Hockeyavontuur is terug, maar de controle is nog ver te zoeken

De mannenhockeyploeg won zijn eerste duel moeizaam met 3-2 van India. „Winnen was het belangrijkste. We zijn echt niet aan het zweven”, zei aanvoerder Floris Evers.

Toen Paul van Ass twee jaar geleden verrassend werd benoemd tot bondscoach van de Nederlandse hockeymannen beloofde hij dat het afgelopen zou zijn met het eindeloze heen-en-weer geflats achterin, dat risicoloze spelletje van het oude Oranjeteam, waarbij de ‘controle’ over de wedstrijd heilig was verklaard. Het avontuur moest terug in de ploeg, sprak Van Ass ambitieus – die bal moest er weer in.

Gistermiddag opende de ploeg van de flamboyante coach zijn olympische toernooi met een benauwde 3-2 zege op India. En het moet gezegd: het avontuur is terug, en de controle was vaak ver te zoeken.

Maar Van Ass raakt niet snel in paniek. Hij toonde zich na afloop zelfs dankbaar voor de „gratis lessen” die de frank en vrij spelende Indiërs zijn ploeg had aangeboden, vooral in deze vroege fase van het toernooi. Toen Nederland in de tweede helft bij een 2-0 voorsprong verzuimde het karwei meteen af te maken tegen de nummer tien van de wereld, sloeg India in een paar minuten tijd tweemaal toe. „We waren nog niet op ons scherpst”, zei Van Ass. „Het zou dom zijn niets uit die lessen te leren.”

Echt bezorgd om de goede afloop was hij niet geweest. „Nee, ik heb nul zorgen gehad. Eigenlijk was het wel interessant dat India terugkwam, al had ik dat niet verwacht. Maar je kunt het beter nu hebben dan verderop in het toernooi. Het belangrijkste is dat we de eerste wedstrijd van de Spelen hebben gewonnen.”

Dat had de ploeg van Van Ass te danken aan één olympisch debutant en strafcornerspecialist Mink van der Weerden, die kort na de gelijkmaker van India toesloeg. Het perfecte rendement van de Nederlandse specialiteit – ook Roderick Weusthof verzilverde zijn enige strafcorner – was pikant. De ogen van de argwanende Nederlandse hockeywereld zijn extra op Van Ass gericht, sinds hij routinier en strafcornerspecialist Taeke Taekema begin deze maand, voor de tweede keer binnen een half jaar, liet vallen uit zijn selectie. De aanvoerder van Amsterdam zou niet passen in het spelconcept.

In Londen staat een Nederlandse ploeg die na twaalf wisselvallige jaren weer wil aanhaken bij de echte wereldtop, al jaren gevormd door Australië en Duitsland. Van Ass vond nieuwe spelers met nieuwe energie, maar voor de meesten was het duel tegen India de eerste olympische kennismaking. Het verjongde team rond de routiniers Teun de Nooijer, Floris Evers en Robert van der Horst speelt een stuk aanvallender dan de afgelopen jaren, maar kwetsbaar is het spel wel.

Uit de chaos die na rust uitbrak blijkt dat het spel nog fors moet verbeteren wil Nederland volgende week meestrijden om de medailles. De ploeg die in de groepsfase ook nog Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, België en Duitsland ontmoet, gaf tegen India vooral op het middenveld en in de defensie veel te veel weg. De snel counterende Indiërs, die vanaf de eerste minuut weigerden zich in te graven, doken na Nederlands balverlies keer op keer in de cirkel van doelman Jaap Stockmann op.

Ondanks alle dreiging reageerden de Nederlandse spelers tamelijk laconiek. „Ik vond het wel meevallen, zoveel kansen kregen ze niet”, vond Robert van der Horst.

Aanvoerder Floris Evers, die in 2008 nog was gepasseerd voor de Spelen van Peking, erkende dat er nog veel te verbeteren valt aan het spel van zijn team. „Maar ik ben trots op de ploeg. We hebben veel spelers die nog nooit op de Spelen hebben gehockeyd. Na de gelijkmaker van India hadden we ook kunnen verzuipen. Winnen was vandaag het belangrijkste. We zijn echt niet aan het zweven.”

Hij was verrast door de kracht van India, dat in het begin van de twintigste eeuw ongrijpbaar was voor de rest van de wereld. Met acht olympische hockeytitels – de laatste dateert van 1980 – is het land nog altijd recordhouder. Sinds de opkomst van het kunstgras zakte India weg naar een bedenkelijk niveau, maar inmiddels beschikken de Aziaten weer over een aardige ploeg met vooral op het middenveld een aantal watervlugge, uiterst behendige dribbelaars, ooit hun gevreesde handelsmerk.

Om het Nederlands elftal tijdens de Spelen maximaal te kunnen verrassen weigerde de ploeg van de Australische coach Michael Nobbs stelselmatig tegen Nederland te oefenen. Het leverde bijna een stunt op. „We hebben lang niet tegen India gespeeld”, erkende Evers, die aangenaam verrast was over het niveau. „Ik zie deze ploeg tegen de andere landen in onze groep nog wel punten pakken.”