Blog uit Londen: Robin Haase gedroeg zich als olympische toerist

Een uitbundige Robin Haase die een overwinning viert eerder deze maand. Foto AP / Kerstin Joensson Een uitbundige Robin Haase die zijn overwinning viert in Kitzbühel eerder deze maand. Foto AP / Kerstin Joensson

Vooropgesteld, ik ben geen tennisverslaggever. En ik ken Robin Haase evenmin persoonlijk. Nooit ontmoet zelfs. Op televisie komt hij over als een vriendelijk mens. Maar na zijn uitschakeling in de eerste ronde van het olympische tennistoernooi heeft Haase mijn sympathie verloren.

De speler meldde zich zondagnacht in het olympisch dorp, omdat hij zaterdag in het mondaine Oostenrijkse Kitzbühel de finale van, naar ik heb begrepen, onbeduidend graveltoernooi moest spelen. Hij wilde daar coûte que coûte zijn titel verdedigen. Voor een tennisser van belang voor zijn plaats en de wereldranglijst en voor zijn inkomsten. Tot zover begrijp ik Haase.

Hij moest kiezen: Kitzbühel of ‘Londen’

Maar Haase werd geacht op zondag al zijn eerste partij op de Olympische Spelen te spelen. En daar houdt mijn begrip op. Dat heeft toch niets met een goede voorbereiding te maken? Bovendien kwam hij van gravel en wordt het olympische tennistoernooi op het befaamde gras van Wimbledon gespeeld. Dat vereist, lijkt mij, een periode van aanpassing. Nu had Haase geluk dat zijn partij vanwege de regen een dag werd verschoven. Maar dan nog. Als professional had hij moeten kiezen: Kitzbühel of ‘Londen’.

Er is echter een ander aspect dat mij nog het meest steekt. De Nederlandse tennisbond (KNLTB) voert al sinds de Olympische Spelen van Athene in 2004 strijd – om niet te zeggen een vendetta - met sportkoepel NOC*NSF over de olympische limieten. De KNLTB wil dat NOC*NSF de lijn van de internationale tennisfederatie volgt en een speler uitzendt die binnen de top 64 valt – er worden immers 64 spelers en speelsters tot het tennistoernooi op de Spelen toegelaten.

Nee, zegt de sportkoepel, wij zijn geen olympisch reisbureau en wij hanteren onze eigen, scherpere normen. Dat recht heeft NOC*NSF op grond van het olympisch handvest. Uitgangspunt daarbij is dat een deelnemer een reëel uitzicht op de top acht moet hebben.

NOC*NSF ging overstag na dreigement tennisbond

Vertaald naar tennislimieten kwam dat neer op een plaats bij de top-40 op de wereldranglijst voor de mannen en top-32 voor vrouwen. Haase stond niet binnen die top-40 en zou dus niet naar Londen uitgezonden mogen worden.

Met het dreigement van een rechtszaak en schermen met het risico dat tennis van de Spelen kan verdwijnen als Nederland zou blijven dwarsliggen ging NOC*NSF na veel soebatten overstag en paste, alleen voor tennis, de limieten aan. Een tennisser moest bij de beste 59 op de wereldranglijst staan en een tennisster bij de best 57. Voor Haase was de weg naar Londen geplaveid.

Opvallend want er zijn tal van voorbeelden waarbij NOC*NSF ander sporters het voordeel van de twijfel had kunnen geven, maar dat niet deed. De koepel bleef bijvoorbeeld star toen turnster Loes Linder in 2004 0,1 punt voor ‘Athene’ tekort kwam. En de uitzending van atlete Yvonne Hak naar de Spelen van Peking vier geleden was onbespreekbaar, ook al kwam ze voor de 800 meter maar 0,2 seconde tekort. Om vervolgens voor een tennisser van internationaal gezien tweede of misschien wel derde garnituur de loper uit te leggen. Begrijpt u het nog?

Haase gedroeg zich als olympisch toerist

Ik stel vast dat Haase zich als een olympische toerist heeft gedragen. Hij heeft er op geen enkele wijze blijk van gegeven de Spelen serieus te nemen. Na zijn mislukte optreden in Londen kan ik het geklaag van de tennisbond over de limieten onmogelijk nog langer serieus nemen. En moet ik constateren dat NOC*NSF ten onrechte slappe knieën heeft getoond.

De tennisbond heeft en passent de andere olympische sportbonden een dienst bewezen. Want die kunnen met Haase als voorbeeld wijzen op precedentwerking. Ik zou in de onderhandelingen voor de limieten van de Zomerspelen in Rio de Janeiro (2016) het geval Haase gebruiken om van die verdomd scherpe limieten af te komen.

Henk Stouwdam is sportredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next en doet vanuit Londen verslag van de Olympische Spelen.