Groene reus met hart voor dieren en kinderen

Tv-series uit de jeugdjaren laten sterke herinneringen na. In een serie op dinsdag kijken redacteuren terug. Voor Mark Hoogstad begon het leven als jongen met de avonturen van de Hulk.

‘Maak me niet boos!’ Het is zo’n zinnetje dat veel ouders zich met enige regelmaat laten ontvallen. Zeker in de zomervakantie, wanneer verveling al vrij snel de overhand krijgt bij hun kroost. Opgeheven vingertje, priemende ogen, en de boodschap is duidelijk: kappen nu met die ongein, voor ik echt boos word, want dan zwaait er wat. Wat dat laatste is? Geen idee. Maar het werkt, nog altijd. Vraag is: hoelang nog?

Wat vroeger voor mijn vader gold, gold ook voor dr. David Bruce Banner: maak hem niet boos, want dan wordt het beest in hem wakker. Toch gebeurde dat, elke keer opnieuw, en de gevolgen bleven niet uit voor de bad boys die de opgejaagde wetenschapper het leven zuur hadden gemaakt. Links en rechts vlogen ze door de lucht, verbijsterd door de oerkrachten én de verschijning van de groene reus die hen zojuist in de kraag had gevat. In hun ogen stond de angst die thuis op de bank – net onder de douche vandaan, haren netjes gekamd, opgetrokken knietjes – ook voelbaar was. Ja, het was adembenemende televisie, bijna letterlijk.

Na De Fabeltjeskrant, De Bereboot, Wickie de Viking, De Film van Ome Willem, Ren je Rot en Stuif es in was het eind jaren zeventig, begin jaren tachtig tijd voor ‘het echte werk’. Het betere gooi- en smijtwerk, zullen we maar zeggen. De Amerikaanse tv-serie The Incredible Hulk kwam dan ook als geroepen. Ineens stapte ik een onzichtbare scheidslijn over: het jongetje was jongen geworden. En dus klaar met het gezapige gedoe op tv.

Ik was anders dan mijn zusje, dat drie jaar jongere meisje met die o zo brave vlechtjes dat immer keurig werd opgedoft door mijn moeder. Hier stond een man-in-wording! Iemand die voetbalde en de kunst verstond om urenlang naar een dobber te turen die verbonden was met een bamboehengel. Iemand die voetbalplaatjes spaarde, alle eredivisiespelers bij naam kende en ja, heus waar, de magische Kuip van Feyenoord had bezocht voor de bekerfinale tegen Ajax (uitslag 3-1, twee goals van de IJslandse spits Petur Petursson). Een jongeman, kortom, die Martin Brozius (Ren je Rot) en Ria Bremer (Stuif es in) was ontgroeid en ontstegen.

Bovendien: er was toch meer tussen hemel en aarde?

Van alter ego’s had ik tot dan toe nog nooit gehoord. Ja, ik wist wat een tweeling was. Eeneiige broers of zussen konden gekmakend veel op elkaar lijken. Maar een tweede persoonlijkheid die in één en hetzelfde lichaam huisde? Nooit geweten dat het bestond. Dr. David Banner, gespeeld door acteur Bill Bixby (1934-1993), leerde het mij: niets is wat het lijkt. Tot op de dag van vandaag doe ik mijn voordeel met deze levenswijsheid.

Zoals Banner mij op jonge leeftijd ook leerde om voorzichtig te zijn als ik ooit nog eens van plan was om een witte jas aan te trekken en in een laboratorium te gaan werken. Zelf was hij het slachtoffer geworden van een hopeloos uit de hand gelopen experiment, waarbij hij zichzelf bloot had gesteld aan een te grote dosis gammastraling. Met als gevolg dat hij op gezette tijden transformeerde in De Hulk: een mysterieus, groen getint superwezen dat uit zijn kleren scheurde tijdens zijn gedaanteverwisseling, en als een dolgedraaide olifant door de porseleinkast denderde. Grommend van woede.

Het klonk, als kind, tamelijk aannemelijk. Zeker als je bedacht wat de aanleiding voor Banners metamorfose was: angst en pijn. Als je dan toch over een daadkrachtig alter ego beschikte, kon je hem (of haar?) maar beter af en toe laten uitrazen, nietwaar? Een hond moet ook regelmatig even de deur uit om een plasje te doen. Banner diende bovendien altijd de goede zaak. Je kon als kijker simpelweg geen hekel hebben aan deze immer behulpzame en goedlachse allemansvriend. Hij was de reddende engel, altijd en overal, zijn tweede ik een deus ex machina in optima forma; als het kwade dreigde te overwinnen was daar altijd nog de brute spierkracht van het alter ego van dr. David Banner.

En zelfs die had een hoge aaibaarheidsfactor, al het geweld ten spijt. Vrouwen, kinderen en oudjes liet De Hulk onberoerd. Dieren konden immer op een liefkozing rekenen, hoe groot zijn razernij ook was. Het grommende geluid dat vanuit zijn middenrif opsteeg, werd in zulke gevallen een tedere verzuchting. Dat was de paradox die mij mateloos boeide: De Hulk, gespeeld door bodybuilder Lou Ferrigno, bleek een humaan monster. Ook zo fascinerend: dat vormloze kapsel. Elke keer opnieuw dacht je: moet die man niet eens naar de kapper?

Wie ook telkens opdook in de serie was een journalist, genaamd Jack McGee. Hij had als enige weet van het alter ego van Banner en wilde het mysterie ontrafelen. McGee was dan ook de reden dat Banner zich als opgejaagd wild door Amerika moest bewegen. Nu, jaren later, vraag ik het mij af: heeft McGee destijds mijn interesse gewekt voor de journalistiek? Het zou zomaar kunnen.

Hoofdrolspeler Bixby is al jaren dood, Ferrigno is inmiddels een bedaagde oud-bodybuilder, en toch leeft The Incredible Hulk voort. Niet alleen in mijn gedachten, ook in werkelijkheid. Voor wie dat niet gelooft: zoek rugnummer twaalf op van het Braziliaanse voetbalelftal dat dezer dagen een gooi doet naar de gouden medaille bij de Olympische Spelen in Londen. In zijn paspoort staat weliswaar Givanildo Vieira de Souza, geboren op 25 juli 1986 in Campina Grande, Brazilië. Maar iedereen noemt de bonkige spits van FC Porto liefkozend Hulk. Waarom? Omdat zijn vader, Djovan Vieira de Souza, vroeger graag keek naar de gelijknamige tv-serie. Verstandige man. Een trouwe fan van Lou Ferrigno.

Uitmuntende keuze ook, want laten we wel wezen: Hulk klinkt vele malen beter dan Djovaninho, oftewel ‘kleine Djovan’. Daar deinst een beetje verdediger niet voor terug, wel voor een tegenstander met de naam Hulk op zijn schouders. Sterker: het is met afstand de mooiste naam op de internationale voetbalvelden. Boezemt angst en gezag in. Op voorhand.

Voor wie het daar niet mee eens is: maak me niet boos.

Mark Hoogstad

Dit is de vijfde aflevering van een wekelijkse zomerserie.