Geen podiumplaats, maar wel het perfecte schot

Peter Hellenbrand is vijfde geworden bij het onderdeel luchtgeweerschieten. Hij was gisteren de enige deelnemer met een perfecte score van 10,9 punten.

Geen enkele luchtgeweerschutter kwam ooit tot het perfecte schot van 10,9 in een olympische finale. Let wel, dat is met een kogeltje van 4,5 millimeter doorsnee over tien meter een penpuntje van 0,5 millimeter raken zonder afwijking. Peter Hellenbrand (26) lukte het gisteren wel. Het was de bekroning op zijn vijfde plaats in Londen.

Hellenbrand maakte zijn olympische debuut bij de Royal Artillery Barracks, in het vervallen Woolwich. De wijk in het zuidoosten van Londen was ooit het thuis van de Britse artillerie en de wapenfabriek Royal Arsenal, waaraan de voetbalclub zijn naam dankt. De klassieke façade is tijdens de Spelen afgeschermd, uit angst voor verdwaalde kogels. Waar vanaf de 18de eeuw geknal van geweren tussen de barakken klonk, klakken deze week de luchtdrukwapens.

Prins Edward was speciaal naar Woolwich gekomen voor de voorronde. Hij kreeg een surrealistisch beeld van 48 standbeelden op een rij met een wapen in hun handen. Schutters, in de ideale houding gedrukt door op maat gemaakte canvas pakken, bewegen hun wapen alsof ze nog slaperig zijn. Want elke beweging kan de hartslag verhogen, elk geluidje de concentratie verstoren. Petjes en brillen met oogkleppen zorgen voor de juiste lichtval.

De luchtgeweerschutters kregen 1 uur en 45 minuten voor zestig schoten op een rond elektronisch doel van 45,5 millimeter breed. De ‘10’ in het midden van de schijf is het penpuntje. Maximale score is dus 600 en Hellenbrand had al voorspeld dat hij minimaal 596 punten – bijvoorbeeld 56 schoten in de ‘10’ en vier in de ‘9’ – nodig zou hebben voor de finale tussen de beste acht.

De schutter uit het Limburgse Brunssum – hij leek in zijn rood-wit- blauw én oranje pak wel een Prins Carnaval – begon met drie van zijn eerste vijf schoten buiten de ‘10’, wat hem voor een bijna onmogelijke missie stelde. „Ik dacht: shit, dit was het, ik kan de finale wel vergeten”, vertelde hij na afloop.

Hellenbrand nam een korte time- out met Heinz Reinkemeier, de Duitse schietprofessor die hem naar de Zomerspelen begeleidde. Veel minder verkrampt en gespannen pakte Hellenbrand opnieuw zijn zorgvuldig afgestelde luchtgeweer van 5,5 kilogram, voor een onwaarschijnlijke comeback. Met 54 van de resterende 55 schoten in de ‘10’ bereikte hij alsnog de finale, tot vreugde van zijn entourage. „Dit is zo uniek”, jubelde Egbert IJzerman, vicevoorzitter van de Nederlandse schietsportbond. „Het kan vandaag al niet meer stuk.”

De acht finalisten schoten op commando nog eens tien keer, met 75 seconden per schot. De schoten werden nauwkeuriger gemeten dan in de voorronden – op tienden van een millimeter – en bij de eerder behaalde score opgeteld. Extra handicap was de lawaaiige ambiance. De muziek bij de entree – ‘Jump’ van Kriss Kross – was als bij het basketbal en een schreeuwerige presentatrice maande het publiek tot kabaal bij elke ‘10’.

Maar de rappe prater Hellenbrand is een koele kikker op de baan. Hij schoot met 103,8 punten het best van alle finalisten en had in zijn laatste schot zelfs de bronzen medaille kunnen pakken. Zijn ‘9’ was echter net te weinig voor een medaille. De Roemeen Alin Moldoveanu behaalde de titel. „Jammer, ik zat er verrekte dichtbij. Maar ik zou vooraf blind voor dit scenario hebben getekend.”

De vijfde plaats was voor Hellenbrand een beloning van zijn zorgvuldig uitgestippelde voorbereiding. Hij strikte schiettrainer Reinkemeier, ook sportpsycholoog en begeleider van de Indiër Abhinav Bindra, olympisch en wereldkampioen. De Duitser perfectioneerde de houding en de greep van Hellenbrand tot op de millimeter. Ook leerde Reinkemeier hem hoe hij zich focust op zijn techniek en alles om zich heen vergeet.

Al op jonge leeftijd hield Hellenbrand tot in het extreme rekening met zijn sport, vertelde hij eerder in deze krant. Als middelbare scholier liet hij zich eens in elkaar slaan bij een beroving op straat. „Ik zat al bij de nationale jeugdselectie en durfde niets terug te doen, bang dat het consequenties zou hebben. Straks geef ik een rake klap terug en wordt het zo gedraaid dat ik na een aangifte mijn wapenvergunning moet inleveren.”

Schietdrama’s als in Alphen aan den Rijn hebben zijn sport een bedenkelijke naam bezorgd. Hellenbrand weet ook dat schieten voor het tv-publiek saai oogt – al was de finale dat zeker niet met de enorme schermen waarop de inslag van kogels was te zien. Hellenbrand hoopt dat hij heeft bijgedragen aan een net imago. „We zijn onderling heel sociaal, dat was ook na afloop te zien. De keuringen zijn erg streng, want we kunnen ons geen heisa veroorloven. Ik denk dat ik een positieve indruk heb achtergelaten in Londen.”