Veiligheid of schijnveiligheid

De gevaarlijke situatie bij het tankopslagbedrijf Odfjell in de Botlek heeft vandaag een slachtoffer geëist. De algemeen directeur van de Rotterdamse vestiging van dit Noorse bedrijf is uit zijn functie gezet. Dit laat de bange vraag nog onbeantwoord hoeveel werkelijke slachtoffers er in het Rijnmondgebied hadden kunnen vallen als er zich bij een van de opslagtanks, waarvan de koel- en blusvoorzieningen ondeugdelijk bleken te zijn, een gasontploffing had voorgedaan.

Acuut explosiegevaar was een van de redenen waarom milieudienst DCMR en andere inspecties vrijdag Odfjell tot het uitzonderlijke besluit dwongen om vrijwel alle activiteiten op zijn bedrijventerrein stop te zetten. Er was sprake van „een ernstig veiligheidsrisico voor de omgeving”, verklaarde de milieudienst.

Na, onder meer, de grote brand in Moerdijk bij het bedrijf Chemie- Pack begin vorig jaar, roept dit opnieuw vragen op over het veiligheidsbeleid rond (petro-)chemische bedrijven in Nederland. De ingreep bij Odfjell kwam gelukkig op tijd, maar voor hetzelfde geld was dit niet zo geweest. Het bedrijf is eerder herhaaldelijk betrapt op overtreding van de veiligheidsregels zonder dat het vervolgens afdoende maatregelen nam.

Een quickscan van overheidswege onder tachtig bedrijven wees vorig jaar uit dat bij 60 procent overtredingen werden geconstateerd, in totaal 259. Bij deze 48 bedrijven waren ook in 2010 al overtredingen vastgesteld en bij 8 in drie opeenvolgende jaren. Het gaat hier om recidivisten die met gevaarlijk stoffen werken. Opnieuw roept dit de stelling in herinnering van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen, daterend van april 2010, dat er in Nederland in de omgeving van chemische bedrijven slechts sprake is van „schijnveiligheid”. Deze adviesraad, opgericht na de vuurwerkramp in Enschede van 2000, is dit jaar door het kabinet-Rutte opgeheven. Ondanks protest, nota bene, van de chemische industrie zelf.

Een les die staatssecretaris Atsma (Milieu, CDA) uit de Moerdijk- brand heeft getrokken, heeft geleid tot de instelling, in 2013, van vijf gespecialiseerde diensten voor het toezicht op risicovolle bedrijven. Het is de vraag of deze regionaal opererende diensten het afdoende antwoord zijn op te grote, bestuurlijke versnippering van de inspecties in Nederland. Ook zij zullen opereren onder de vlag van gemeenten of provincies. Benodigd zijn onafhankelijke controleurs met vergaande bevoegdheden, voor wie één motto moet gelden: veiligheid gaat voor alles.