Britse vastgoedbroers onterecht beschuldigd

Vincent en Robert Tchenguiz, twee jetsettende Britse projectontwikkelaars, kunnen waarschijnlijk een forse schadevergoeding claimen bij de Britse onderzoeksdienst Serious Fraud Office. Een Britse rechter heeft vandaag geoordeeld dat de huiszoekingsbevelen op onrechtmatige wijze verkregen waren.

De gebroeders Tchenguiz werden ervan verdacht dat ze in 2008 fraude hadden gepleegd tijdens de ondergang van de IJslandse bank Kaupthing. Vlak voor het faillissement van wat toen de grootste bank van IJsland was, ontvingen de vastgoedmiljonairs grote geldbedragen van Kaupthing.

Volgens een IJslandse onderzoekscommissie hielp Kaupthing een broos vastgoedimperium van de broers in stand houden. Uit notulen van Kaupthing zou blijken dat de bank regelmatig geld leende aan Robert Tchenguiz zodat hij leningen bij andere banken kon verlengen. Robert Tchenguiz was bestuurder bij een grote aandeelhouder van Kaupthing. In maart vorig jaar werden de broers kortstondig door de politie vastgehouden.

Inmiddels is duidelijk dat het Serious Fraud Office grote fouten heeft gemaakt. De onderzoekers hadden in maart van vorig jaar een rechter voorgehouden dat Vincent Tchenguiz had gelogen over de waarde van zijn bezittingen die als onderpand dienden voor de leningen van Kaupthing. Op basis van die informatie verleende de rechter toestemming om het huis en kantoor van Tchenguiz te doorzoeken. Uit documenten bleek dat Tchenguiz wel genoeg duidelijkheid had verschaft over de bezittingen. Een rechter noemde het optreden van de de Britse dienst die financiële en economische delicten onderzoekt incompetent. Het onderzoek is inmiddels gestaakt.

Het Serious Fraud Officeis ook de instantie die onderzoek doet naar manipulatie van de Liborrente, een van de belangrijkste rentetarieven in de financiële wereld.