Moeite met bescheiden Belgen

Dat pakje van hem is een vermomming. Zijn wielershirt zegt België, maar zijn mond spreekt met een Noord-Hollands accent. Peter Pieters heet hij. In Peking was hij nog bondscoach van de Nederlandse baanploeg, hier in Londen is hij de baas bij de Belgen.

Hij traint mee met zijn jongens, ergens op de stille weggetjes van het Londense achterland. Zij rustig aan, hij puffend en steunend in het laatste wiel. Veel mensen snappen niet dat hij zichzelf zo afpeigert. Hij wel. „Ik wil weten wat er speelt. Ik kan wel aan ze vragen hoe het met ze gaat, maar dan zeggen ze allemaal: ‘O, prima hoor’. Op de fiets kun je uren met iemand praten. Dan hoor je pas het echte verhaal.”

Meer dan een uur heeft hij deze training niet naar ze kunnen luisteren. Hij reed twee keer achter elkaar lek en zei tegen zijn renners dat ze maar door moesten fietsen. Nu fietst hij naast mij.

Tien jaar lang was Pieters in dienst van de Nederlandse bond. Hij zette de baanploeg op de kaart, vierde successen met Theo Bos en Teun Mulder – maar na de teleurstellende Spelen van Peking was het ineens over. Hij werd op het bondskantoor ontboden. Na twee minuten stond hij weer buiten en was hij zijn baan kwijt.

Niet dat hij iets te klagen heeft. België is de droom voor iedere wielercoach. „Het land ademt wielrennen.” Al heeft hij soms moeite met de mentaliteit van zijn Belgische renners. „Ze zijn zo bescheiden. Ze kijken tegen andere landen op. Wij Nederlanders zijn arroganter, we hebben een grotere bek – en die heb je nodig als je van je af wilt bijten. Wie naar anderen opkijkt, heeft bij voorbaat al verloren.”

Zijn aanpak werkt. Het Belgische baanwielrennen lag jarenlang op z’n gat, maar met Pieters aan het roer is het allemaal anders. Op het afgelopen WK wonnen de Belgen drie medailles, op het EK zelfs zes. Op de Spelen is elke plak meegenomen. De concurrentie is enorm. „Wij gaan de competitie aan waar we kunnen, maar ik moet toegeven dat we op sommige onderdelen kansloos zijn voor een medaille.”

Het is een moeilijke balans. Aan de ene kant moeten zijn renners een grote bek hebben, aan de andere kant kan een klein beetje realisme ook geen kwaad. „Dat miste ik wel in Nederland. Na de Spelen van Peking werd de Nederlandse baanploeg afgemaakt. Nederlanders verwachten altijd dat hun sporters winnen; als ze niet winnen, dan zijn het meteen pannenkoeken.”

Pieters heeft in Londen meer dan één pet op. Hij is bondscoach, maar ook vader. Zijn dochter Amy, net 21, rijdt in de Nederlandse achtervolgingsploeg. Op de vraag of wat hij liever heeft – een medaille voor een Belgische baanrenner of een plak voor zijn dochter – is hij even stil. Hij wikt. Hij weegt. „Een plak voor mijn dochter natuurlijk. Je bent toch altijd eerst vader.”

Tien minuten later sist zijn band opnieuw. Drie keer lek op een dag, het is een prestatie op zich. Pieters maalt er niet om. Hij rijdt terug op zijn velg. Met lekke banden, zegt hij, is het als met zoveel dingen in het leven. Soms zit het mee, soms zit het tegen.

NRC-sportredacteur Zonneveld fietst dagelijks met (oud-)sporters en prominenten door Londen.