Het is juist niet de economie, suffie

Een miezerige anderhalf procent, zo hoog was de Amerikaanse economische groei in het tweede kwartaal. Komende vrijdag komen de werkgelegenheidscijfers over juli. Verwacht wordt dat de werkloosheid gelijk blijft op 8,2 procent of zelfs wat oploopt.

Normaal zou een zittende president met zulke economische cijfers geslacht worden in de peilingen, en zouden de vooruitzichten voor Barack Obama’s herverkiezing (over nog maar dertien weken) bar slecht zijn. Maar hij ligt juist iets vóór in de peilingen, en op de belangrijkste wed-site Intrade is zijn winkans nu bijna 58 procent, tegen iets meer dan 42 procent voor zijn Republikeinse tegenstander Mitt Romney.

De verklaring van deze paradox zoomt steevast in op de tekortkomingen van Romney. Zijn verleden bij banensloper Bain. Zijn weigering al zijn belastingaangiften openbaar te maken. Het feit dat hij Mitt Romney is. Maar zouden er ook economische redenen zijn waarom Obama het goed doet onder de huidige omstandigheden?

De Amerikaanse huizenmarkt, lijkt eindelijke te zijn uitgebodemd. Het eigen woningbezit in de VS is dominant, en het eigen huis een belangrijke bepaler van vermogen en besteedbaar inkomen. ING wees er al op dat het trage herstel van de werkgelegenheid zich voornamelijk heeft afgespeeld in de goederenproductie. Goed voor Obama, want Democraten zijn van oudsher de parij van de blauwe boorden. Een derde economische factor is de blijvende afkeer van Wall Street die de Democraten in de kaart speelt. En een nieuwe, regelrechte recessie is er (nog) niet.

Maar is dat allemaal genoeg? Er worden wel parallellen getrokken met Franklin D. Roosevelt, die in 1936 middenin de Depressie werd herkozen. Maar vergis je niet. Roosevelt had een meerderheid mee in het Congres, die hem in staat stelde vergaande initiatieven, waaronder de New Deal, te nemen. En de werkloosheid daalde in het verkiezingsjaar 1936 met 4 procentpunten. Roosevelts conjuncturele dieptepunt lag in 1933, en werd gevolgd door een spectaculair herstel in 1936.

In 1938 zou het tij overigens keren, beleefde de economie een tweede forse krimp en liep de werkloosheid weer op. Dat bestendigt ons huidige beeld van een decennium van depressie. Maar dat wist de Amerikaan in 1936 natuurlijk niet. Die zag een revolutionair werkgelegenheidsbeleid dat bleek te werken, en beloonde de zittende president daarvoor.

Obama heeft dat niet. Zijn beleid, verlamd door een verdeeld Congres, is niet Keynesiaans genoeg voor de Keynesianen, niet neoklassiek genoeg voor de neoklassieken en al helemaal niet monetaristisch genoeg voor de monetaristen. De hervorming van de gezondheidszorg is in wezen zijn enige echte overwinning, en zelfs die is behoorlijk afgezwakt. Amerika heeft nu een enorm begrotingstekort zonder dat daar veel economische groei mee is gekocht. Of andersom: het heeft een ondermaatse groei zonder dat het daarvoor beloond is met herstelde overheidsfinanciën. Het land stevent eind dit jaar af op een budgettaire crisis en wordt in de tussentijd in slaap gewiegd door de lage rentes op de staatsschuld.

Als Obama straks toch wordt herkozen dan lijkt het alsof het Amerikaanse smaldeel van commentatoren, politieke analisten en strategen al die tijd gewoon gelijk heeft gehad. Het ligt misschien gewoon wel aan Romney en het gebleken onvermogen van de Republikeinen om met een betere kandidaat op de proppen te komen. Er wordt gezegd dat de economie een belangrijke rol speelt in de Amerikaanse verkiezingen. Maar dat is misschien een wensgedachte.

Maarten Schinkel