Hellenburg

Een schoen op de snelweg, onderweg gespot. Foto Raoul de Jong / NRC Een schoen op de snelweg, onderweg gespot. Foto Raoul de Jong / NRC

Dag 1 (2e helft) van Zwijndrecht naar Dordrecht

Twee dagen voor ik aan deze trip begon vroeg ik me af waar ik in Godsnaam aan begonnen was. Vanmiddag wist ik het : een in-frikkin’-ferno.
We gaan door na het vorige stuk, de tweede helft van de eerste dag, ergens tussen Rotterdam en Dordrecht. Om precies te zijn : onder de schaduw van een boom, bespied door een wantrouwende bejaarde, voor een aangeharkt tuintje, in Zwijndrecht. “This is great, I can do this!” had ik net overconfident aan mijn bezorgde vriendje ge-sms-t, wanneer ik kijk op de kaart en besef dat ik verkeerd ben gelopen.

Terwijl ik aanstalte maak om de weg te vragen aan een vrouw met een kind, merk ik dat ik een kramp heb in mijn rechtervoet. Zo erg, dat ik bijna niet kan lopen. Op de duim van mijn linkervoet begint een blaar en mijn rugtas schuurt in mijn schouders. “Ga je helemaal naar Dordrecht LOPEN?” vraagt het dochtertje van de vrouw. En ik denk: houd je bek, frikkin’ kind. Wat natuurlijk he-le-maal niet in lijn is met de statuten van de orde des Puck.

De vrouw zegt dat ik terug moet lopen, maar ik vertrouw haar niet, dus loop door een tunnel, naar de andere kant van de A16. Daar belt Aldrin, de vriend bij wie ik die avond in Dordrecht zal slapen. Het is inmiddels 3 uur geleden dat ik een pauze heb genomen, dus doe ik mijn tas af en ga zitten in een grasperkje. Ik graaf in mijn tas naar een energie-reep, wanneer er een groot, eng, grasmaaiding op me komt afgereden.

“Dit gaat helemaal niet goed,” zeggen de twee vlotte vijftigers op de fiets aan wie ik de weg vraag. Ik moet weer helemaal terug, naar de A16, de brug op, met de A16 over het water en dan de A16 blijven volgen door een industrieterrein genaamd ‘Dordtse Kil 1’. Tot we een tunneltje tegenkomen en dan moeten we naar links.

Aan de andere kant van dat tunneltje besluit ik toch maar eens de weg te vragen aan een man die in zijn tuin achter de laptop zit. “Dit gaat niet goed!” roept hij. “Je zit he-le-maal verkeerd!” Weerdestein is HEEL ver weg. En hij heeft GEEN idee hoe ik moet lopen. “Succes jongen!” roept hij. “Je moet nog een heel eind!”

Drie uur later zit ik op een paaltje tussen lelijke jaren zeventig flats in het sprankelende Wielwijk. Op het randje van een totale fysieke en mentale meltdown. Dan belt mijn tante. “Ok,” zegt ze, heel rustig, “ik open even de computer.” Met behulp van Google Maps loost ze me door de straten richting een straat genaamd Hellenburg. Dan valt mijn telefoon uit, want mijn batterij is op.

Of ik uit Engeland kom ofzo, met die rare ‘r’ van me? vraagt de recht voor zijn rape Dordtse. Weerdestein? Nee, daar heeft ze echt nog nooit van gehoord. Dat ik wel gek ben om met dit weer te lopen. En dat het morgen nog veel erger wordt. “Dank u wel,” zeg ik en wilde dat ik een busje pepperspray had meegenomen. Wanneer ik Aldrin zie, als een mirage aan het einde van de straat. Strompelend loop ik naar hem toe. Vernederd en verslagen en kapot.

“Wow, ik ben echt trots op je!” zegt Aldrin en neemt mijn tas van mijn schouders. Want ik ben helemaal uit Rotterdam gekomen en hoe je het ook went of keert, dat is epic.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.