Tsja, hoe verboek je zo'n trui?

Een boek wordt vaak verfilmd, maar het kan ook andersom. De detectiveserie The Killing is een hit op tv. Binnenkort verschijnt het boek. Werkt het?

Medewerker Boeken

Hoofdpersoon Sarah Lund uit The Killing is een inspecteur met een Mart Smeets-trui. Dat heb je in één oogopslag gezien, maar zo kun je dat niet opschrijven als je een ander dan Nederlandse publiek voor ogen hebt. Dan heb je het over een warme, lekker zittende zwart-wit trui met wol van de Faeröer Eilanden, waarover een collega opmerkt dat zijn oma die ook droeg. Veel woorden voor een simpel beeld, maar ze zijn wel nodig om een inspecteur te karakteriseren die zo goed als woont in die trui.

De Britse schrijver David Hewson, die vooral bekend is van zijn in Rome afspelende detectiveromans rondom Nic Costa, kreeg de opdracht om de Deense detectiveserie The Killing te verboeken – en het boek naar aanleiding van seizoen 1 verschijnt nu in Nederlandse vertaling. De televisieserie is de komende weken elke dag te zien op Nederland 2.

Een serie van twintig delen omzetten in één boek terwijl het gezegde vertelt dat een beeld meer kan zeggen dan duizend woorden, dat is een zware klus. Maar commercieel gezien is het interessant: er zijn een hoop liefhebbers van de serie, die inmiddels een beetje dezelfde cultstatus heeft als Twin Peaks in de jaren negentig: als het goed gebeurt, bereik je een bezield publiek.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een verfilming haalt meestal de dramatische krenten uit de pap van het verhaal, maar een ‘verboeking’ vraagt vaak om uitbreiding van het verhaal. Bovendien is een verfilming vaak een interpretatie van het boek – maar als je het verhaal geen onrecht wilt doen, zul je in een boek hoogstens onzichtbare details kunnen toevoegen, extra overwegingen, verdiepingen – die de spanning er eerder uithalen dan toevoegen.

Een voordeel is dat je met je beschrijvingen nooit de mist in hoeft te gaan – als een acteur flaporen heeft, kan het personage die ook gerust hebben – andersom is dat nog maar afwachten en een kwestie van casting. Zo heeft bijvoorbeeld hoofdpersoon Osewoudt in W.F. Hermans’ roman De donkere kamer van Damokles geen baardgroei. Dat is een zeer wezenlijk onderdeel van het karakter, benadrukt de roman. In de verfilming door Fons Rademakers (Als twee druppels water) is Osewoudt weliswaar gladgeschoren, maar hij ontsnapt in verschillende scènes toch niet aan een baardschaduw. Reden voor W.F. Hermans om de verfilming van zijn boek indertijd uitgebreid af te kraken.

Maar dat probleem heeft de schrijver van The Killing dus niet. Maar is deze trage en toch spannende serie wel succesvol om te zetten in een tekst? De dialogen zijn vrij eenvoudig over te nemen en dat doet Hewson dan ook bijna woordelijk. Hij voegt af en toe nog wat dialoog toe (een opmerking over de trui, of de suggestie van een medewerker van politicus Troels Hartmann dat hij maar beter een relatie kan beginnen met inspecteur Lund, omdat ze beiden gefocust zijn op hun werk). Waar een goede dialoog vaak een struikelblok voor de roman vormt, heeft Hewson daar geen last van. Op tv werken ze, en op papier ook.

Lastiger is het moment van de moord meteen aan het begin. In de serie zie je een meisje rennen en struikelen, de onbestemde dreiging overvalt je onmiddellijk. Pas later kom je erachter dat het hier om Nanna Birk Larsen gaat. Hewson gaat de mist in met zijn poging het even spannend te maken, ook nog wat tragiek toe te voegen en en passant nog wat personages te introduceren. Hij opent met: ‘Nanna Birk Larsen rent dwars door het donkere bos waar de dode bomen geen enkele beschutting bieden. Ze is negentien, buiten adem, en ze rilt in haar minuscule, gescheurde slipje terwijl ze op blote voeten struikelt in de zuigende modder. Wrede wortels haken zich vast om haar enkels, terwijl een wirwar van takken over haar bleke, wild zwaaiende armen krast’. Dat zijn tien bijvoeglijk naamwoorden in drie zinnen, minstens negen te veel dus, waarbij je je ook nog afvraagt wat je je moet voorstellen bij wrede wortels: bedoelt Hewson oranje wortels, witte, of heeft hij het misschien over familiewortels? Terwijl ze holt, denkt ze aan haar ouders die dus direct als warm en betrouwbaar geschetst worden.

En zo zijn er meer kwesties. Theis is een man van weinig woorden, schrijft Hewson enkele keren. Een overbodige mededeling, want die man zegt inderdaad bijna niets. En ook andere wat al te gewone omschrijvingen als ‘gemoedelijke chaos’ of ‘de zoveelste receptie. Dat maakte onderdeel uit van het politieke programma’ vertragen het verhaal onnodig.

Toch is het boek niet mislukt, sterker nog, op enkele punten is het beter dan de serie. De achtergrondmuziek die elke cliffhanger markeert, ontbreekt natuurlijk, en vooral het prachtig geacteerde verdriet van Nanna’s moeder, die per aflevering ouder wordt, valt niet naar het papier te verplaatsen. Maar ook Hewson weet haar verdriet goed neer te zetten. En de omschrijving van de assistente en vriendin van Troels Hartmann is raak: ‘Vandaag droeg ze een slank gesneden, groen pakje. Erg duur. Haar donkere kapsel leek wel geïnspireerd op de foto op Hartmanns bureau. Jackie Kennedy in 1963, met halflang haar dat met een slag in haar ranke nek gekapt was, schijnbaar nonchalant, maar met elk haartje precies op zijn plek. Weber [de campagneleider] noemde het het presidentiële begrafeniskapsel’. Dat is een beschrijving die wat toevoegt, en die je bijblijft.

Het sterkst is echter het afwijkende slot. In de serie ben je de laatste twee afleveringen toch wat teleurgesteld, omdat de afronding zo weinig subtiel is. Vagn als loyale vriend wordt aan het slot ongenuanceerd als slechterik neergezet. Zijn blik is opeens anders, zijn vriendelijkheid is doortrapt en de spanning is uit de cliffhangers verdwenen, omdat het nu een kwestie is van wachten tot Vagn opgepakt dan wel doodgeschoten wordt – en of hij nog meer slachtoffers maakt. Ook de hele scène waarin hij vertelt wat hij heeft gedaan, is wat ongeloofwaardig.

Hewson heeft van de moordenaar daadwerkelijk een seriemoordenaar gemaakt – terwijl het in de serie bij twee 19-jarige slachtoffers blijft – en hoewel de seriemoordenaar natuurlijk ook een cliché op zichzelf is, werkt dat hier wel om de spanning op peil te houden.

Hewson schreef een slot waarbij Vagn beter past in het profiel dat hij vanaf het begin meekreeg. Verder zal ik hier geen spoiler toepassen. Of eentje dan ter geruststelling van wie dat het pijnlijkste moment in de serie vond: Meyer – Lunds collega – overleeft.

David Hewson: De Killing (Uit het Engels vertaald door Janine van der Kooij en Nienke van der Meulen) verschijnt 7 augustus bij Meulenhoff, 688 blz. € 19,95