Journalistenkeurmerk

Waarschijnlijk drinkt Rutger Castricum op dit moment witte wijn met ijsklontjes op Ibiza en heeft hij geen tijd om persberichten van de Universiteit van Amsterdam te lezen. Volgens een recent onderzoek in opdracht van de landelijke Stichting Mediaombudsman wil een op de twee Nederlanders een keurmerk voor journalisten. Journalisten moeten journalistiek hebben gestudeerd en zich aan de journalistieke regels houden.

Op de voorlichtingssite van de UvA vinden we meer informatie over die journalistieke regels: het scherper scheiden van nieuws en reclame, feit en opinie. Altijd hoor en wederhoor. En een journalistieke tuchtcommissie die sancties kan opleggen. Een journalist mag – volgens 65 procent van de Nederlanders – niet meer in de media werken als hij of zij de journalistieke regels heeft overtreden: Berufsverbot!

Goede onafhankelijke journalistiek – wie kan het daar nu niet mee eens zijn? Ook Rob Vreeken pleitte afgelopen week in de Volkskrant voor een journalistieke controlecommissie. Hij richt er zelfs een stichting voor op: de Vereniging Vrienden van de Mediawerkgroep Syrië, die zich als een luis in de pels zal buigen over waarheidsvinding, specifiek rondom de berichtgeving over Syrië. Want: daar gaat van alles mis en weten we nooit zeker of berichten onafhankelijk zijn.

Tuurlijk, Syrië. Dat is ver weg en ver weg rommelt de journalistiek maar wat aan. Maar hier, een keurmerk? Toen Naema Tahir eerder dit jaar in Buitenhof pleitte voor een fatsoenskeurmerk voor journalisten op het Binnenhof kreeg ze de volle laag. Uiteraard vormt een statistisch onderzoek een lastiger doelwit dan de mening van een columnist, zeker als naam en toenaam worden genoemd van media die niet aan de norm zouden voldoen – Powned - maar toch.

In tijden van maatschappelijke, politieke en dus ook journalistieke verwarring – neem de verschillende analyses rondom de eurocrisis – zou een journalistiek keurmerk heerlijk zijn. Ook ik zou willen dat er een onafhankelijk verhaal over de euro bestond. Dus dat de Nederlander (nu ja, meer dan de helft) snakt naar opinion free journalism begrijp ik goed. Al lijkt de behoefte aan onafhankelijke journalistiek en media haaks te staan op het Nederlandse pluriforme omroepbestel – iedere mogelijke denominatie een eigen omroep – het lijkt weer prima te passen in de huidige politieke lijn van het uitkleden van de publieke omroep. Van versplinterde meninkjesmedia naar de totalitaire metamedia, waarbij er boven alle journalistieke uitingen ook nog eens een ‘onafhankelijke expert’ bestaat om te kijken of het allemaal wel goed gaat. Ik wacht met spanning op dat keurmerk van de nieuwe Big Brother en maak mijzelf op voor een nieuw soort column na de vakantie: de metametamediacolumn.