Tien minuten om lijf te repareren

Dex Elmont verloor gisteren in de halve finales in de klasse tot 73 kilo. De strijd om brons is door het schema oneerlijk: judoka’s in de herkansing krijgen meer rust.

Terwijl de woorden stroperig uit zijn mond komen ziet Dex Elmont vanuit zijn ooghoek op een televisiescherm de Fransman Ugo Legrand een bronzen medaille winnen. „Hij wel”, bromt de judoka. Elmont werd vijfde en vervloekte de goden. De Fransman die hij in de kwartfinale had verslagen vierde zijn feestje. Zo wreed kan judo zijn.

Dat Elmont de halve finales bereikte maar zijn slachtoffer uit de kwartfinale brons won, kan dankzij het systeem van de herkansingen. Legrand vocht zich via die sluiproute naar een van de twee gevechten om brons. Elmont werd na de verloren halve finale gedumpt in de strijd om brons tegen de andere winnaar van de herkansing – de Mongoliër Nyam-Ochir Sainjargal – en verloor. En had uiteindelijk niks.

De gevechten om de twee bronzen medailles zijn op voorhand ongelijk, omdat beide winnaars van de herkansing aanzienlijk meer rust krijgen. Waar Elmont na zijn halve finale, die vanwege de golden score ook nog eens met drie minuten werd verlengd, slecht tien minuten de tijd had zijn gepijnigde lichaam te repareren, kreeg Sainjargal bijna een uur rust. „Man, ik had nauwelijks nog kracht in mijn benen”, zei Elmont. „Er zat die laatste partij niets meer in. Ik kon echt niet beter.”

Ook al wisten Elmont en zijn coach Maarten Arens dat het toernooischema zo in elkaar steekt, wond de trainer er zich over op. Met overslaande stem: „Ik snap niet dat de herkansingen en de halve finales bij de Olympische Spelen zijn omgedraaid. Bij alle andere toernooien heb je eerst de halve finale en dan de herkansing. Die volgorde is eerlijk. Dit slaat nergens op.”

Arens’ woorden waren gedompeld in frustratie. Elmont was zó dicht bij een medaille. En dan moet je de enorme Excelhal in Londen met lege handen verlaten. Dat doet pijn. Heel veel pijn. „Als je op deze manier een medaille verspeelt zeurt dat nog wel een poosje door”, zei de ervaren technisch directeur van de judobond, Cor van der Geest. Om daar enige octaven hoger aan toe te voegen: „Want het zijn wel de Olympische Spelen, hè. Daar komt de teleurstelling extra hard aan.”

Woorden die Elmont onderstreepte met zijn gezichtsuitdrukking. Een striptekenaar zou een donderwolk boven zijn hoofd hebben getekend. En de analyse van de judoka bestond meer uit gebrom dan uit samenhangende teksten. Zijn gemoedstoestand omschreef Elmont als „versuft”.

Maar uit de krochten van zijn geestesgesteldheid steeg zowaar ook iets positiefs op. Dex Elmont constateerde dat hij het verschil met zijn concurrenten in de gewichtsklasse tot 73 kilogram weer heeft verkleind. De Japanner Riki Nakaya had hij in de halve finale bijna te pakken, terwijl het krachtsverschil voordien groter was geweest. Deze keer moesten de scheidsrechter het Salomonsoordeel vellen. En die nederlaag ‘op vlaggetjes’ voelde voor Elmont ondanks alles toch als een beetje winnen.

Nee, Elmont wilde niet klagen over de loting. Hij wenste zich niet verschuilen achter de tegenvaller dat hij zijn Angstgegner Nakaya al in de halve finale tegenkwam. En evenmin had hij gedacht aan de verloren WK-finale van vorig jaar tegen de sterke Japanner. Elmont: „Elk gevecht is een nieuwe gevecht. En deze keer was ik er dichtbij. Nee, ik weet niet wat ik anders had moeten doen om hem te verslaan. Maar eens zal het lukken. Dan maar over vier jaar bij de Spelen in Rio de Janeiro.”

Judo kan wreed zijn. Vooral omdat de verschillen in de top van elke gewichtsklasse gering zijn. Het zijn dezelfde judoka’s tussen wie doorgaans de prijzen worden verdeeld. Het gaat om details. Maar steeds hoopt Elmont, die bij de vorige Spelen in Peking nog in de klasse tot 66 kilogram uitkwam, dat zijn geïntensiveerde trainingen in combinatie met toegenomen ervaring hem aan een titel helpt.

Want dat is waaraan het ontbreekt bij Elmont: hij is goed, maar heeft nog geen grote prijs gewonnen. Vanzelfsprekend tot teleurstelling van hemzelf, maar ook van Cor van der Geest, de peetvader van het Nederlandse judo, die de broers Guillaume (vandaag in actie) en Dex Elmont vanuit Amsterdam naar zijn Haarlemse club Kenamju haalde. „Dex is een aangenaam mens. Ik gun iedereen zijn medaille, maar hem in het bijzonder.”