op komst”, wordt er dan geroepen. Maar geven zwaluwen inderdaad een betrouwbare voorspelling?

„Ja”, zegt Harry Geurts van het KNMI, „zwaluwen vliegen werkelijk lager als er slecht weer aankomt.” Als verklaring noemt hij ‘thermiek’, de opwaartse bewegingen in de lucht bij mooi weer die zweefvliegers bijvoorbeeld gebruiken om hoogte te winnen. Die opstijgende lucht neemt insecten mee naar boven, waardoor zwaluwen niet naar beneden hoeven voor hun voedsel. Geurts: „Bij somber en nat weer is er minder thermiek. De insecten blijven dan lager bij de grond en de zwaluwen dus ook.”

De weersvoorspelling komt bij uitstek van zwaluwen omdat het de enige vogels zijn die hun voedsel altijd in de lucht vangen, weet John Videler, emeritus hoogleraar Bionica aan de Rijks Universiteit Groningen en schrijver van het boek Hoe vogels vliegen. Videler: „Gierzwaluwen (die bekende zwarte pijltjes in de lucht) komen de eerste drie jaar van hun leven zelfs helemaal niet op de grond en daarna alleen om te broeden in hoge gebouwen.” Ze slapen vliegend op enkele kilometers hoogte en drinken van de regen.

Het is volgens Videler een hele kunst om met grote snelheid een insect uit de lucht te happen. „Spreeuwen en meeuwen kunnen het ook wel, maar niet zo kundig als de zwaluwen die er echt in gespecialiseerd zijn.” Onderzoekers proberen er nog steeds achter te komen hoe een zwaluw dat precies doet, maar vermoedelijk heeft het iets te maken met de lange handvleugels van de zwaluw. Daarmee kunnen ze goed manoeuvreren en scherpe bochten nemen.

Als het slechte weer eenmaal arriveert, is er geen gierzwaluw meer te bekennen. Met zo’n 100 kilometer per uur vliegen ze naar een gunstiger gebied om voedsel te vinden. Videler: „Hun jongen blijven wachten in het nest en komen in een soort bewusteloze staat terecht met een laag metabolisme, zodat ze het volhouden tot hun ouders terugkeren.”

Volwassen gierzwaluwen zijn op dit moment overigens al onderweg naar Afrika. Ook nu blijven de dikke jongen achter in het nest. Daar doen ze rek- en strekoefeningen tot ze licht genoeg zijn om zichzelf te leren vliegen. Na wat oefenvluchten reizen ze, via een andere route, hun ouders achterna. Voor onze weersvoorspellingen zullen we het de komende tijd dus moeten doen met de boerenzwaluw, die pas veel later naar het zuiden vertrekt.

Adinda Akkermans