Artikelen in Nature moeten vrij te lezen zijn

Het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Nature weigert vooralsnog zijn artikelen toegankelijk te maken voor iedereen. Ten onrechte, stelt Jos Engelen. Alleen het verdienmodel moet anders.

De recente berichtgeving in deze krant over vrije toegankelijkheid (open access, OA) tot wetenschappelijke artikelen was belangwekkend en verhelderend (NRC Handelsblad, 24 juli). De aanleiding was de aankondiging van de Europese Commissie en de Britse regering dat OA-publiceren verplicht wordt gesteld als het onderzoek met publiek geld is gefinancierd. Ik wil hieraan graag mijn steun betuigen en het vooroordeel bestrijden dat de exclusiviteit van een tijdschrift als Nature koste wat het kost moet worden beschermd en niet verenigbaar zou zijn met OA.

De rationale van OA is duidelijk. Toegang tot resultaten van publiek gefinancierd onderzoek moet niet worden gehinderd door gesloten deuren. Die deuren moeten open zijn voor wetenschappers van alle disciplines, onderzoekers uit het bedrijfsleven – inclusief het midden- en kleinbedrijf – en het grote publiek. Het delen van wetenschappelijke informatie, over disciplinegrenzen heen, is bevorderlijk voor de wetenschap zelf, het stimuleren van toepassingen, het informeren van alle burgers en het betrekken van burgers bij de nieuwste inzichten.

De overgang naar OA-publiceren is in principe eenvoudig, maar bij toepassing in de praktijk moeten bepaalde hindernissen worden genomen. Uitgeven – publiceren – is een professionele activiteit, gebaseerd op redactioneel beleid en gericht op hoge standaarden van kwaliteitscontrole. Deze standaarden hebben geleid tot een collectie wetenschappelijke tijdschriften met een essentiële en erkende rol in de wetenschap. Een dergelijke verzameling tijdschriften moet behouden blijven onder de overgang naar OA. Bij voorkeur blijven de bekende uitgevers aan boord en passen ze hun verdienmodel aan.

De hoogste standaard van excellentie wordt toegekend aan artikelen die zijn gepubliceerd in Nature, Science of in een ander vergelijkbaar hoog aangeslagen tijdschrift. Nature en Science zijn geen OA-tijdschriften, maar ze hebben een zeer sterke positie. Wetenschappers willen graag hun resultaten erin gepubliceerd krijgen. In zekere zin staan Nature en Science de overgang naar OA in de weg.

Laten we, als concreet voorbeeld, in iets meer detail kijken naar Nature. Het is niet mijn bedoeling de hoge kwaliteit die aan Nature wordt toegekend in twijfel te trekken; ik wil onderzoeken of het mogelijk is om Nature onderdeel te maken van de ‘OA-wereld’.

De hoofdredacteur van Nature herhaalde onlangs, tijdens een paneldiscussie bij een conferentie in Dublin, dat Nature vanaf de oprichting in 1869 hetzelfde redactionele beleid volgt. Om voor publicatie in Nature in aanmerking te komen, moet een artikel rapporteren over nieuwe resultaten, een ‘primeur’ presenteren waarover nog niet eerder is gepubliceerd.

Elk artikel in de wetenschappelijke literatuur moet voldoen aan dergelijke criteria, lijkt me. Wat maakt Nature dan uniek?

Sinds 1869 zijn wel de intensiteit en de diversiteit van wetenschappelijk onderzoek veranderd. Het volume aan excellent onderzoek is sterk toegenomen. Ook de rol van onderzoek is veranderd, van een esoterische activiteit van een kleine elite tot een maatschappelijke noodzaak.

Het aantal manuscripten dat ter publicatie aan Nature wordt aangeboden, is enorm toegenomen. Hierdoor wordt een veel kleiner deel van het aanbod geaccepteerd. Dit heeft aanzienlijk bijgedragen aan de mythische status van Nature. Dat valt Nature niet te verwijten. Nature heeft voltijds professionele redacteuren in dienst. Geholpen door beoordelaars – wetenschappers, ‘gelijken’ van de auteurs die artikelen aanbieden – spannen zij zich tot het uiterste in om de beste manuscripten te selecteren voor publicatie.

Maar hoe wordt ‘de beste’ gedefinieerd? Om aanknopingspunten te vinden, nodig ik u uit een aantal recente nummers van Nature te bekijken. Een eerste constatering is dat slechts ongeveer de helft van de gepubliceerde pagina’s is gewijd aan originele, wetenschappelijke resultaten – een klein deel van die helft aan uitgebreide artikelen, de rest aan korte letters. De andere helft is gevuld met nieuws, opinies, advertenties, aankondigingen en personeelswerving. Ik vraag me opnieuw af: wat is de definitie van ‘de beste’ wetenschappelijke artikelen? ‘De beste’ voor het aantrekken van de abonnees die geïnteresseerd zijn in ‘de rest’?

Laten we terugkeren naar de wetenschappelijke artikelen, die de helft uitmaken van Natures handel. Het blijft een probleem dat het bovenmatige aanbod van manuscripten aan Nature een zware belasting vormt voor de redactieleden. Er zijn kosten mee gemoeid die de overgang naar een OA-verdienmodel van Nature in de weg staan – tenminste, dat zegt Nature.

Waarom zou dit zo zijn? Het relatief geringe aantal artikelen dat Nature publiceert, kan gemakkelijk worden betaald zodra het model algemeen wordt geaccepteerd dat de auteur – lees: de onderzoeksorganisatie – betaalt. Het is zeer wel mogelijk de hoogste wetenschappelijke kwaliteitsstandaarden te handhaven met OA als de nieuwe publicatiestandaard. Dit geldt in het algemeen, dus ook voor Nature. Het vereist een kritische houding van wetenschappers, wetenschapsfinanciers en degenen die de kwaliteit van het onderzoek en de onderzoekers meten.

Nature zou de wetenschappelijke gemeenschap moeten volgen – niet omgekeerd.

Jos Engelen is voorzitter van het algemeen bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.