'Wet één: alles kan altijd beter'

Jesús Iglesias Noriega is hoofd artistieke zaken bij De Nederlandse Opera. „In Zuid-Europa geeft men meer geld uit aan zangers. Hier telt het geheel.”

Juli is traditiegetrouw een stille maand bij De Nederlandse Opera. Studio’s leeg, theater leeg. Even rust voordat volgende maand de repetities voor de openingsproductie van het nieuwe seizoen – Franz Schrekers zelden opgevoerde opera Der Schatzgräber – weer losbarsten.

De zomerluwte is schijn. Onder de oppervlakte is dit voor De Nederlandse Opera een bewogen jaar. In het voorjaar werd de fusie met Het Nationaal Ballet en Het Muziektheater aangekondigd; kroon op een kwart eeuw „organisch naar elkaar toegroeien”, zoals zakelijk operadirecteur Truze Lodder toen verwoordde. De verandering is intern voelbaar: er worden letterlijk muurtjes afgebroken om verschillende afdelingen met elkaar te verbinden. Lodder zelf gaat met pensioen op 1 oktober. Ook het hoofd artistieke zaken, Hein Mulders, is dit jaar opgestapt.

Muzikaal directeur Pierre Audi vond een ervaren opvolger in de Spanjaard Jesús Iglesias Noriega. In diens werkkamer staan de posters nog op de grond, naast de piano. Hij is zich nog aan het installeren, verontschuldigt hij.

Iglesias Noriega (40) is geen nieuwkomer in de operawereld. Hij was lang verbonden aan het Teatro Real te Madrid en droomde al tijdens zijn studie – piano en een MBA in Performing Arts – van de carrière die hij nu heeft. De piano, wijst hij, bespeelt hij niet meer. „Dat doe je goed of dat doe je niet.”

In Madrid verzorgde Noriega veertien jaar lang de casting en, mede, de programmering. „Samen met een hele lichting jonge mensen die daar eind jaren negentig begonnen, hebben we de opera van Madrid van niets opgebouwd tot het gerenommeerde huis dat het nu is”, zegt hij.

Wat hij er leerde? Hij lacht. „De voor de hand liggende dingen die misschien juist daarom vaak te zeer veronachtzaamd worden. Wet één: je werkt met artiesten. Dat vereist omzichtigheid. Dat is lastig, maar óók een hoofdprioriteit. Zij staan op het podium, wij moeten ze ondersteunen.

„Wet twee: altijd streven naar het allerhoogste en geen genoegen nemen met minder. Als het goed is, kan het beter. De kwaliteit van een operahuis is het gemiddelde van de voorstellingen. Alleen met uitschieters naar boven kun je mislukkingen compenseren. En wet drie: wees helder over de financiën, want je werkt met publieke gelden die, zeker in de cultuur, altijd ter discussie zullen staan. Wij maken kunst, maar onze organisatie is net zo zakelijk als elke andere multinational.”

In vergelijking met Madrid, zegt Noriega, gaat er in Amsterdam een kleiner aandeel van de jaaromzet naar zangers. „Hier wordt juist weer iets meer uitgegeven aan de producties zelf: de regie, de decors.” Logisch, vindt hij. „In Madrid moet je Plácido Domingo boeken om een volle zaal te trekken. Hier is dat anders, en in Spanje begint het ook al te kantelen. Zang, regie, decors, koor, orkest, directie – naar mijn smaak zijn het allemaal gelijkwaardige pijlers onder een goede productie.

„Hier in Amsterdam wordt lang gerepeteerd, en dat maakt het engageren van de allergrootste namen lastig. Wij zoeken betaalbaar aanstormend talent, of de arrivé die hier in een rol wil debuteren.”

Zangers die hij graag zou engageren? „Pfff, heb je even? Simon Keenlyside. Violeta Urmana. Joyce DiDonato. Maar het is allemaal timing; gasten is een puzzel. Eerst komt het repertoire, dan de invulling. En uiteindelijk moet een voorstelling worden gedragen door een heel team. Een zanger moet daar wel in passen. De stijl moet kloppen. Je kunt best een keer een zanger van het Mariinski Theater in St. Petersburg een Rossini-opera laten zingen, maar die moet dan wel uitermate goed voorbereid zijn.”

De relatie met muzikaal directeur Pierre Audi is nog pril, zegt Noriega. „Uiteindelijk gelden achter de schermen dezelfde wetten als ervoor: je moet een team vormen. Pierre kan zangers aandragen, en ik titels van opera’s waarvan ik denk: die zouden we moeten doen.”

Zoals? Lachend: „Strauss’ Ariadne auf Naxos. Die opera is de absolute wensdroom van elke castingdirector: grote rollen, kleine rollen en karakterrolletjes.”

Het nieuwe operaseizoen opent op 1 september. Inl: www.dno.nl