Een visionaire blik op de hedendaagse geschiedenis

Het werk van filmmaker Chris Marker werd pas echt bekend door 12 Monkeys met Brad Pitt, een remake van Markers sf-film La Jetée (1962).

Chris Marker

„Dit is het verhaal van een man getekend door een beeld uit zijn kindertijd.” Zo begint een van de meest invloedrijke, maar ook meest ongeziene sciencefictionfilms aller tijden. Het is het grotendeels uit zwart-witfoto’s opgebouwde La Jetée (1962) van de gisteren op 91-jarige leeftijd in zijn woning in Parijs overleden Chris Marker. Zonder die korte post-apocalyptische film over een tijdreiziger had de moderne sciencefictionfilm er totaal anders uit gezien. Maar het duurde nog tot Terry Gilliam in 1995 met Brad Pitt en Bruce Willis het op La Jetée geïnspireerde 12 Monkeys maakte voordat de grondlegger van de essayfilm, geëngageerde documentairemaker en straatfotograaf en nieuwemediapionier ook bekend werd bij een groter publiek.

Chris Marker was een van de meest teruggetrokken, maar tegelijkertijd gezichtsbepalende filmmakers van de twintigste eeuw. Over zijn persoonlijke leven is weinig bekend. Algemeen wordt aangenomen dat hij in 1921 in Neuilly-sur-Seine als Christian François Bouche-Villeneuve ter wereld kwam en zijn pseudoniem ontleende aan een ‘Magic Marker’-pen. Als hij om een portret werd gevraagd stuurde hij een foto van een van zijn geliefde katten en interviews gaf hij zelden.

Na tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Franse verzet te hebben gezeten, een filosofiestudie en een kortstondige carrière als (film)journalist begon hij met fotograferen en maakte hij in 1952 tegen de achtergrond van de Olympische Spelen in Helsinki zijn eerste film Olympia. Met Alain Resnais maakte hij vervolgens Les statues meurent aussi (1953) en daarna portretteerde hij in Le joli mai (1963) de dromen en beslommeringen van de naoorlogse generatie tegen de achtergrond van de oorlog in Algerije.

Voor de Vietnamfilm Loin du Vietnam (1967) werkte hij onder andere samen met Nederlander Joris Ivens. Met Sans Soleil, dat de reizen van de fictieve cameraman Sandor Krasna documenteert, vestigde hij in 1983 de moderne essayfilm. De film kreeg een cultstatus.

Markers werk is vaak als controversieel ervaren, doordat het politiek was en geëngageerd. De Cubafilm ¡Cuba sí! (1961) was lang verboden omdat er een interview met Fidel Castro in te zien is. Maar dan veroverde hij weer harten door z’n visionaire blik op de hedendaagse geschiedenis, zijn standvastige humanisme en de generositeit van zijn portretten. Bovendien is het werk niet gespeend van humor en zelfrelativering.

Een van zijn laatste filmpjes was het webfilmpje Leila Attacks (2006) over het kat-en-muisspel tussen een kat en een rat. Met veel zelfspot introduceerde hij zichzelf daarin als ‘the best-known author of unknown movies’. Van ongeziene films, had hij beter kunnen zeggen, want van de ruim vijftig films waaraan hij werkte is er slechts een handvol op dvd of via internet thuis te bekijken.

Het maakt de zeldzame gelegenheden om zijn werk in de bioscoop te zien iets bijzonders. Zoals toevallig deze zomer in het Simone Signoret/Yves Montand-retrospectief in het Amsterdams Eye. Daar wordt morgenavond Le fond de l’air est rouge (1977) vertoond, Markers analyse van links Frankrijk vanaf de jaren zestig. Maar net zoals al zijn werk gaat ook die film met commentaarstemmen van Signoret en Montand over tijd en herinnering, en het geheugenpaleis dat alleen de cinema kan bouwen.