Bekeerd voor verblijfsvergunning

Sommige asielzoekers bekeren zich tot het christendom om toegelaten te worden. Maar hoe onderscheid je een valse bekering van een echte?

Utrecht. - Bekeren doe je niet zomaar. Dat doe je alleen als je je ten diepste voelt aangetrokken tot een nieuw geloof. Of om te kunnen trouwen met de liefde van je leven.

Er kan nog een reden zijn. Soms is het voor asielzoekers gunstig om een bekering te ensceneren. Als in het land van herkomst een bepaalde geloofsgroep wordt geïntimideerd en opgejaagd, is de kans op een verblijfsvergunning in Nederland voor hen groter. Dat geldt bijvoorbeeld voor christenen in Iran, Irak, Egypte, Syrië, Libanon, Nigeria.

Asielzoekers vragen vaak bescherming omdat hun religie in het land van herkomst niet wordt getolereerd, zeggen medewerkers van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND). Regelmatig gaat het om iemand die bekeerd is. Precieze cijfers zijn er niet omdat de IND niet mag registreren op etniciteit, religie of seksuele voorkeur.

IND-medewerkers moeten valse bekeringen onderscheiden van bekeringen vanuit het hart. Een lastige opdracht. Nog lastiger dan achterhalen of iemand wel echt komt uit het land waaruit hij zegt dat hij komt.

„We kijken of een verhaal geloofwaardig is”, zegt Jorie Mulder, beleidsmedewerker asiel en geloofwaardigheid. En dat is vaak lastig, zegt Ineke Schuurman, senior medewerker proces asiel. „Want je kunt niet in iemands hoofd kijken.”

In het dagelijks leven stel je de bekering van iemand niet ter discussie, vertellen beslismedewerkers. Je gaat er gewoon van uit dat het uit overtuiging is. Het voelt gek om dat wel te doen. Maar het hoort nu eenmaal bij het werk.

Ineke Schuurman probeert in een gesprek zoveel mogelijk te weten te komen over het verhaal áchter de bekering. Ging het heel plotseling, na een droom? Of was het een geleidelijk proces? Vond de bekering in Nederland plaats, of in het land van herkomst? Ze stelt open vragen, zegt ze. Op zoek naar het precieze verhaal.

Arjan Plaisier, secretaris van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), vindt dat de IND voorzichtig moet zijn met conclusies. Hij sprak acht tot het christendom bekeerde asielzoekers. Bij alle acht had de IND de bekering niet authentiek gevonden. Arjan Plaisier twijfelde bij zeven van de acht bekeerlingen niet aan de oprechtheid. De gevolgen zijn groot. „Het gaat over de toekomst van de asielzoeker.”

Valt een bekering eigenlijk wel te toetsen? Over geloof valt niet te twisten maar wel te spreken, zegt Arjan Plaisier. „Van een volwassen mens mag je verwachten dat hij kan vertellen wat het nieuw gevonden geloof voor hem betekent.” Een basale kennis over het christelijk geloof en over de figuur Jezus Christus kan je verwachten, vindt Plaisier. Een bekering die zo mystiek is dat er geen woorden voor zijn om te beschrijven, vindt Plaisier zelf ook niet geloofwaardig.

De mate waarin mensen hun nieuw verworven geloof in woorden kunnen vatten, zal per persoon verschillen, zegt Plaisier. Een boerenzoon uit de binnenlanden van Afrika zal daarmee meer moeite hebben dan een hoogopgeleide Afghaan. Plaisier: „Daar moeten de beslismedewerkers rekening mee houden.”

Een kerk zal ook niet licht iemand aanvaarden als belijdend lid. Maar een kerk toetst een aankomend lid niet. De IND-medewerker heeft het lastig, vindt Plaisier. „Hij of zij zal moeten proberen de asielzoeker zoveel veiligheid te bieden dat hij open durft te bespreken wat hem ten diepste beweegt.”

Voor de IND maakt het uit wanneer iemand zich bekeerde. Een bekering kort na aankomst in Nederland komt anders over dan een bekering na drie negatieve beslissingen, legt Ineke Schuurman uit. Zij is naast IND-medewerker ook godsdienstpsycholoog. Haar valt op dat veel asielzoekers die een tweede of derde asielaanvraag indienen, en dus al langer in Nederland zijn, intussen zijn bekeerd. Gek vindt ze dat niet. „Een mens in moeilijke omstandigheden staat eerder open voor een bekering dan een iemand die een stabiel leven leidt.” Als asielzoekers zijn uitgeprocedeerd en geen recht meer hebben op opvang, worden ze vaak geholpen door christelijke organisaties. Schuurman: „Als je hulp, liefde, eten en onderdak ontvangt, sta je open voor een groep. Het sociale aspect kan dan belangrijker zijn dan de inhoud van de religie.”

De basisvraag blijft: loopt de asielzoeker gevaar? Kan de bekeerling in het land van herkomst zijn nieuwe geloof belijden? Soms kan dat wel, zeggen IND’ers, als hij niet te veel aandacht op zijn religie vestigt. De angst die mensen voelen is dan wel reëel, want persoonlijk. Een gevoel van veiligheid kan je niet afdwingen.

Gert-Jan Segers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, vindt dat te makkelijk. Het is voor Nederlanders soms lastig de situatie in een land ver weg goed in te schatten. Hij woonde jarenlang in Egypte en weet hoever de dagelijkse werkelijkheid in dat land afligt van de westerse werkelijkheid. In Egypte bestaat een diepe kloof tussen christenen en de islamitische meerderheid die zich steeds breder maakt. Als een Egyptische moslim zich bekeert tot het christendom, is dat even ingrijpend als hier een geslachtsverandering ondergaan.”

Het gaat er niet om of iemand in het land van herkomst net zo vrij kan leven als in Nederland, zeggen IND-medewerkers. Als dat de maatstaf wordt, moet iedereen worden toegelaten,

Jorie Mulder zegt: „We zijn er niet om de mensen buiten de deur te houden.” Ze krijgen wel eens het gevoel dat de buitenwacht dat denkt. Ze zitten er wel om de juiste mensen bescherming te bieden. Iets minder dan de helft van de asielzoekers krijgt een verblijfsvergunning, zegt Mulder. „De rest wordt afgewezen. Van die rest denken we dat ze geen bescherming nodig hebben. Soms op basis van feiten. Soms is het verhaal niet geloofwaardig.”

Ineke Schuurman: „Hoe we ook beslissen, achteraf blijf ik benieuwd: is het écht zo gegaan?”