Een kolkende watermassa na één bui

Precies in het stroomgebied van het riviertje de Gulp viel zaterdagavond een extreme bui. Het leidde tot een onverwachte, maar wel verklaarbare overstroming.

Het water kwam onverwachts en snel. De rivier de Gulp in het Zuid-Limburgse Slenaken steeg zaterdagavond in een half uur tijd anderhalve meter. Onder meer de lagere delen van twee hotels liepen onder water. Auto’s werden meegevoerd door de stroom. De omvang van de schade is nog niet helemaal duidelijk, maar loopt in de tonnen. Juist doordat de Gulp in Slenaken buiten zijn oevers trad, bleven de problemen verder stroomafwaarts beperkt. In Gulpen liep nog wel een loods onder.

1Hoe kon de wateroverlast ontstaan?

Door een extreme bui. In heel korte tijd viel zaterdagavond dertig liter water per vierkante meter. De regen viel zeer plaatselijk, precies in het stroomgebied van de Gulp. Riviertjes als de Geul en de Voer, slechts een paar kilometer verderop, hadden geen last van welke neerslag dan ook. In Slenaken stroomt normaal gesproken zo’n vijfhonderd liter water per seconde door de Gulp. Zaterdagavond was dat elfduizend à twaalfduizend liter per seconde.

2Een bui kan toch niet zoveel problemen veroorzaken?

Jawel, net als bij de Maas wordt de waterafvoer van de kleinere riviertjes in het Zuid-Limburgse Heuvelland bepaald door regenval. Maar ze pieken wel op een andere manier. De Maas overstroomt in de regel pas na lange periodes van overvloedige regen (meerdere dagen).

Stroompjes als de Gulp en de Geul kunnen al door een extreme wolkbreuk veranderen in kolkende watermassa’s. Ze liggen meer in een vallei en kennen een groter verval. Denk in dit verband aan het vrijwel jaarlijks terugkerende zomernieuws over plots ondergelopen campings in gebieden in het buitenland met een behoorlijk reliëf.

3Hebben dit soort buien te maken met klimaatverandering?

Dat is niet zeker. Jan Verkade, hydroloog bij Deltares (voorheen het Waterloopkundig Laboratorium) in Delft, schaart de bui liever onder het soort extremiteiten die bij het normale beeld horen. „Deskundigen stellen wel, met de nodige slagen om de arm, dat de kans op dit soort forse neerslag aan het toenemen is. Maar daar kun je pas echt zinnige dingen over zeggen als je kijkt naar meetgegevens van diverse decennia”, zegt hij.

Naar aanleiding van overstromingen in 1993 en 1995 krijgt de Maas in het grensgebied nu meer ruimte, doordat de stroomgeul wordt verbreed. Daardoor moet het overstromingsrisico tegen het einde van dit decennium zijn teruggelopen van gemiddeld één keer per 50 jaar naar één keer per 250 jaar. Ook bij de riviertjes in het Heuvelland zijn de afgelopen jaren maatregelen genomen. Waar in het verleden met het oog op de landbouw nog wel eens werd gekanaliseerd, mogen ze nu weer meanderen.

4Werkt de grensligging van dit soort riviertjes complicerend?

Een beetje. Waterbeheer is in België anders en meer versnipperd georganiseerd dan in Nederland. En dan komen de Zuid-Limburgse riviertjes ook nog eens uit drie verschillende taalgebieden: Wallonië, Vlaanderen (de Voerstreek) en de Duitstalige ‘Oostkantons’.

De laatste jaren hebben het Zuid-Limburgse waterschap Roer en Overmaas en de betrokken Belgische instanties in het door Europa gesteunde project Aquadra werk en meetmethoden wat meer op elkaar afgestemd. Ze maakten ook stroomgebiedbeheersplannen. Verkade: „Zo’n samenwerking heeft zijn nut op andere momenten. Voor extreme gevallen zoals afgelopen zaterdag biedt het weinig soelaas. Dan is de beschikbare tijd te kort.”