Ideologische leegte op komst

In de roman Wende van Johan Faber wordt de kachel met boeken gestookt. Want aan een intellectuele boodschap had je eind jaren 80 toch niet veel.

Boekrecensent

Er is een tijd geweest waarin Dennis Bergkamp nog geen nurkse assistent-trainer was, maar gewoon de zoveelste jonge spits die door probeerde te breken in het eerste elftal van Ajax. Je moest op de tribunes nog echt door een andere supporter gewezen worden op zijn talent.

Die periode, waarin Bergkamp zijn befaamde stift nog niet eens ontdekt had, is het decor van Wende, de debuutroman van Johan Faber. ‘Let op Dennis Bergkamp’, zegt één van de personages terwijl hij blauwbekkend zijn stoeltje in het stadion opzoekt. ‘Wie is Dennis Bergkamp?’ reageert de ander.

Een scène uit de late jaren tachtig, vlak voor de val van de Muur, en de jaren des onderscheids voor Peter Hemel, op dat moment student in Amsterdam. De timide Hemel leeft in de slagschaduw van Lodewijk Vriend, een charismatische medestudent die door Faber knap wordt neergezet als de politicus van de toekomst, de politicus van ná de val van het IJzeren Gordijn: ideologieloos, opportunistisch en ten volle het standpunt omarmend dat ‘de’ waarheid niet bestaat en je dus ook nergens voor hoeft te ‘staan’.

Vriend is weliswaar een academische ster, maar hij laat zijn opstellen schrijven door een hulpje. Op zijn kamer stookt Vriend de kachel op met boeken die hem niet aanstaan, waarmee Faber op een grappige maar ook nogal boude wijze laat zien dat Vriend een broertje dood heeft aan intellectualisme. Vriend is jong, maar weet al precies wat werkt: niet de boodschap zelf bepaalt je succes, maar de manier waarop deze verpakt wordt.

Tegenover Vriend plaatst Faber de universitair docent Leo van der Geest, een wetenschapper van de oude stempel die zich een hoedje schrikt wanneer er plots een essay wordt gepubliceerd van Francis Fukuyama, een tot dan toe onbekende denker uit de VS, waarin het einde van de menselijke geschiedenis wordt aangekondigd. Van der Geests tijd als geëngageerd onderzoeker zit erop, de tijd voor de Lodewijken Vriend van deze wereld is aangebroken.

Kleurrijke figuren dus, waar de Peter Hemel die het verhaal draagt, helaas wat bleek bij afsteekt. Gelukkig komen we Hemel in Wende niet alleen als fletse jongeling in de jaren tachtig tegen, maar ook als een teruggetrokken veertiger in het nu. Waar Faber uitstekend in is geslaagd is het oproepen van twee mannen die, ondanks dat ze dezelfde naam dragen, toch ontzettend van elkaar verschillen.

De oude Hemel is de twijfel voorbij en pent als broodschrijver onder een vrouwelijk pseudoniem slechte thrillertjes vol, die als een idioot worden verkocht.

‘Als man was Hemel on-ver-koopbaar. Als vrouw was hij een potentiële bestsellerauteur.’ Als running gag treft Hemel in elk huis dat hij bezoekt zijn eigen flutwerkjes aan, in boekenkasten waar verder uiteraard geen ander boek van belang in te vinden is.

Omdat Hemel als ‘Ciska de Boer’ de melkkoe van de uitgeverij is, neemt de relatie met zijn redacteur ‘die goed weet hoe de markt tegenwoordig werkt’ soms kolderieke vormen aan. Helemaal wanneer Hemel zijn pen aan de wilgen wil hangen. De redacteur: ‘Doe je werk, Peter. Schrijf, houd iedereen blij en gelukkig en er is niets aan de hand.’

Wende is een volle, te volle roman waar Faber te veel tegelijk in heeft willen stoppen. Naast de Lodewijken Vriend, de Leo van der Geesten en de uitgeverijredacteuren zijn er ook nog tal van andere personages, die zich allemaal op een eigen en unieke wijze tot Peter Hemel verhouden. Tot een geloofwaardige narratieve versmelting komt het niet, waardoor Hemel uiteindelijk verliefd wordt op Wende, de zus van Lodewijk, die hij dan weer samen met jeugdvriend Wolf schaduwt in opdracht van Van der Geest.

Wat Faber wel is gelukt, is het wazig en paranoïde maken van Peter Hemel, alsof die in één van zijn eigen thrillers is terechtgekomen. Een beslissend moment in die ontwikkeling vindt al vroeg in de roman plaats, in de zomer voordat Hemel met zijn studie in Amsterdam begint.

Dagelijks trekt hij zich terug op een tennisbaan en leest daar zoveel boeken dat zijn ogen er pijn van gaan doen. ‘De thrillers waarin nagenoeg niets gebeurde fascineerden hem het meest.’ Thrillers bevolkt met ‘een meesterspion die zich bedenkt of dit het allemaal waard is’. Zou hij voorvoeld hebben dat hij op dat moment over zijn eigen leven zat te lezen?

Johan Faber: Wende. Nijgh & Van Ditmar, 318 blz. € 19,95 ***.