Journalist als campagneknecht

„Alles is onderhandelbaar”, schreef een journalist uit Texas aan een geïnterviewde. In de VS groeit het verzet tegen afspraken tussen pers en politiek. Journalisten stellen zich te afhankelijk op.

Mitt meets the press, Londen 26 juli.

Het lijkt zo spannend, verslag doen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar wie beter kijkt naar de relatie tussen pers en politiek in de VS, ziet iets anders. Meer dan ooit, klaagt iedere journalist die meedoet in de ‘pools’ van president Obama of Mitt Romney, is de pers een decorstuk. Een evenement verslaan, dat mag. Mits de voorwaarden door de campagneteams zijn bepaald. Zij beslissen wie mee mag, wie een vraag mag stellen aan een kandidaat, en, uiteindelijk, hoe het antwoord eruit ziet.

The New York Times gaf vorige week een gedetailleerd inkijkje in de autorisatiecultuur die tussen de Amerikaanse geschreven pers en de campagneteams is ontstaan. Alles is onderhandelbaar. Niet een citaat van een kandidaat of campagnemedewerker geldt, maar het goedgekeurde citaat. Campagneleiders hebben het laatste woord, en de pers, wellicht uit angst anders helemaal genegeerd te worden, doet er aan mee. Toen The New York Times commentaar vroeg bij het team van Obama, was het antwoord onbedoeld ironisch: „Met dit verhaal gaan we niet on the record”.

De wijde omgeving van de kandidaten, schoolvrienden, familieleden, heeft instructies gekregen niet met de pers te praten voordat de campagneleiders hun zegen hebben gegeven. „Are you vetted?” (Bent u doorgelicht?) is de vraag die vrienden en familieleden bij interviewverzoeken moeten stellen. Alleen door de campagne goedgekeurde journalisten mogen met bijvoorbeeld de vijf zoons van Mitt Romney praten.

The Washington Post is de eerste grote krant die tegenwicht wil bieden aan, zoals de krant het noemt, de onderhandelcultuur tussen bron en journalist. Hoofdredacteur Marcus Brauchli heeft afgelopen week een mail naar zijn redactie gestuurd, waarin hij zegt dat hij de regels in het Stijlboek van de krant aanscherpt. Voortaan, schrijft hij, moet de journalist weer de tekst in eigen hand hebben, niet de geïnterviewde. „Als een citaat uitgesproken is, dan blijft dat zo.” Het vooraf ter inzage sturen van verhalen „is tegen ons beleid”, aldus Brauchli, „tenzij de hoofdredactie daar toestemming voor heeft gegeven – wat vrijwel nooit gebeurt”.

Deze aanscherping kreeg lof van de ombudsman van de krant. „Wij schrijven voor lezers, niet voor bronnen”, aldus Patrick Pexton. Angst voor weglopende lezers en adverteerders, en angst om voortaan goede verhalen te missen, heeft volgens Pexton geleid tot journalisten met te weinig ruggegraat. „Wat we vergeten, is dat we machtiger zijn dan we denken dat we zijn. (..) We kijken te veel over onze schouders. We buigen voor de wensen van de macht, we geven te graag toe aan ideologen.”

Opmerkelijk is dat de discussie op de krant niet ontstond door de politieke verslaggeving in campagnetijd, maar na een affaire rond een onderwijsredacteur. De redacteur had een verhaal gemaakt over een universiteit in Texas, en had het verhaal na klachten van de universiteit over de te negatieve toon aangepast. „Alles is onderhandelbaar”, mailde hij naar een woordvoerder van de universiteit. De mailwisseling werd opgevraagd en openbaar gemaakt door The Texas Observer, waarna een relletje geboren was.

Het is maar de vraag of er iets zal veranderen aan de praktijk in de politieke verslaggeving. De concurrentie om in een ‘pool’ te komen (en mee te mogen reizen met een kandidaat) is deze weken hevig. Niet meewerken betekent dat een verslaggever van een andere krant mee mag. Ombudsman Patrick Pexton noemt dit een „vreselijke praktijk”, en roept zijn collega’s op het gevecht met de teams van Romney en Obama eens aan te gaan. „Wat als de Witte Huis-verslaggevers eens collectief besloten een dagje niet naar een persconferentie te gaan? Wat gaan die medewerkers dan doen? Ons ontslaan? Ons een paar weken op de zwarte lijst zetten? Nee, dat kunnen ze niet. Wij hebben ze nodig, maar zij ons ook.”

Overigens staat in het Stijlboek van NRC Handelsblad dat inzage vooraf bij een bron alleen mag leiden tot het corrigeren van feitelijke onjuistheden. Over ‘autorisatie’ gaat alleen de redactie, verhalen over militaire missies uitgezonderd.