Vos is een lief meisje, maar een kannibaal op de fiets

Marianne Vos is het vrouwenpeloton ontstegen. Ze heeft een motor met veel meer pk’s dan de rest. In Londen won ze gisteren goud.

Thijs Zonneveld

Vier jaar lang dacht Marianne Vos aan niets anders. Ze dacht aan goud als ze opstond, ze dacht aan goud als ze naar bed ging, ze dacht aan goud als ze haar tanden poetste. Zilver en brons konden haar gestolen worden; ze ging alleen maar naar Londen om te winnen.

Winnen, winnen, winnen: iets anders is er nooit geweest in het leven van Vos. Ze is pas 25, maar ze heeft nu al een palmares zo dik als het boek van Sinterklaas. Naast de fiets is het een lief en aardig meisje, maar zodra ze op de fiets stapt verandert ze in een kannibaal. In elke wedstrijd moet ze als eerste over de streep: op de weg, in het veld, op de baan. Haar tegenstanders worden er soms moedeloos van. Zelf zei ze daarover: „Ik zou mezelf denk ik wel een bitch vinden als ik tegen mijzelf zou rijden.”

Niet winnen is geen optie – Vos kan totaal niet tegen haar verlies. Als klein meisje gooide ze al krijsend met haar helm en handschoentjes als ze een jeugdwedstrijdje verloor; ze trapte zelfs eens een vuilnisbak in elkaar. Als volwassen vrouw is het niet veel anders. Na het verloren WK van Kopenhagen, waar ze voor de vijfde keer op rij zilver won, stond haar blik op doden. Iedereen die het aandurfde bij haar in de buurt te komen kreeg de wind van voren.

Maar Vos beschikt niet alleen over een harde kop; er zit een interne motor in haar lichaam die veel meer pk’s blaast dan haar concurrentes. Bij testen van de Raboploeg bleek dat ze 6,63 watt per kilo lichaamsgewicht wegtrapt. Dat is een cijfer dat voor vrouwen voor onmogelijk werd gehouden – de beste wielervrouwen van de planeet fietsen minimaal een watt per kilo minder weg. De test van Vos was zelfs zó indrukwekkend, dat ze zichzelf tussen de beste tien mannen van Rabobank wurmde, nog vóór Lars Boom. Een beetje frustrerend is het wel voor de andere vrouwen in het peloton: waar zij in een Mini rijden, rijdt Vos in een Ferrari – er zitten simpelweg meer pk’s onder de motorkap.

Het was niet voor niets dat afgelopen winter stemmen opgingen Marianne Vos eens te laten meedoen in het mannenpeloton – als het niet bij de profs was, dan in elk geval bij de amateurs. Vos is het vrouwenpeloton ontgroeid. Zelf stond ze open voor een uitstapje naar de mannen, maar de regels van de internationale wielerbond stonden dat in de weg.

De olympische wegrit was gisteren een samenballing van de kwaliteiten van Vos. Ze reed als een bezetene, herhaalde tijdens de wedstrijd alleen het mantra „ik moet als eerst over de finish, ik moet als eerste over de finish”, en ze vermoordde de concurrentie door ze één voor één dood te demarreren. De rest van het peloton was nagenoeg kansloos tegen de kop en de pk’s van Vos. De beste samenvatting kwam wellicht van de vrouw die brons won, Olga Zabelinskaya. Die zei na afloop, met een stem vol berusting: „Marianne is machine.”

Dominant op de fiets: pagina 22-23