De kans op weer zo’n succesvolle estafetteploeg is klein

The Golden Girls sluiten hun wereldheerschappij af met zilver. Enige lichtpunt was de race van Kromowidjojo. Zij was met grote afstand de snelste zwemster van het veld.

Vanaf links: Inge Dekker, de Australische Alicia Coutts en de Amerikaanse Missy Franklin tijdens de 4x100 meter vrije slag. De Australiërs wonnen. Foto AFP

Zelfs de snelste zwemster ter wereld kon haar team deze keer niet redden. Ranomi Kromowidjojo trok zaterdagavond een lichtspoor door baan 3 van het Aquatic Centre in Londen, maar de beste splittijd ooit op een 4x100 meter vrije slag bleek niet voldoende voor prolongatie van olympisch goud.

Uitgerekend op de avond dat de Golden Girls voor het laatst in hun vertrouwde samenstelling te water gingen, werd de betovering van vier jaar wereldheerschappij verbroken. Sinds maart 2008 hadden ze alles gewonnen wat er te winnen viel, wereldrecords gezwommen – maar zaterdagavond nam de ploeg van Australië de olympische titel over. Zilver smaakt bitter als je goud gewend bent, snikte Femke Heemskerk.

Vooral zij had het zwaar, in het volle besef dat het voorgoed voorbij was tussen Kromowidjojo, Marleen Veldhuis, Inge Dekker en haarzelf, omdat Veldhuis na ‘Londen’ zal stoppen. „We hebben zo lang geregeerd, ik heb al die jaren zo genoten hebben met die meiden. Dat komt gewoon niet meer terug.”

De zoektocht naar een verklaring voor de zeldzame nederlaag duurde kort, en was glashelder. „We hebben te langzaam gezwommen”, zei coach Jacco Verhaeren. „Het gaat om de teamprestatie, en Australië was echt beter.” Drie van de vier zwemsters verloren onderweg kostbare tijd – waarna de opdracht zelfs voor een ontketende Kromowidjojo te zwaar bleek.

Haar race gaf Verhaeren voldoende brandstof om snel over het verlies van de olympische titel heen te stappen. „Hier staat geen enorm droevig man. Ik had liever gewonnen, maar we hoeven ons niet te schamen voor olympisch zilver. Ik heb wel wat gezien waar we ons op kunnen verheugen. En dat ga ik doen”, zei hij, doelend op de kansen die Kromowidjojo heeft op de 100 en 50 meter vrije slag.

Tijd om uitvoerig stil te staan bij de laatste race van zijn succesvolle vrouwenploeg staat Verhaeren zichzelf eenvoudig niet toe. „Daar heb ik nou helemaal niks mee. Als professionele sporter moet je die emotie zo snel mogelijk parkeren; als je verliest, maar ook als je wint. De emoties van huilen en lachen zijn enorme energielekken, die moet je gewoon niet toestaan. We zijn net begonnen. Er gaat nog van alles gebeuren.”

Verhaeren, in het verleden mede verantwoordelijk voor de successen van Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn, snakt op zijn vijfde Spelen naar een individueel succes van één van zijn pupillen. Voor het laatst maakte hij dat mee in 2004 (Athene). In Peking stokte de teller na die ene gouden estafettemedaille.

De kans dat Nederland op korte termijn een even succesvolle estafetteploeg aan de start brengt, is erg klein. Daarvoor is het Nederlandse topzwemmen, in vergelijking met grote landen als Australië of de Verenigde Staten, eenvoudig te smal. Een blik op de wereldranglijst leert dat Australië op de 100 meter vrije slag liefst negentien zwemsters in de tophonderd heeft staan, de Verenigde Staten achttien, Nederland zeven. Australië bezit zelfs over zo’n zwembad vol aan talent dat het in de series voor de 4x100 vrij, zaterdagochtend, drie van de vier finalezwemsters kon sparen.

Bij Nederland stopt behalve Veldhuis ook Hinkelien Schreuder, die in Londen in de series nog te water kwam om Kromowidjojo rust te geven. Dekker (26) weet nog niet of ze er over vier jaar nog bij is, Heemskerk (24) kan nog iets langer mee. Achter Schreuder zitten nog Saskia de Jonge (25) en de talenten Maud van der Meer (20) en Ilse Kraaijeveld (21). Maar die laatste zwemster, die was overgestapt naar de trainingsgroep van Verhaeren, is inmiddels teruggekeerd naar Friesland omdat ze zich in Eindhoven onvoldoende ontwikkelde.

Toch ziet jeugdbondscoach Titus Mennen de toekomst „rooskleurig” tegemoet op dit ‘Nederlandse’ nummer, dat de laatste drie Spelen goud, zilver en brons opleverde bij de vrouwen. „Bij de Europese jeugdkampioenschappen hebben we dit jaar met vijf meiden van 15 en 16 jaar brons gehaald”, zegt Mennen vanaf zijn vakantieadres in Spanje. „Met Esmee Vermeulen, Rosa Veerman, Esmee Bos, Denise van Ark en Amy de Langen hebben we zeker opvolgers klaar staan, maar ze hebben nog wel een aantal jaren ontwikkeling te gaan. Als we slim omgaan met onze talenten zit het erin. Ze maken heel grote sprongen. Wie weet wat er over vier jaar mogelijk is.”

In elk geval hebben ze een kopvrouw aan wie ze zich de komende jaren kunnen optrekken. Want op de stormachtige ontwikkeling van Kromowidjojo, die volgende maand pas 22 wordt, staat op dit moment geen maat. „Waanzinnig”, zegt Verhaeren over haar race van zaterdagavond. De Groningse was met haar splittijd (51,93 seconden) met grote afstand de snelste zwemster van het veld.

Puur voor zichzelf was Kromowidjojo tevreden over haar aandeel in de estafette. „Ik heb zelf een goede race gezwommen, dus dat biedt kansen”, zegt ze. „Dat is waar ik me op focus. Ik ben in vorm. Ik voel me veel beter dan een jaar geleden. Of ik beter ben dan ooit? Ja. Dat was ook de bedoeling.” Want over haar plannen bestaat geen enkel misverstand: ze kwam naar Londen voor drie gouden medailles. Dat kunnen er nog maar twee worden, maar ze zal met niets minder genoegen nemen.