Sport maakt het politieke gesprek makkelijker

De Olympische Spelen bieden wereldleiders uit politiek en zakenleven een uitgelezen forum voor dringende kwesties. De Britse premier en gastheer Cameron wil een oplossing voor de burgeroorlog in Syrië. Met Russisch president (en judofan) Poetin praat hij later deze week ook over vertroebelde bilaterale relaties. En Cameron tekent met diverse leiders omvangrijke handelsakkoorden. En dat allemaal tussen het zwemmen, fietsen, roeien en beachvolleybal door.

Cameron tijdens een receptie met de Russische premier Dmitri Medvedev. Foto AP

De Britse premier David Cameron heeft het druk dezer dagen. Natuurlijk, hij leidt een land dat gastheer is van het grootste sportevenement ter wereld. Maar hij gebruikt de Spelen ook om politiek te bedrijven. En met meer dan honderd staatshoofden en politici in Londen heeft hij daarvoor een uitgelezen kans.

Hij sprak sinds eind vorige week onder anderen met president Dilma Rousseff van Brazilië, de premier van Kazachstan, en de leiders van Algerije, Libanon en de Palestijnse gebieden. En vrijdag een uur lang met zijn Turkse collega Recep Erdogan.

Het onderwerp van gesprek is niet sport, maar Syrië. Want Downing Street beseft dat „de Olympische Spelen op elk moment in het niets kunnen verzinken”, zo zei een anonieme regeringsbron tegen persbureau Reuters, met een verwijzing naar de slag om de Syrische stad Aleppo.

Ingrijpen in Syrië lijkt onvermijdelijk geworden. „Het aantal verklaringen over het gebruik van massavernietigingswapens en de verhoogde spanning in Aleppo betekenen dat we geen toeschouwer kunnen blijven”, zei Erdogan na afloop van zijn gesprek met Cameron. Ze bespraken onder meer hoe ze de Syrische oppositie kunnen steunen, hoe ze meer getrouwen van president Bashar al-Assad kunnen overhalen om over te lopen, en hoe ze de druk op Assad kunnen verhogen.

Daarvoor is draagvlak van Rusland in de VN-Veiligheidsraad onontbeerlijk. Dus als de Russische president Vladimir Poetin eind deze week in Londen is voor de judowedstrijden – hij is immers fan en zelf drager van een zwarte band – zal Cameron hem vergezellen. Officieel zal het gesprek gaan over handel. Maar de Britse premier zal ook proberen de Rus ervan te overtuigen zijn steun voor Assad te laten varen. Poetin vindt dat de Syrische crisis door onderhandeling moet worden opgelost, niet door een eventueel militair ingrijpen.

De sport maakt het gesprek misschien makkelijker. De relatie tussen de Russen en de Britten is kil sinds de vergiftiging van de Russische ex-spion en Kremlincriticus Alexandr Litvinenko in Londen in 2006. Ondanks herhaald verzoek van de Britten weigert Moskou de vermeende moordenaar uit te leveren. En tot ongenoegen van de Russen verschaft Londen politiek asiel aan Poetin-tegenstander Boris Berezovski en de Tjetsjeen Achmed Zakajev. Pas vorig jaar werd het contact enigszins hersteld, toen Cameron Moskou bezocht.

Vrijdag sprak Cameron al kort met premier Dimitri Medvedev, die zaterdag het beachvolleybal bezocht.

De dertig Syrische sporters zijn ondertussen aan het werk. „We willen de wereld een ander beeld geven van Syrië dan wat ze nu op de televisie zien. Het zou geweldig zijn als ons volkslied in Londen wordt gespeeld”, zei de 23-jarige sprinter Ghofrane Mohammed tegen diverse media. Het team tekende woensdag de speciale vredesmuur in het olympisch dorp, dat een wapenstilstand tijdens de Spelen promoot, maar wilde verder geen commentaar geven. Het hoofd van het Syrisch olympisch comité is niet in Londen. Generaal Mowaffak Joumaa, die het neerslaan van de opstandelingen leidt, werd een visum voor het Verenigde Koninkrijk geweigerd.

De Britse regering gebruikt de Spelen ook om de eigen industrie te promoten. Premier Cameron hoopt de komende vier jaar 13 miljard pond (16,12 miljard euro) aan ‘goud voor Groot-Brittannië’ te kunnen binnenslepen, en de komende dagen al 1 miljard aan handelsakkoorden te kunnen tekenen.

Dat is hard nodig. Vorige week werd bekend dat de Britse economie tussen april en juni nog eens met 0,7 procent kromp en de recessie verre van over is.

In de marge van de Spelen organiseren de Britten daarom een grote economische conferentie in Lancaster House, naast Buckingham Palace, waar een Business Embassy is neergezet. Daar komt sinds vorige week de top van het internationale bedrijfsleven samen, onder wie de bestuursvoorzitter van Google, Eric Schmidt, en topman Andrew Witty van GlaxoSmithKline. Sprekers zijn onder andere IMF-baas Christine Lagarde, en de secretaris-generaal van de OESO, Angel Gurria.

Maar bij de opening van de ‘ambassade’ kreeg Cameron veel kritiek. Met name over de strenge migratieregels, waardoor volgens de bedrijven talent buiten het Verenigd Koninkrijk wordt gehouden, en over de uitbreiding van de vliegveldcapaciteit rondom Londen die op zich laat wachten. Dat is verre van open for business, zo vond men.

Ook wordt twijfel uitgesproken over de economische strategie van de Britse regering. Volgens de Financial Times zou een Amerikaanse bestuursvoorzitter openlijk hebben opgeroepen tot verandering van koers, en zouden Amerikaanse en Aziatische zakenlieden bezorgd zijn over de economische situatie in het Verenigde Koninkrijk.

En men zou zich zorgen maken over nieuwe regels voor de bankensector, en over de rol van de Bank of England. De gouverneur van de centrale bank, Mervyn King, zou zich actief hebben bemoeid met het ontslag van Bob Diamond, bestuursvoorzitter van Barclays. Die politieke rol van Bank of England wordt gezien als een risico voor andere bedrijven. Ook het feit dat er geen duidelijke opvolger van King is, die volgend jaar met pensioen gaat, zou reden zijn tot zorg.

Ondertussen wordt in het Verenigde Koninkrijk zelf getwijfeld aan Camerons claim dat de Olympische Spelen voor groei zullen zorgen. Kredietbeoordelaar Moody’s voorspelt dat de grote sponsors zullen profiteren, maar „het is onwaarschijnlijk dat er een substantiële macro-economische stimulans is te verwachten”.

Camerons kabinet heeft de opdracht gekregen zich op vijftig specifieke investeringsprojecten te richten, waaronder de wederopbouw van Libië, oliewinning in Irak, en grote bouwprojecten in China en Brazilië, de organisatoren van de vorige en de volgende Olympische Spelen.