Licht in je straat? Betalen graag

Op zoek naar besparingen hevelen gemeentes taken over naar de burger. Straatafval ruimen inwoners nu zelf op.

Verslaggever

Rotterdam. Laatst kreeg wethouder Bob Bergkamp een brief van een boze bewoonster. Of hij wilde komen kijken bij haar in het parkje, waar het gras al tijden niet was gemaaid. Toen Bergkamp erheen fietste, zag hij dat het gras inderdaad hoog was. En wat zei hij tegen de bewoonster? „Laten we een deal maken: wij gaan maaien, u gaat met uw buren de straat opruimen en de dakgoten onderhouden.”

Heel normaal, vindt wethouder Bergkamp, om dat van een inwoner te vragen. Breda maakt op grote schaal afspraken met burgers over het overnemen van taken die tot voor kort bij de overheid thuishoorden. Het onderhoud van straten, groenstroken, parkjes: ongeveer 2.000 inwoners van Breda doen het nu zelf. Dat is fijn voor de gemeentekas. Doordat Breda taken uitbesteedt aan burgers, kan de stad jaarlijks een miljoen euro bezuinigen op onderhoudswerk.

Wat in Breda gebeurt, gebeurt in heel Nederland: op zoek naar besparingen hevelen gemeenten steeds meer taken over naar de burger. ‘Zelfbeheer’, wordt dat genoemd. Het gebeurt op allerlei manieren.

Neem de bladkorf, in veel kleine gemeenten een verzamelpunt voor losliggende bladeren. De komende herfst mogen inwoners zelf hun bladeren weggooien. In diverse steden, waaronder Emmen, Breda, Eindhoven en Coevorden, is de bladkorf weggehaald als besparing. „We spreken burgers aan op hun eigen verantwoordelijkheid”, aldus een woordvoerder van de gemeente Eindhoven.

Zwerfvuil: ook een dankbare bezuinigingspost. In Amsterdam worden burgers geworven om afvalcontainers te adopteren. Inwoners ruimen het vuil op dat naast ‘hun’ container belandt. In ruil daarvoor worden ze jaarlijks „in het zonnetje gezet”, vertelt Onno Hoogerhuis, hoofd inzameling bij het Amsterdamse stadsdeel Noord. Hoeveel de gemeente er precies mee bespaart, weet hij niet, maar „veel is het niet”. „Wij doen het vooral voor de inwoners zelf. Zij vinden het prettig om in een schone omgeving te wonen.”

In Arnhem gaan ze nog een stapje verder. Daar zijn begin dit jaar 600 van de 1300 afvalbakken buiten het centrum weggehaald. De maatregel maakt deel uit van een bezuiniging op stadsreiniging die Arnhem jaarlijks 460.000 euro oplevert. Er worden minder bladeren geruimd, de afvaldienst gaat minder vaak vegen, hondenuitlaatstroken worden niet meer gereinigd. Bij elkaar mag de stad 2,5 keer viezer worden, heeft het college besloten.

Ook de verkeersrotonde ontkomt niet aan gemeentelijke bezuinigingen. Een rotonde kost de overheid gemiddeld 1.000 euro per jaar. Te veel, vinden zo’n veertig Nederlandse gemeenten, die hun rotonde laten ‘sponsoren’. Bedrijven en instellingen hebben de mogelijkheid om een vast bedrag aan de gemeente over te maken voor de beheerkosten van een rotonde. In ruil daarvoor krijgen zij een bordje op de rotonde met hun bedrijfsnaam erop. „Betere reclame is er niet”, zegt Bart Keuper van de Rotondespecialist, een bedrijf dat voor twaalf gemeenten verkeersrotondes beheert en er sponsoren voor zoekt.

Wat is het effect van al deze bezuinigingen? En wat vindt de burger ervan dat hij steeds meer overheidstaken naar zich krijgt toegeschoven?

In Arnhem nemen de klachten toe sinds de prullenbakken zijn weggehaald. „Het is niet zo dat we worden overspoeld met klachten”, zegt een gemeentewoordvoerder, „maar het verdwijnen van de bakken wordt wel opgemerkt.” Bewoners die hun afvalbak wilden behouden, konden dit zelf bekostigen door een prullenbak te ‘adopteren’. Maar dat gebeurde niet. Slechts 80 bakken werden teruggeplaatst.

In Buren was de interesse nog geringer voor een adoptieplan van de gemeente. Buren heeft vorige maand 500 lantaarnpalen weggehaald om 50.000 euro te bezuinigen. De lantaarnpalen konden worden gehuurd door bewoners. Drie inwoners deden het.

In Breda is volgens wethouder Bergkamp wél enthousiasme voor het onderhoud van gemeentelijk groen door burgers. De wethouder ziet „een nieuw soort buurtverantwoordelijkheid” ontstaan. „Buren die elkaar voorheen niet spraken, harken nu zij aan zij.” Wel krijgt hij „regelmatig klachten” over het onderhoudsniveau in de stad. Bergkamp maakt zich er geen zorgen over. „Als je bewoners verantwoordelijk maakt voor hun eigen leefomgeving, moet je je als overheid er niet mee bemoeien. Wij gaan niet tot op de millimeter voorschrijven hoe de perkjes erbij moeten liggen.” Het vergt veel van zijn ambtenaren. Die vinden het vaak „eng” om „zomaar alles uit handen te geven”, zegt Bergkamp. „Ze denken: straks ontstaat er wildgroei in de stad. Dan zeg ik: nou en? Dan is het gras maar wat hoger. Ik hou wel van diversiteit.”