Europaframes zetten partijen klem

Het is voor politieke partijen heel lastig om te ontsnappen aan het frame ‘wie voor Nederland is, is tegen Europa’. Laat de verkiezingen daarom liever over iets anders gaan, bepleit Andor Admiraal.

Illustratie Pavel Constantin

De verkiezingscampagne dreigt te vervallen in dezelfde plichtmatige uitwisseling van clichés over Europa die de afgelopen 25 jaar al zo veel kiezers heeft gefrustreerd. Zolang er geen beter debat mogelijk is, kunnen de partijen het onderwerp maar beter mijden.

Wie de invalshoek van het debat weet te bepalen, bepaalt de uitkomst. Wat betreft Europa blijven Nederlandse politici al decennia hangen in dezelfde achterhaalde invalshoek: een simpel voor of tegen Europa. Dit speelt eurosceptici in de kaart.

Stel uzelf de volgende vraag: waar is een politicus vóór die zegt tegen Europa te zijn? Voor Nederland natuurlijk. Framing maakt dat de kiezer onbewust ook het omgekeerde accepteert: wie vóór Europa is, is tégen Nederland. Een dergelijk sterk frame kan niet ongedaan worden gemaakt met een beleidsmatige opsomming van de voordelen die de EU ons brengt.

Pro-Europese politici zijn altijd erg trots als ze zich even de hoeder mogen wanen van zestig jaar vrede en veiligheid. Dit is een zelfgenoegzaam verhaal dat op geen enkele manier antwoord probeert te geven op de zorgen die er leven. Het feit dat iets in de vorige eeuw nuttig was, wil niet zeggen dat we nu voor exact dezelfde oplossing moeten kiezen. Het argument zet het mes op de keel van de kiezer: wie vraagtekens bij de Europese Unie zet, wil eigenlijk oorlog. Dit soort chantage werkt alleen als de kiezer het zelf gelooft. Niemand ziet evenwel bondskanselier Merkel de oorlog verklaren aan premier Rutte zodra voorzitter Van Rompuy van de Europese Raad niet meer tussenbeide komt.

Dit is niet de enige manier waarop pro-Europese politici hun eigen graf graven. Zo zijn ze altijd bereid uit te leggen waarom we soevereiniteit moeten overdragen aan Europa. Hiermee bevestigen ze dat er twee entiteiten zijn die elkaar uitsluiten: wij en Europa. Als we soevereiniteit overdragen, zijn wij die dus kwijt. Bovendien beschikken we op dit moment blijkbaar over een soevereiniteit die we ook zouden kunnen behouden. Helaas is dit allemaal onzin. Nederland kan niet om Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heen, ook niet zonder EU. In Europa hebben we tenminste stemrecht en zitten we aan tafel. Wat er feitelijk gebeurt, is dat we de soevereiniteit delen in Europa.

Pro-Europese politici moeten uit de verdediging stappen, eurosceptische frames negeren en spreken vanuit hun eigen waarden. Europa is een continent – het heeft niet zo veel zin daar voor of tegen te zijn. Waarom zouden de verkiezingen niet gaan over de vraag wat voor soort Europa we willen: sterk en zelfbewust, of zwak en verdeeld? Democratisch, of intergouvernementeel? De kiezer wil niet dat progressieve politici steeds uitleggen waarom ze alle macht willen afstaan aan bigbrother-Brussel; hij wil ook horen waarom SP-leider Emile Roemer en PVV-leider Geert Wilders Europa zo graag willen verzwakken en welke prijs ze bereid zijn te betalen voor ons isolement.

De middenpartijen valt in het debat over Europa het meest te verwijten. Uit angst voor de kiezer durven zij niet het achterste van hun tong te laten zien, maar zijn Nederlanders echt zo gekant tegen Franse wijn of gezamenlijke afspraken over waterkwaliteit? Ze hebben vooral problemen met het tegenwoordige Europa, dat ondoorzichtig, ondemocratisch en niet afrekenbaar is. VVD, PvdA en CDA willen zich niet terugtrekken uit de EU, maar durven niet te kiezen voor een democratisch, federaal model. Hiermee bepleiten ze feitelijk het doormodderen op de intergouvernementele weg. De onvrede die dit oplevert, is vervolgens het argument om ermee door te gaan. De kiezer heeft immers een hekel aan Europa. Zo houden ze niet alleen de kiezer, maar ook zichzelf voor de gek.

Bij D66 en GroenLinks bestaat de meeste animo voor een grondige verbouwing van de EU, maar juist bij hen heerst angst om de vinger op de zere plek te leggen; dat zou het draagvlak voor de EU maar ondermijnen. Dit is een hooghartige minachting van de kiezer. Wie niet al tot de directe achterban hoort, wordt genegeerd.

Je kunt van Wilders en Roemer niet vragen om eerlijk de economische gevolgen uiteen te zetten van hun ‘soevereine Nederland’. Dan zouden ze geen kiezer overhouden. Je kunt van Rutte, PvdA-leider Diederik Samsom en CDA-leider Sybrand van Haersma Buma niet vragen om de echte keuze aan de kiezer voor te leggen: doormodderen op de huidige weg, of kiezen voor iets wat kan worden weggezet als een Verenigde Staten van Europa. Je kunt van D66-leider Alexander Pechtold en GroenLinks-leider Jolande Sap niet vragen om uit hun ivoren toren neer te dalen en oprecht te proberen de rest van Nederland mee te nemen in hun visie.

Een zinvol debat over Europa valt van deze generatie politici niet te verwachten. Het zou daarom beter zijn als de campagne over heel andere dingen zou gaan.

Andor Admiraal is internetondernemer en geeft trainingen over contextcommunicatie (framing), onder meer binnen D66.