De pas van de gehandicapte Gijs was haar extra kredietmogelijkheid

Wie: Kimberly G.

Staat terecht voor: Valsheid in geschrifte, diefstal en verduistering van geld van verstandelijk beperkte mensen

Waar: politierechter Utrecht

Via internet bestelde Kimberly (25) skinny jeans bij Wehkamp, een abonnement op het tijdschrift Glamour en kaartjes voor een optreden van Hans Teeuwen. Bij Dolcis kocht ze voor 144 euro nieuwe schoenen en voor haar kat ging ze naar dierenspeciaalzaak Huisdierenwereld.

Kimberly betaalde dit allemaal met het bankpasje van Gijs, een verstandelijk beperkte man van middelbare leeftijd. Het was haar werk om voor hem en zes andere zwakbegaafden in huizen van zorginstelling Reinaerde te zorgen. Ze hielp ze met boodschappen en het maken van afspraken. Bij de bank regelde ze een volmacht zodat ze over de financiën van Gijs kon beschikken. Hij moet daarbij zijn geweest, maar dat herinnert hij zich niet.

Samen met een ander slachtoffer, de verstandelijk beperkte Monique, is hij vandaag naar de rechtbank gekomen om het verduisterde geld terug te vorderen. Het gaat in totaal om 4.000 euro, denken ze. Ze worden begeleid door medewerkers van Reinaerde. Kimberly heeft haar advocaat en haar man meegenomen.

Kimberly vertelt aan de rechter dat ze „niet de intentie” had „iemand te kwetsen”. Ze zag het geld van Gijs als een extra kredietmogelijkheid, vertelt ze. „Als ik zelf even geen geld had, schoot ik het voor van zijn pasje.” Dat ze het geld cash aan hem heeft terugbetaald, zoals ze tegen de rechter zegt, kan ze niet bewijzen. Politierechter Margo Somsen vraagt Kimberly: „Dacht u: ik berokken hen geen schade of dacht u: ze merken het toch niet?”

Gijs en Monique willen hun schadeclaim toelichten bij de rechter. Monique schuifelt als eerste naar de microfoon. Ze snift en snikt, maar krijgt het niet voor elkaar uit zichzelf iets te verklaren. De officier heeft een vraag voor haar: „U schrijft in een brief aan de rechtbank dat u ook wel een schadevergoeding wilt voor immateriële schade. Om dat te kunnen toewijzen moet u een bedrag noemen.” Monique snikt. Politierechter Somsen: „Als de officier een bedrag noemt, kunt u daar dan op reageren?” Een van haar begeleiders zegt: „Monique kan bedragen moeilijk op waarde schatten.” De officier tegen Monique: „U zou kunnen denken aan 250 euro. Wilt u dat?” Moniques hoofd hangt een beetje voorover:„Ja.” Dit gaat de advocaat van Kimberly toch te ver. „Ik heb de indruk dat mevrouw niet begrijpt wat hier gebeurt. Ik heb háár niet horen zeggen wat zij wil.” Politierechter Somsen: „Ik geloof niet dat mevrouw in staat is te formuleren wat zij wil.”

De zwakbegaafde Gijs kan zich wel goed uitdrukken. Hij vertelt dat hij vroeger veel zelf deed. Maar nu Kimberly hem blijkt te hebben bestolen, is hij het vertrouwen in zijn oordeel kwijt. Hij wil zijn geld terug (3.309 euro) en 500 euro voor het verdriet. Hij vindt het heel jammer dat het op deze manier geëindigd is tussen hem en Kimberly. „Want we hebben samen hele leuke tijden gehad.” Als Gijs weer gaat zitten, inmiddels ook snikkend, aaien de medewerkers van Reinaerde hem troostend over zijn rug.

Officier van Justitie Maartje Gorter noemt het „zeer ernstig” dat Kimberly „kwetsbare mensen gedurende een lange periode” heeft benadeeld. Ze eist daarom „een forse straf” van 200 uur dienstverlening en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar. Over de vordering van Monique zegt Gorter: „Het verliep wellicht wat ongebruikelijk maar mevrouw heeft uiteindelijk wel smartegeld gevraagd.”

De politierechter blijkt het daar mee eens: „Ik vind dat de vordering hier ter zitting een vordering is geweest en wijs deze volledig toe.” Ook de geëiste straf legt ze op.

Redacteur Justitie