De drones komen eraan

Ze meten, filmen en houden van alles in de gaten: drones. Er komen er steeds meer. Bij branden, om vermisten op te sporen of voor het sproeien van gewassen. En dat is nog maar het begin.

Een rugzak ritst open en er komt een kleine cilindervormige romp, gebogen pootjes, stengels met rotorbladen, en een vierkante batterij tevoorschijn. Samen maken ze een mini-drone, een vliegend object dat op afstand kan worden bestuurd.

„We gaan vliegen”, zegt Ian McDonald van het Canadese technologiebedrijf Aeryon Labs, dat drones heeft geleverd aan klanten,van politiekorpsen en rampbestrijders in de Golf van Mexico tot de rebellen in Libië.

Behendig klikt McDonald de pootjes en vleugels aan de romp. De batterij gaat bovenop. Onderaan hangt hij een kleine ronde videocamera, een draaibaar elektronisch oog. Een tabletcomputer met touchscreen floept aan om de drone, Scout genaamd, te besturen. Binnen enkele minuten staat het toestel van een paar kilo klaar om op te stijgen. Het ding is ongeveer zo groot als een geopende paraplu.

McDonald tikt op een kaart op het scherm om te laten zien waar hij hem heen wil sturen, en de Scout zoeft er naartoe. Met een verticale schuifknop bepaalt hij de hoogte. In een mum van tijd zweeft het toestel enkele tientallen meters boven de grond, en seint het gedetailleerde beelden terug van het industriegebied, het veldje, de bestuurders.

„Je kunt je voorstellen dat dit veel makkelijker is dan het inhuren van een helikopter”, zegt McDonald. Hij wijst op het gemak van een snelle blik van boven voor politie, brandweer, reddingswerkers en inspecteurs van gewassen en hoogspanningskabels. „De technologie is in het stadium van vroege gebruikers. Het staat op het punt van een grote doorbraak op de particuliere markt.”

De drones komen eraan. Hoewel het gebruik van onbemande vliegtuigjes op dit moment nog beperkt is in vele landen, voorspellen experts dat het wereldwijde luchtruim binnen enkele jaren zal wemelen van kleine drones met elektronische ogen in de lucht. In Noord-Amerika wordt geschat dat binnen tien jaar 30.000 onbemande toestellen, of unmanned aerial vehicles (UAV’s), in gebruik zullen zijn.

Daarbij gaat het niet om de geavanceerde, militaire drones die het internationale nieuws beheersen, zoals de bewapende Reapers en Predators die door het Amerikaanse leger worden ingezet bij de campagne om vermeende terroristische doelen te bombarderen in Afghanistan, Pakistan en Jemen. Nee, de komende vloedgolf bestaat uit kleine en lichte toestellen zoals de Scout, Draganflyer, Qube en andere modellen die relatief goedkoop zijn en met minimale training kunnen worden bestuurd.

Belangstelling om drones in te zetten voor niet-militaire doeleinden groeit snel, zegt Gretchen West van de Amerikaanse Association for Unmanned Aerial Vehicle Systems International (AUVSI). „Jarenlang werd de technologie voornamelijk gebruikt door het leger, maar de afgelopen jaren zijn de burgerlijke en commerciële markten steeds meer geïnteresseerd geraakt, bijvoorbeeld politiekorpsen, universiteiten, de departementen van binnenlandse veiligheid en landbouw”, zegt zij. „Mensen beginnen de voordelen van de technologie in de gaten te krijgen.”

Omdat drones steeds geavanceerder en goedkoper zijn geworden – een exemplaar is al te krijgen voor een bedrag tussen enkele tienduizenden en 250.000 dollar – wordt het gebruik aantrekkelijker bij missies die gevaarlijk of lastig zijn voor bemande vliegtuigen. Het volgen van bosbranden is een voorbeeld, of opsporing van vermiste wandelaars, inspectie van oliepijpleidingen of de besproeiing van gewassen.

„Het is een handig hulpmiddel”, zegt Dave Banks, rechercheur van de politie in de regio Halton bij Toronto, die sinds ruim een jaar met een kleine drone werkt, onder meer om misdaadlocaties te fotograferen en naar vermisten te zoeken. „Helikopters kosten veel meer geld, en de UAV staat binnen enkele minuten klaar. Het luchtruim van Noord-Amerika gaat binnenkort verder open, en ik zie geen reden waarom elk politiekorps er op termijn niet een kan hebben.”

Anderen zien die reden wel. Critici zijn niet gelukkig met het vooruitzicht van zwermen drones die rondzweven en vanuit de lucht sproeien, meten, filmen en alles in de gaten houden. Volgens hen is regelgeving dringend nodig om dodelijke ongelukken en misbruik te voorkomen. Bezwaren richten zich op twee gebieden: veiligheid van het luchtverkeer en zorgen over inbreuk op privacy door middel van camera’s in de lucht.

Wat veiligheid betreft bestaat de vrees dat onbemande toestellen in botsing kunnen komen met vliegtuigen met mensen aan boord. „Er bestaat een reëel gevaar dat te veel van deze dingen gaan rondvliegen, dus er moeten regels komen”, zegt Douglas Marshall, een professor op het gebied van luchtvaartrecht aan de New Mexico State University en lid van een commissie in de VS die regels en standaarden opstelt.

In de VS erkent de Amerikaanse Federal Aviation Administration (FAA) onbemande toestellen over het algemeen nog niet, omdat ze per definitie niet voldoen aan veiligheidsvoorschriften voor bemande toestellen. Daarom mag er in principe niet mee worden gevlogen. Maar bijzondere vergunningen zijn wel verleend aan ruim 300 organisaties, voornamelijk politiekorpsen en onderzoeksinstellingen. Sinds mei kunnen korpsen van politie en brandweer versnelde toestemming krijgen.

Maar het Amerikaanse Congres heeft de FAA opdracht gegeven om regels te formuleren om het gebruik van drones vanaf september 2015 algemeen mogelijk te maken. Vorige maand zijn ontwerpregels gepresenteerd: drones mogen niet zwaarder zijn dan 55 pond (25 kilo) en niet hoger vliegen dan 400 voet (122 meter). Ze moeten altijd binnen het gezichtsveld van de bestuurder blijven en wegblijven bij vliegvelden. Gebruikers moeten een brevet halen en een vluchtplan indienen.

Wellicht even stekelig is de kwestie van privacy. Tegenstanders van uitvoerig gebruik van drones door politiekorpsen, waaronder de burgerrechtenorganisatie American Civil Liberties Union (ACLU), schetsen een schrikbeeld van een overheid die, als Big Brother, letterlijk boven het hoofd van burgers zweeft en mensen langdurig in de gaten kan houden, zelfs in hun eigen achtertuin of door het raam van hun woning. Om nog maar te zwijgen over wat paparazzi met drones zouden kunnen.

De Conservatieve commentator Charles Krauthammer van de Washington Post pleit daarom voor een verbod op het gebruik van drones binnen de VS. „Drones zijn oorlogsinstrumenten”, zei hij tegenover de televisiezender Fox News. „Ze moeten worden gebruikt in Somalië om slechteriken op te sporen, maar niet in Amerika. We willen geen samenleving waarin je altijd in de gaten wordt gehouden door de overheid.”

Politieman Banks denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. „Wij moeten het toestel altijd in ons gezichtveld houden, en ’s avonds moet het verlicht zijn. Dus het is niet echt bruikbaar om iemand op een stiekeme manier in de gaten te houden. Als we dat wel zouden willen, zouden we daar eerst toestemming van een rechter voor moeten vragen.”

Toch is er al een juridische testcase: de politie in de staat North Dakota heeft vorig jaar de hulp van een drone ingeroepen om een man te bespieden die werd verdacht van diefstal van vee en het opwerpen van een barricade op zijn land om zich te verzetten tegen arrestatie. Met informatie van de drone kon de politie de man in hechtenis nemen zonder vuurgevecht. Maar hij wil de aanklachten aanvechten wegens de gebruikte methode.

Volgens West van de drone-organisatie zijn er al privacyregels die spieden belemmeren, en zal het gebruik van onbemande vliegtuigjes daar weinig aan veranderen. Niettemin erkent ze dat drones een negatief imago hebben. De organisatie heeft deze maand een gedragscode opgesteld voor gebruikers van drones. „Er is een campagne nodig om het publiek beter te informeren over de voordelen van deze technologie, en dat mensen er niet bang voor hoeven te zijn.”

Op het veldje keert de Scout zoemend terug naar de basis. McDonald gelooft in het nut van kleine drones; de rebellen in Libië maakten er gebruik van voor verkenning bij hun opmars naar Tripoli, vorig jaar. Ook is het toestel in de Golf van Mexico gebruikt om olievlekken te signaleren. „Je kunt mensen uit gevaarlijke situaties houden”, betoogt hij. „Wij denken dat deze markt klaar is om op te stijgen.”

Frank Kuin