Annemieks Muurtje

De ontlading duurde precies één avond en één ochtend. Daarna kwam de kater. Het sleutelbeen van Annemiek van Vleuten werkte niet langer mee. Het ding raakte ontstoken en de artsen stuurden haar naar huis. Als u dit leest, is het olympisch avontuur van Van Vleuten over.

Vlak voor de kater fietsten we samen een paar uur. Vanuit het olympisch dorp dwars door de woonwijken van noordoost Londen naar Redbridge, waar een parcours voor wielrenners is uitgepijld. Ze weet niet zo goed wat ze moet zeggen tegen een journalist. „Eigenlijk hou ik niet zo van interviews”, zegt ze. Ze heeft liever dat we haar met rust laten. Hoeft ze zich tenminste ook niet bloot te geven. Gelukkig willen de meeste journalisten iets van Marianne Vos, en niet van haar. Het heeft ook z’n voordelen om de één na beste wielrenster van Nederland te zijn.

Tuurlijk, ze is blij voor Marianne. Heel blij zelfs. Maar misschien is ze nog wel blijer met de manier waaróp Vos won. „We hebben niet zo veel kansen het vrouwenwielrennen in de etalage te zetten: eigenlijk alleen bij WK’s en de Spelen. Dat moet ook meteen een agressieve, spannende koers zijn. Weet je, er kleven zoveel etiketten op vrouwenwielrennen. Dikke konten, haat en nijd, Van Moorsel tegen Longo – maar er is de afgelopen jaren een hoop veranderd. Het is veel professioneler geworden, maar we komen niet van die etiketten af als tv-commentatoren ze er elke keer weer opplakken – die lopen jaren achter.” '

Zes jaar geleden was ze nog studente dierwetenschappen; per toeval ontdekte ze dat ze hard kon fietsen. Ze woont nog steeds in een studentenhuis en ze is er bepaald niet rouwig om dat ze pas op haar 23e is begonnen met koersen. „Ik weet dat er meer is dan alleen wielrennen, daarom kan ik soms beter relativeren. Vooral bij mannelijke wielrenners mis ik dat wel eens. Die schieten al in de stress als ze vijf minuten moeten lopen naar de eetzaal van het olympisch dorp.”

Ze wil er zelf niets van weten, maar eigenlijk is het een wonder dat ze de Spelen heeft gehaald. In de winter onderging ze een operatie aan haar liesslagader die haar eerder slechter dan beter maakte, en een maand geleden brak ze haar sleutelbeen in de Giro d’Italia. Ze reed er nog drie etappes mee door voordat ze naar huis ging, liet zich opereren, en weer drie dagen later zat ze alweer op de fiets om te trainen. „Ik ben nogal hard voor mezelf. Als je iets wilt bereiken, dan moet je de grens opzoeken – en eroverheen.”

Eigenlijk heb je twee Annemieks. Eén leuke, charmante, extraverte Annemiek voor vrienden en vriendinnen – en één harde, professionele Annemiek voor de Grote Boze Buitenwereld.

Maar van haar huilbui na haar Nederlandse titel, in de armen van haar moeder, heeft ze geen spijt. „Mijn vader is vier jaar geleden overleden, mijn moeder heeft het heel moeilijk gehad – en ik ook. Dat kwam er op dat moment allemaal uit.” Daar, op dat ene moment, was de echte Annemiek zichtbaar. Heel even liet ze haar muurtje zakken.

Zou ze vaker moeten doen.

NRC-sportredacteur Zonneveld fietst dagelijks met (oud-)sporters en prominenten door Londen.