Sportzomer

Het probleem van mooie dingen is dat het heel moeilijk is om ervan te genieten. Want achterin je hoofd hou je altijd het gevoel dat het ooit voorbij gaat. Aan al het goede komt een eind, en alles van waarde is weerloos. Ik heb het al op feestjes; wanneer iedereen nog vol in de polonaise vierstemmig „Er staat een paard in de gang” brult, zie ik in flash forward mezelf al in een inmiddels verlaten zaaltje staan, terwijl ik de slingers van het plafond trek en de sangriavlekken uit het tafelkleed boen.

Ik had het de afgelopen week op vakantie ook. Terwijl ik liggend in een hangmat heel zen en meditatief probeerde te genieten van het Nu, lag ik op mijn vingers af te tellen hoeveel nachtjes we nog in Frankrijk zouden zijn en vroeg ik me af of ik thuis die volle vuilniszak nog op het balkon had gezet.

Boeddha zou, als hij mij zou zien, mismoedig zijn hoofd schudden en „tut tut tut” zeggen. Ik leef wel in het Nu, maar het Toen en Straks komen er altijd doorheen schemeren. En dat gevoel overviel me ook toen ik terug in Nederland Radio 1 weer aanzette.

Ik ben deze zomer hartstochtelijk verliefd geworden op Radio 1. Dankzij de Sportzomer is het al wekenlang feest op de zender. De mix van sportverslagen en nieuws, de ongewone combinatie van verschillende presentatoren en de licht kazige muziekkeuze kleurt mijn zomer. Radio 1 is elke dag een feest en dat komt niet in de laatste plaats omdat de presentatoren onderling zo nu en dan ook praten alsof ze op schoolreisje met elkaar in een touringcar zitten en voorin bij de buschauffeur een mop mogen vertellen.

Maar terwijl ik ervan geniet, voel ik al het verdriet van het spoedige slot van de Sportzomer. Na de Olympische Spelen zal men weer overgaan tot de orde van de dag. Gaan alle journalisten weer terug naar hun eigen omroep. Weg is het schoolreisjessfeertje.

En dat is zonde. De publieke omroepen moeten bezuinigen en ook bij de radio zal er de komende jaren het een en ander moeten veranderen. En daarom zeg ik, en inmiddels vele mensen met mij: laat de Sportzomer bestaan. Verzin er een nieuwe naam voor, maar hou het losse, gezellige sfeertje. Geef me mijn nieuws en mijn sport en mijn kleffe Franse chansons. Ik wil nog niet dat de zomer voorbij is. Dit goede hoeft echt nog niet ten einde te komen.