Een been voor een medaille

Wat kan de topsporter meer doen, behalve keihard trainen en eventueel naar verboden middelen grijpen, om zijn prestaties te optimaliseren?

In een zuurstoftent gaan liggen bijvoorbeeld. Maarten van der Weijden, olympisch kampioen openwaterzwemmen, bracht een half jaar lang elk etmaal vijftien uur in zo’n tent door, alvorens hij in 2008 in Peking zijn gouden medaille behaalde.

WADA, de organisatie die wereldwijd strijdt tegen doping, heeft overwogen zo’n ‘hoogtetentje’ te verbieden. Maar vind maar eens controleurs die in de slaapkamer komen gluren waar de topsporter ligt te snurken.

De Nijmeegse fysioloog Dick Thijssen heeft nu een nieuwe methode ontdekt om prestaties te bevorderen. Hardlopers gaan sneller als ze voor de wedstrijd hun armen of benen viermaal vijf minuten afbinden. Zo roepen ze de bloedsomloop tijdelijk een halt toe. Dat blijkt te helpen.

Als deze vondst erkenning krijgt, zal het niet lang duren eer onder topsporters tijdelijke insnoering van een ledemaat gemeengoed is geworden. Omdat elke (tiende van) een seconde telt. De uitstraling naar de amateursport zal daarna groot zijn. Elke sporter wiens prestaties in tijd worden gemeten, wil tenslotte niet alleen de tegenstander maar ook zichzelf verslaan.

Hoever gaat de topsporter? In Londen doet de Zuid-Afrikaan Oscar Pistorius mee op de 400 en de 4x400 meter. Met zijn onderbenen van carbon is hij de eerste gehandicapte deelnemer aan de Olympische Spelen. Hij haalde al medailles op de Paralympics.

Wat nu als Pistorius, de Blade Runner, opnieuw succesvol is? Het ligt voor de hand om dan bij wijze van grap te opperen dat binnenkort de eerste valide sporter wel zijn onderbenen zal afzagen, omdat het met de Pistorius-protheses zo veel sneller gaat. Ware het niet dat voormalig atletiektrainer Henk Kraaijenhof dit in deze krant al in alle ernst heeft voorspeld. Zonder benen van spieren en bloed verzuurt de hardloper niet, memoreerde hij.

En verdwazing kent geen tijd.

John Kroon