Eindelijk kan Hiba haar gezichtssluier dragen

Anderhalf jaar na de val van Ben Ali bepaalt de islam het debat in Tunesië. Het contrast tussen seculieren en gelovigen is groot, ook op straat. De zomer legt het bloot.

De vrouwen van de familie Radwini lakken hun nagels fluorescerend roze. Ze zitten aan de rand van een hotelzwembad in Sousse, een populaire badplaats in Tunesië. Ze dragen bikini’s en foeteren dat ze tegenwoordig op straat worden aangesproken op hun sexy kleedgedrag. De luidsprekers kondigen aan dat het groepsdansen begint, de Radwini’s veren op, ze zijn dol op groepsdansen.

Een paar honderd kilometer verderop, in een hotel diep in de heuvels van Ain Drahm, loopt Hiba Kawakeb (27) langs het buffet met toetjes. Ze draagt een niqaab (gezichtssluier), zwarte handschoenen en zwarte sokken in haar slippers. Net als de familie Radwini komt Kawakeb uit de hoofdstad Tunis en net als de Radwini’s brengt haar gezin de dagen voor de islamitische vastenmaand ramadan door in een hotel. Maar Kawakeb koos dit hotel juist omdat er geen groepsdanslessen zijn.

„Hier zijn aparte uren voor vrouwen om te zwemmen, en verder blijf ik zoveel mogelijk op mijn kamer, het is beter dan plaatsen zoals Sousse.” Kawakeb hoopt dat er in de toekomst meer van zulke hotels zullen komen, en dan het liefst ook nog zonder alcohol. Volgens haar is daar tegenwoordig vraag naar. „Voor de revolutie kon ik er zo niet bij lopen, en mijn man had een veel kortere baard. Er zijn veel mensen zoals wij.”

De gezichtssluier als bevrijding, Tunesië worstelt ermee. Enerzijds wil het land zijn seculiere karakter behouden, anderzijds wil het niet, zoals vroeger, strenggelovigen onderdrukken. Radwan Masmoudi (48), directeur van het Centrum voor de Studie van Islam en Demcoratie, is dagelijks met het probleem bezig. Hij pleit voor een seculiere islamitische staat, waarin de staat zoveel mogelijk van religie weg moet blijven.

„We moeten hier naar het Turkije-model. Een model als Iran, dat ook pretendeert een democratie te zijn, is duidelijk geen goed idee.” Masmoudi prijst de Ennahda, de grootste – en fundamentalistische – partij van het land. De partij presenteert zich als gematigd en sprak zich uit tegen een grondwet die gebaseerd is op de shari’a, het islamitisch recht. De partij stemde bovendien in met een seculiere president.

Maar niet iedereen is even enthousiast over Ennahda. Kawakeb vindt het een stelletje verraders. „Wat zijn dat voor islamieten? Het zijn gewoon politici, uit op de macht, verder niks”, snuift ze van achter haar sluier. Kawakeb vindt juist dat de staat de islam moet beschermen. „Ik snap wel dat het niet meteen kan, maar stapje voor stapje moet de shari’a worden ingevoerd.”

De Radwini’s zitten er tussenin, die hebben geen problemen met Ennahda, dat vinden ze wel een goede partij. Ze zijn zelf ook moslim maar niet van de strenge soort. „Ik ben er trots op moslim te zijn”, zegt vader Radwini. „Ik ben praktiserend tussen haakjes”, grinnikt hij. Hij drinkt niet, maar rookt wel graag een waterpijp en heeft er geen probleem mee dat zijn dochters in bikini langs het zwembad paraderen.

Aan de uiterste andere kant van het spectrum staan mensen als Sana Tamzini (37), kunstenares en directeur van het Centre National d’Art Vivant. „De Ennahda en de (radicalere) salafisten nemen onze publieke ruimtes in met hun zwarte jurken en baarden. Als zij dat mogen, moeten wij ook de straat op.” Tamzini steekt de hand in eigen boezem. „Wij, de kleine groep intelligentsia van de revolutie, waren te elitair, zij pakken het slimmer aan, ze zijn populair bij de gewone mensen in arme wijken.” Tamzini organiseert nu straattoneel om het tij te keren.

Noch de Radwini’s, noch de Kawakebs zitten te wachten op straattoneel. Beide gezinnen hebben een duidelijk beeld voor ogen van de toekomst van hun land en dat beeld lijkt verrassend veel op elkaar. „Ieder voor zich”, zegt vader Radwini. „Als ze ons gewoon met rust laten is het goed”, zegt Hiba Kawakeb. Maar allebei hebben ze het gevoel dat het nu niet goed is. De een voelt zich gekritiseerd door de strenggelovigen, de ander door de liberalen.

Masmoudi van het Centrum voor Islam en Democratie: „Je zult de komende jaren een groot debat zien over vrijheid en waar precies de grenzen liggen. Dat wordt moeilijk omdat niemand hier gewend is te debatteren.” Volgens Masmoudi heeft het land ‘religieuze seculieren’ nodig, mensen die secularisme begrijpen, maar ook de macht van het geloof. „Naakt over straat is niet goed en in niqaab ook niet.”

En het toerisme, hoe moet het daarmee? Wat de Radwini’s betreft verandert er niets. Ze hopen volgend jaar weer naar hetzelfde hotel in Sousse te gaan. Wat de Kawakebs betreft gaat het richting moreel toerisme. Kawakeb: „Mijn dochtertje ziet me niet naakt, dus anderen mogen dat zeker niet.” Ze vindt wel dat plaatsen als Sousse mogen blijven, zolang zij er maar niet heen hoeft en er voor haar meer mogelijkheden komen.

Het lijkt Kawakeb ook een lucratief idee. „Vrienden uit Saoedi-Arabië zeggen dat ze dan wel naar Tunesië zouden komen, nu vinden ze het te veel op Europa lijken.” De Radwini’s moeten erom lachen. En ook Masmoudi is sceptisch over toerisme gericht op de Golfstaten. „Alsof Golftoeristen zitten te wachten op dergelijk puriteins toerisme, het tegendeel is waar. Nee, we zullen zelf een balans moeten zien te vinden.”