Nederlandse hockeyers krijgen een gratis les van India: scherp blijven

De hockeyers wonnen in hun eerste duel, met 3-2 van India. Maar de controle was soms ver te zoeken.

Londen. Toen Paul van Ass twee jaar geleden verrassend werd benoemd tot bondscoach van de Nederlandse hockeymannen beloofde hij dat het afgelopen zou zijn met het eindeloze heen-en-weer geflats, dat risicoloze spelletje waarbij de ‘controle’ heilig was verklaard. Het avontuur moest terug – de bal moest er weer in.

Gisteren opende de ploeg van de flamboyante bondscoach zijn olympische toernooi in de Riverside Arena met een benauwde zege op India (3-2). En het moet gezegd: het avontuur is terug, en de controle was vaak ver te zoeken.

Maar Van Ass is er de man niet naar om in paniek te raken. Hij toonde zich zelfs dankbaar voor de „gratis lessen” die de fris spelende Indiërs Nederland hadden aangeboden in deze fase van het toernooi. Toen Nederland in de tweede helft bij een riante voorsprong (2-0) verzuimde verder uit te lopen op de nummer tien van de wereldranglijst, sloeg India in een paar minuten tijd tweemaal toe. „We waren nog niet op ons scherpst. Het zou dom zijn om niets uit die lessen te leren”, zei Van Ass . Maar echt bezorgd om de goede afloop was hij niet geweest. „Nee, ik heb nul zorgen gehad. Eigenlijk was het wel interessant dat India terugkwam, al had ik dat niet verwacht. Maar je kunt het beter nu hebben dan verderop in het toernooi. Het belangrijkste is dat we de eerste wedstrijd van de Spelen hebben gewonnen.”

Dat had de ploeg van Van Ass te danken aan één van de vele olympische debutanten op het veld, strafcornerspecialist Mink van der Weerden, die kort na de gelijkmaker van India toesloeg. Het perfecte rendement van de Nederlandse corner – ook Roderick Weusthof had zijn enige strafcorner verzilverd – was pikant. Want de ogen van de argwanende Nederlandse hockeywereld zijn extra op Van Ass gericht sinds hij routinier en cornerspecialist Taeke Taekema begin deze maand, voor de tweede keer binnen een half jaar, uit zijn olympische selectie liet. Taekema zou niet goed in het spelconcept passen dat Van Ass voorstaat.

Het eerste olympische optreden op het blauwe kunstgrasveld van Londen toonde aan dat die spelwijze nog fors moet verbeteren wil Nederland volgende week meestrijden om de medailles. De ploeg, die in de groepsfase ook Nieuw-Zeeland, Korea, België en Duitsland treft, oogde tegen India in de tweede helft vooral op het middenveld en in de defensie kwetsbaar. De snel counterende Indiërs, die vanaf de eerste minuut weigerden zich in te graven tegen Nederland, doken bij balverlies keer op keer in de cirkel van doelman Jaap Stockmann op.

Maar ondanks alle dreiging reageerden de Nederlandse spelers tamelijk laconiek. „Ik vond het wel meevallen, zoveel kansen kregen ze niet”, vond Robert van der Horst. Aanvoerder Floris Evers, die nog was gepasseerd voor de Spelen van Peking, erkende dat er nog veel te verbeteren valt aan het spel van zijn team. „Maar ik ben trots op de ploeg. We hebben veel spelers die nog nooit op de Spelen hebben gehockeyd. Na de gelijkmaker van India hadden we ook kunnen verzuipen. Winnen was vandaag het belangrijkste. We zijn echt niet aan het zweven.”

Hij was verrast door de kracht van India, dat in het begin van de twintigste eeuw ongrijpbaar was voor de rest van de wereld. Met acht olympische hockeytitels – de laatste dateert van 1980 – is het land nog altijd recordhouder. Sinds de opkomst van het kunstgras zakte India weg naar een bedenkelijk niveau, maar inmiddels beschikken de Aziaten weer over een aardige ploeg – onder leiding van de Australische coach Michael Nobbs – met vooral op het middenveld een aantal watervlugge, uiterst behendige dribbelaars, ooit hun gevreesde handelsmerk. „Ik zie deze ploeg tegen de andere landen in onze groep nog wel punten pakken”, zei Evers.

Redacteur Olympische Spelen