De Koerden kopen hun onafhankelijkheid met olie

Olie is het ideale smeermiddel voor de politieke aspiraties van de Koerden. Met oliereus Chevron is net een contract gesloten. Bagdad is woedend, maar staat machteloos.

Rotterdam. Als oliemaatschappijen geld ruiken, zijn ze moeilijk te stoppen. Vorige week sloot Chevron, na Exxon het grootste Amerikaanse olieconcern, een belangrijk contract met Koerdistan, de autonome olierijke regio in het noorden van Irak. Het gaat samen met OMV uit Oostenrijk een stuk woestijngrond van meer dan duizend vierkante kilometer onderzoeken om te kijken of er olie zit.

Tot woede van Bagdad. Wijzend op de federale grondwet claimt Bagdad zeggenschap over alle olievelden in Irak. Het zegt dat deals die multinationals toch sluiten met Koerdistan „illegaal” zijn. Vorige week dinsdag kwam Bagdad met een vergeldingsmaatregel. Het zette Chevron op een zwarte lijst van bedrijven waarmee de Iraakse regering geen zaken doet.

Ook de Amerikaanse regering lijkt niet blij. De Iraakse premier Nouri al-Maliki heeft gezegd dat Washington zich achter Iraks standpunt schaart. Hij zei een brief te hebben ontvangen van president Obama die dat meldt. Het Witte Huis wilde niet ingaan op de brief, maar een anonieme medewerker zei tegen persbureau Reuters dat Amerika „bezorgd is dat de deal destabiliserend kan werken.”

De deals met Chevron, en eerder met Exxon, zijn onderdeel van de permanente Koerdische strijd voor grotere autonomie, meer gebied en, in een droomscenario, uiteindelijk onafhankelijkheid van Arabisch Irak. Met elk nieuw contract met een internationale oliemaatschappij ondermijnt de Koerdische autonome regering de machtspositie van de regering in Bagdad verder en vergroot ze haar eigen internationale legitimiteit. Vandaar de zeer gunstige voorwaarden van deze contracten.

Het Koerdisch-Arabische conflict draagt een reëel risico in zich van oorlog en de oliecontracten versterken dat gevaar. Brandpunt is Kirkuk, dat buiten de huidige grenzen van het Koerdische autonome gebied ligt maar dat de Koerden als hun hoofdstad claimen. De Iraakse regering heeft een grondwettelijk vastgelegd referendum in Kirkuk, dat de Koerden denken te winnen, weten te blokeren door gewoon niets te doen. Premier Maliki onderstreepte twee maanden geleden nog de Iraakse toekomst van Kirkuk met een speciale kabinetszitting in de stad. De Koerdische ministers boycotten de bijeenkomst.

De meeste ‘Koerdische’ olie- en gasreserves liggen in het gebied van Kirkuk en andere door de Koerden opgeëiste gebieden. Chevron gaat binnen het autonome gebied opereren, maar het contract met Exxon beslaat ook betwist gebied en breidt zo het Koerdische gezag uit buiten officieel autonoom gebied. In betwist gebied opereren militaire eenheden van beide zijden; een incident kan zo in een groter conflict ontaarden.

Chevron laat zich weinig gelegen liggen aan de Amerikaanse en Iraakse bezwaren. „De commerciële voorwaarden in Koerdistan waren aantrekkelijk. Er deed zich een kans voor en die hebben we gegrepen”, verklaarde het bedrijf vorige week.

Sinds de omverwerping van Saddam Husseins bewind in 2003 durfde geen grote internationale (westerse) oliemaatschappij in Koerdistan te investeren, vanwege de onzekere juridische waarde van contracten. Er is immers geen federale oliewet; daarover wordt al jaren door de belanghebbenden gebakkeleid.

Maar in november vorig jaar besloot Exxon – altijd al de brutaalste van de grote oliebedrijven – toch in zee te gaan met de Koerden, als eerste van de multinationals. Het sloot een megadeal voor boringen op zes locaties. De gunstige voorwaarden waren ook toen een belangrijke aanmoediging. In navolging van de meeste andere olielanden wil Bagdad de controle over olievelden niet meer zoals vroeger aan buitenlandse concerns geven. De Koerden doen dat wel. Bagdad betaalt de oliebedrijven een vaste, en volgens de oliebedrijven karige, vergoeding van 1,5 tot 2 dollar per vat. De Koerden zijn bereid tot veel hogere vergoedingen.

De oliebedrijven kunnen zo’n grote ‘verleiding’ als Koerdistan niet weerstaan. Irak bezit gigantische olievoorraden. Er zitten volgens deskundigen ten minste 115 miljard vaten olie onder de grond, waarmee Irak de vierde plek op de wereldranglijst wat betreft reserves bezet.

Maar een groot deel van die olie zit in en rond Koerdistan: 40 procent. Volgens analisten is het nu een kwestie van tijd voor het volgende grote oliebedrijf zich in Koerdistan begeeft. Het Franse Total wordt het meeste genoemd, daarna het Noorse Statoil.

Bagdad is voor 90 procent van zijn begroting afhankelijk van de inkomsten uit olie en gas. Als Koerdistan op het gebied van olie eigen zaken doet, zo vreest Bagdad, dan gaat Basra, de zuidelijke regio waar ook veel olie zit, dat straks misschien ook doen.

Al met al is het geen wonder dat Bagdad ontstemd is. Maar het kan weinig doen. De vergeldingsmaatregelen onderstrepen dat. Bagdad dreigde Chevron ook met zwaardere sancties. Chevron koopt dagelijks zo’n 167.000 vaten olie van Irak. Bagdad dreigde dat contract te verbreken, maar deed dat uiteindelijk niet. Exxon ontwikkelt in het zuiden het grote West-Qurna-veld. Bagdad dreigde Exxon daar uit te gooien. Maar ook hier bleef actie uit. Van de Amerikaanse regering hebben de oliebedrijven vermoedelijk evenmin weinig te vrezen. Het Witte Huis heeft eigenlijk nooit greep gehad op Big Oil. Zelfs als die dingen deed die volledig indruisten tegen het Amerikaanse buitenlandse beleid.