Procederen tegen Zijlstra: weinig zeker

Naast protesteren en lobbyen hebben culturele instellingen ook de rechtsgang ontdekt als wapen tegen het bezuinigingsbeleid van het kabinet. Maar loont het om tegen de maatregelen van staatssecretaris Zijlstra te procederen?

Vorige week haalde De Toneelmakerij een gemengd succes bij de rechtbank in Amsterdam. Op het belangrijkste punt verloor het jeugdtheatergezelschap. Het had in juni voor de rechter betoogd dat Zijlstra onbehoorlijk bestuur pleegde door de subsidie te verlagen. In zijn cultuurbeleid heeft Zijlstra bepaald dat jeugdgezelschappen niet meer dan 5 ton aan rijkssubsidie krijgen.

Daarmee voelt De Toneelmakerij zich gepakt. Het gezelschap is drie jaar geleden gevormd door een fusie van twee Amsterdamse groepen, juist op aandringen van de overheid. Die wilde graag een groot jeugdgezelschap dat in grote zalen zou kunnen spelen met stukken voor alle leeftijdsgroepen. De Toneelmakerij kreeg in de aflopende subsidieperiode 1,5 miljoen euro per jaar. Een grote reorganisatie is onvermijdelijk.

De rechtbank stelt in zijn arrest dat de staatssecretaris de beleidsvrijheid toekomt om voor een nieuw subsidiestelsel te kiezen. Een ontvanger van subsidie mag aan het eind van een periode niet zomaar vertrouwen op voortzetting van zijn subsidie en de hoogte daarvan.

De Toneelmakerij gaat tegen dit deel van de uitspraak in beroep. Maar vooralsnog biedt deze uitspraak weinig hoop voor anderen. In een zaak die Holland Symfonia had aangespannen oordeelde de rechtbank in Haarlem al dat de staatssecretaris het orkest zijn status van langjarig gesubsidieerde instelling mocht ontnemen, omdat niet voorzien had kunnen worden dat er door de kredietcrisis aanzienlijk op cultuur moest worden bezuinigd.

Op een minder belangrijk punt won De Toneelmakerij wel. Dat betreft de frictiekosten, de kosten die een instelling maakt om zich aan te passen aan de lagere subsidie. Daarvan vindt de rechter dat de staatssecretaris zich geen rekenschap geeft van langlopende verplichtingen van een gezelschap en de termijn te kort heeft gemaakt. Boekingen die lang doorlopen bijvoorbeeld. Ook oordeelt de rechtbank dat Zijlstra geen plafond kan instellen voor de frictiekosten. Die vergen meer maatwerk.

Dat biedt aanknopingspunten voor anderen. Omdat veel instellingen zwaar geraakt worden door de bezuinigingen, kan het zo toch nog druk worden bij de rechter.