Column

De Romneyreis

Mitt Romney reisde langs traditionele Amerikaanse bondgenoten, terwijl zijn kandidatuur voor het presidentschap rijzende is. Drie maanden voor de presidentsverkiezingen is er volgens het opiniepeilingenbureau Gallup een nek-aan-nekrace tussen Romney en Obama. Het bureau Rasmussen, doorgaans zeer betrouwbaar, peilt Obama op 44 procent en Romney op 47 procent. Buitenlandse politiek is niet het hoofdthema van de verkiezingscampagne – dat is de staat van de Amerikaanse economie – maar kan er zeker invloed op hebben.

Een Amerikaanse presidentskandidaat op reis loopt risico’s. George Romney, de vader van Mitt, wierp zich in de strijd voor de presidentsverkiezingen van 1968. In de voorverkiezingen moest hij het opnemen tegen Richard Nixon. George, gouverneur van Michigan, reisde naar Vietnam en vertelde nadien dat hij, door toedoen van hoge militairen, een „hersenspoeling” had ondergaan. Deze kans liet de doorgewinterde Nixon niet lopen. Romney werd afgeschilderd als „gehersenspoelde kandidaat” zonder ervaring inzake buitenlandse politiek. Met Vietnam als hoofdschotel kreeg Nixon, voormalig vicepresident onder president Eisenhower, het gedroomde profiel.

Mitt kent zijn familiegeschiedenis en is instinctief voorzichtig. Hij zei voor zijn reis Obama niet te bekritiseren. Deze hoffelijkheid tegenover de zittende president – toen Bush – had Obama niet toen hij zich in 2008 in Berlijn doopte tot ‘wereldburger’. Vorige maand maakte ik een toer langs enkele adviseurs van Romney over de buitenlandse politiek, die voornamelijk komen uit het establishment buitenlandse politiek van de Republikeinse partij.

Romney en Obama bezigen een verschillend concept. Obama kondigde op 23 juli 2007 een trendbreuk aan met Bush tijdens een debat tussen Democratische presidentskandidaten in Charleston, South Carolina. Hij wilde traditionele tegenstanders van de Verenigde Staten „de hand reiken”. Amerika, toch een grote mogendheid, was volgens hem niet meer of minder „exceptioneel” dan bijvoorbeeld Luxemburg.

Deze opmerking werd direct gerelativeerd door medewerkers, maar bleek de kernidee van zijn presidentschap. In april 2009 maakte hij een diepe buiging voor koning Abdullah van Saoedi-Arabië, alsof hij zich verontschuldigde voor Amerika. Hij annuleerde het rakettenafweerschild en begon een inhoudsloze reset in de verhouding met Rusland. Polen bleef in de kou staan. Hij nam afstand tot Israël, waarna de Palestijnse Autoriteit dacht geen concessies meer te hoeven doen. Zijn verhouding met de Israëlische premier Netanyahu werd ijzig.

Obama kondigde eerst een troepenversterking aan in Afghanistan, maar deze werd gevolgd door een tijdschema voor versnelde terugtrekking. De Amerikaanse legerleiding protesteerde. In Afghanistan wisselde Obama drie opperbevelhebbers in drie jaar. Zijn verhouding met de Afghaanse president Karzai verzuurde. De versnelde terugtrekking uit Irak bracht dat land onder grotere invloed van Iran. De Koerden, bondgenoten van de VS, werden genegeerd.

Ook echte wereldburgers merkten niets van Obama’s hope and change. Obama negeerde de protestbeweging in Iran, het land dat hij respectvol The Islamic Republic of Iran noemt. Hij miste de Arabische Lente, beperkte zich tot leading from behind in Libië en spreekt zelden over het Syrische bloedbad dat circa 20.000 ‘wereldburgers’ het leven kostte. Obama’s beleid vergroot de appetijt van Amerikaanse tegenstrevers en demoraliseert bondgenoten.

Romney wil van de bondgenoten weer de hoeksteen van het buitenlands beleid maken, geen verontschuldigingen aanbieden voor het Amerikaanse vrijheidsideaal en een hardere houding aannemen tegenover opponenten. Het sluit aan bij de Realpolitik die ook Republikeinse presidenten voerden. Het is evenwel meer ‘vader Bush’ dan George W. Bush.

Toch zijn bondgenoten ook lastige kostgangers. Hoe ‘speciaal’ is de special relationship tussen de VS en het Verenigd Koninkrijk nog? Romney heeft gemerkt dat deze relatie vooral bol staat van overgevoeligheden. Obama stuurde de buste van Winston Churchill, die in de Oval Office stond, terug naar de Britse ambassade. Romney kreeg de hele Britse pers en politiek over zich heen nadat hij als ‘ervaringsdeskundige’ inzake Olympische Spelen enkele zakelijke opmerkingen maakte over de logistiek van een dergelijk evenement. De ‘lege stoeltjes’ bewijzen het.

Een Amerikaanse toppoliticus die ‘Europa’ bezoekt, reist altijd eerst naar Londen, hoewel het Verenigd Koninkrijk intussen met een half been buiten de Europese Unie staat. Hoewel de adviseurs van Romney – voor alle zekerheid – een briefing over Duitsland maakten, meed Romney de eurozone. Een bezoek aan Berlijn heeft meer economische relevantie dan aan Londen.

Het is geen geheim dat Romney meer interesse heeft in echte Europese natiestaten dan in de hybride Europese structuren van Brussel. Die zijn ondoorzichtig en in Amerikaanse ogen vrij ondemocratisch. Europese integratie en welvaart is een constant uitgangspunt van Amerikaanse politiek, maar niet noodzakelijkerwijs via bureaucratisch centralisme. Dit wantrouwen Republikeinen van origine.

In 2008 was ‘Europa’ voor Obama het voorbeeld. Nu zwijgt hij. Volgens Romney is ‘Europa’ voor de VS het schrikbeeld van logge overheidsstelsels die schuldenbergen baren.

Dit najaar bereikt de stress in de eurozone een kookpunt. Blijft Griekenland in de eurozone? Is Spanje te redden? Kan Duitsland iedereen financieren? De eurocrisis zet een rem op de wereldeconomie en daarmee op de Amerikaanse. Die stagneert. De gemeden (Romney) en verzwegen (Obama) eurozone kan zo een beslissende impact hebben op de Amerikaanse presidentsverkiezingen. En Amerika kan er niets aan doen.