Toen niet, nu wel: goud voor Vos

Wat in Peking niet lukte, deed Marianne Vos in Londen wel. De beste wielrenster van het peloton won de wegwedstrijd.

Redacteur Olympische Spelen

Londen. Eén minuut liet Marianne Vos haar emoties over de olympische titel de vrije loop. Even kwam de spanning eruit. Ook opluchting, na de mislukte missie van vier jaar geleden? Nee, dacht bondscoach Johan Lammerts. „Het flitst wel even door je heen in de auto. Maar ik was niet bang dat het mis zou gaan. Ze staat altijd op het podium, is écht de beste.”

Vos (25) won al wereldtitels op de weg, de baan en in het veld. Ze is een geboren winnares, de vrouwelijke versie van Eddy Merckx, maar wel met veel zilver. Na haar wereldtitel op de weg in 2006 werd ze vijf keer tweede. Ze won al een olympische titel, maar van de puntenkoers op de baan. Dat goud in Peking was een troost na de mislukte wegwedstrijd.

Vier jaar geleden had Vos zich volledig aangepast aan de Chinese hitte. Ze trainde in klimaatkamers, zocht de warmte in El Salvador op en repeteerde de verraderlijke klim op haar rollerbank. Niets was aan het toeval overgelaten, behalve het weer. Wat een zegetocht moest zijn rond de Chinese Muur, werd een drama in de striemende regen. Verkleumd en doodop finishte ze als zesde.

De optelsom van nederlagen tartte Vos’ eerzucht. Ze is de voorbije jaren fysiek en mentaal gegroeid, vertelde Lammerts. Vos won dit seizoen bijna overal waar ze startte en behaalde in bloedvorm voor de tweede keer op rij de overwinning in de Italiaanse Giro Donne. Enige imperfectie was een val in mei waarbij ze haar sleutelbeen brak. Lammerts: „Ze is één, twee niveaus beter geworden. Nu is ze de allerbeste wielrenster die we hebben.”

Dominanter in de koers, maar ook meer ontspannen in het hoofd. „Ik word niet gelukkig als ik het alleen maar op de Spelen heb”, vertelde ze vorige week. „En het gaat niet goed als ik niet gelukkig op mijn fiets zit.” Net als in Peking had ze lekker geslapen voor de wegwedstrijd, maar deze keer voelde het beter in haar hoofd. „Marianne was heel relaxed de afgelopen dagen”, vertelde ploeggenoot Annemiek van Vleuten.

Vos bereidde zich in juli onbedoeld voor op het wisselvallige Britse weer. Ze fietste – en won – een rittenkoers in de Limousin, waar de temperatuur in enkele dagen halveerde. De wedstrijd paste in haar olympische traject, maar ze reed ook in Frankrijk omdat ze het leuk vond. Genieten, dat was ze in Peking vergeten.

Robert Slippens, bondscoach van de baanwielrenners, herinnerde haar echter in Londen aan het belangrijkste doel: „Vergeet niet te winnen.” Alsof Vos dat zou vergeten. Ze zou niet nog eens nalaten te bevestigen wie de beste is in het peloton, al zal ze dat nooit hardop zeggen.

In Londen begon het vlak voor de start te regenen en dat was deze keer niet in het nadeel van Vos. Want ze heeft dan wel vijf keer genoegen moeten nemen met WK-zilver op de weg, ze is ook vijfvoudig wereldkampioen veldrijden. „En nu waren we in elk geval goed voorbereid”, zei ze. Lammerts: „We hebben in Nederland toch wat meer te maken met regen. Ik weet van sommige concurrenten van Marianne dat ze daar last van hebben.”

Waar de mannen negen keer Box Hill in het graafschap Surrey beklommen voor de finish in hartje Londen, deden de vrouwen dat twee keer. Vos had de 224 meter hoge heuvel liever wat vaker in het parcours gezien, voor een hardere koers. „Ik maakte me een beetje zorgen”, bekende Lammerts. „Iedereen zat niks te doen in het peloton en wachtte op het beste team.”

Maar Lammerts’ wielrensters hielden zich aan het plan. Ellen van Dijk, Loes Gunnewijk en Van Vleuten vielen allemaal aan, voor de definitieve demarrage van Vos. „Na Box Hill is nog een hupje. We wilden vol doortrekken als iedereen dacht: we zijn er. We wilden anderen ook aan het werk zetten.” En Van Vleuten: „Het is precies gelopen zoals we wilden.”

Vooral Vos bepaalde in de finale het tempo in een kopgroep met de Britse Lizzie Armitstead en de Russische Olga Zabelinskaja. Van Vleuten: „Het is ongelofelijk dat ze vooruit zijn gebleven. Wij gingen al zó hard.” Vos: „We gingen enorm hard, maar ik wilde niet demarreren. Lizzie is daarvoor te rap in de sprint. Ik dacht alleen: rustig blijven, geen fouten maken.”

Zabelinskaja was de eerste die aanzette voor de sprint. Vos reageerde meteen en Armitstead kon haar niet passeren. Haar zilver was de eerste Britse medaille. Vos kwam schreeuwend over de streep, maar was daarna weer de vrouw van weinig woorden. „Goud was geen obsessie, al kan ik dat nu makkelijk zeggen.”