Jeremy Deller blies Stonehenge op

Beeldende kunst

Jeremy Deller: Joy in People. Wiels, Brussel. T/m 19 /8. Inl: wiels.org ****

‘Mislukkingen’, heet het laatste onderdeel van de tentoonstelling van Jeremy Deller in Brussel. Daarin zijn kunstwerken van deze Britse kunstenaar bijeengebracht die nooit zijn uitgevoerd. Het gaat om voorstellen voor kunst in de openbare ruimte die zijn afgewezen. Een opgeblazen auto uit Bagdad voor Trafalgar Square in Londen uit 2008, een ingang met Stonehenge-achtige menhirs voor het Olympisch Park, ook in Londen, uit 2010.

Ze werden afgewezen door commissies, maar helemaal verloren gegaan zijn ze niet. Deller trok in 2009 met een autowrak door Amerika, en nu is in Glasgow zijn versie van Stonehenge te zien en te gebruiken: het is een opblaaskussen. De motivatie voor het werk is hetzelfde gebleven: „Mijn idee was bedoeld als een commentaar op de Britse identiteit, omdat daar voortdurend over gediscussieerd wordt. Stonehenge is wellicht de bekendste plek in de UK, maar niemand weet wat het is of waarvoor het werd gebruikt. Het is dus een beetje zoals de Britse identiteit: open voor interpretatie.”

Commentaar op de Britse identiteit, zo zou je het hele oeuvre van Deller (1966) kunnen samenvatten, met hier en daar een uitstapje naar Amerika of Europa. De overzichtstentoonstelling ‘Joy in People’, die eerst in de Hayward Gallery in Londen was te zien en nu is neergestreken in het nieuwe Brusselse kunstcentrum Wiels, laat Deller zien als een soort antropoloog, die geen boeken maar kunstwerken maakt over zijn bevindingen. Deller maakte bijvoorbeeld een documentaire over de fans van de Britse band Depeche Mode in Duitsland, Rusland en de VS, hij verzamelde spreuken gekrast in het herentoilet in de British Library, hij legde een archief met volkskunst aan.

Dellers kunstwerken zijn nooit kunstwerken in de traditionele zin: geen schilderijen, geen sculpturen, zelfs geen performances. Hij is een van de pioniers, of, als dat historisch gezien te veel eer is, uitbaters van sociale kunst; kunst die niet alleen voor maar ook met behulp van het publiek wordt gemaakt.

Deller brak in 1997 door met het project Acid Brass. Daarvoor liet hij een ouderwets fanfarekorps housemuziek spelen, iets waarmee de Williams Fairy Brass Band tot op heden succes heeft zowel op popfestivals als in musea (in 2011 kwam een nieuwe cd uit). Deller zag overeenkomsten tussen de twee verschillende soorten muziek, hij vond het „twee authentieke vormen van volkskunst geworteld in specifieke gemeenschappen”. Met Acid Brass had Deller ook zijn vorm gevonden: „Ik realiseerde me dat ik geen objecten hoefde te maken”, zegt hij in de catalogus. De bevrijding die dat meebracht voor de kunstenaar, bereikt soms ook de kijker, die aan zijn projecten ook een gevoel van vrijheid kan overhouden.

Dellers volgend grote project, zijn meesterwerk, was The Battle of Orgreave, uit 2001. Voor dit project liet hij vrijwilligers die meestal veldslagen uit de klassieke oudheid of de Middeleeuwen naspelen, een gebeurtenis uit het recente verleden acteren: de gewelddadige confrontatie tussen mijnwerkers en de politie tijdens de grote mijnwerkersstaking in Engeland in 1984. Aan de heropvoering deden ook mijnwerkers en agenten mee die er vijftien jaar eerder echt bij waren.

Van zulke projecten als The Battle of Orgreave kun je alleen de weerslag tentoonstellen; een spijkerjasje met buttons gedragen door een mijnwerker, boeken van of over premier Margaret Thatcher, stakingsleider Arthur Scargill en andere hoofdrolspelers in het tragische, ironische drama waarin de traditionele industriële maatschappij ten onder ging.

Gelukkig is er in Wiels de documentaire te zien die regisseur Mike Figgis over het project maakte. Projecten waar niet zo’n filmisch verslag van is, slaan op de expositie een beetje dood. Deller heeft getracjt dat probleem te verhelpen door het publiek tijdens een diashow als voice-over over de projecten te vertellen.

Ook heeft hij zijn allereerste tentoonstelling nagebouwd, die hij hield in zijn ouderlijk huis. Als installatie is het een nogal steriele aangelegenheid. Ook op de expositie moet je je verbeelding aanspreken. Dellers werk doet daar het meest als hij goochelt met vaststaande categorieën.

Zijn methodes lijken daar bovendien meer dan eenmalige experimenten, zoals in de beeldende kunst vaak het geval is. Ik zou wel eens een re-enactment van de Slag om de Blauwbrug willen zien, van de krakersrellen uit Amsterdam in 1980. En van welk Nederlands bouwwerk zou je een goed opblaaskussen kunnen maken? Benieuwd naar de volgende Biënnale van Venetië, waarop Deller Groot-Brittannië vertegenwoordigt.